Voorbereiding voor
inbedrijfstelling
Voer alle werkzaamheden op de
controlelijst uit en controleer of de unit
correct geïnstalleerd en bedrijfsklaar is.
De installateur moet alle onderstaande
punten controleren voordat contact wordt
opgenomen met de Trane service-afdeling
om de installatie te repareren:
- Controleer de opstellingsplaats van de
unit
- Controleer of de unit waterpas staat
- Controleer het type en de plaatsing van
de rubberen isolatieblokken
- Controleer de benodigde vrije ruimte
voor toegang voor onderhoud (zie
maatschetsen)
- Controleer de vrije ruimte rondom de
condensor (zie maatschetsen)
- Gekoeldwatercircuit bedrijfsklaar, gevuld
met water, onder druk getest en ontlucht
- Gekoeldwatercircuit moet gespoeld
worden
- Controleer of het waterfilter voorop de
verdamper aanwezig is
- De filters moeten gereinigd worden
nadat de pomp 2 uur heeft gedraaid
- Controleer de stand van de
thermometers en manometers
- Controleer de aansluiting van de
gekoeldwaterpomp op het
bedieningspaneel
- Zorg ervoor dat de isolatieweerstand
van alle voedingsaansluitingen met
massa voldoet aan de geldende normen
en voorschriften.
- Controleer of de spanning en frequentie
van de unit overeenkomen met de
nominale ingangsspanning en -
frequentie
- Controleer of alle elektrische
aansluitingen in orde zijn en goed
vastzitten – controleer of de
hoofdvoedingsschakelaar goed vastzit.
- Controleer het ethyleenglycolpercentage
in het gekoeldwatercircuit en of er
ethyleenglycol nodig is.
- Controleer of de drukdaling van het
koelwater door de verdamper
overeenkomt met de Trane
orderbevestiging.
- Controleer voor het opstarten van elke
motor in het systeem de rotatierichting
en de werking van alle onderdelen die
worden aangedreven door deze
motoren
- Controleren van waterstroomregeling:
verlaag de waterstroom en controleer
het elektrische contact in het
bedieningspaneel.
- Controleer of er voldoende vraag naar
koeling bestaat op de dag van
inbedrijfstelling (ong. 50% van de
nominale belasting)
14
Algemene inbedrijfstelling
Inbedrijfstelling
Ga als volgt te werk om de unit in bedrijf
te stellen.
Installatie en inspectie van koelmachine:
- Zorg dat alle bovenstaande handelingen
(voorbereidingen voor het opstarten)
uitgevoerd worden.
- Volg de instructies die aan de
binnenzijde van de schakelkast zijn
geplakt:
- Draai de schroeven los waarmee de
isolatieblokken onder de
compressorrails zijn bevestigd.
- Plaats het plexiglas dat door Trane is
geleverd, vóór de elektrokast.
- Zorg dat alle water- en
koelmiddelkleppen in de gebruiksstand
staan,
- Controleer of de unit niet is beschadigd,
- Zorg ervoor dat sensoren correct
geïnstalleerd zijn in hun hulzen en
ondergedompeld zijn in een
warmtegeleidend product,
- Controleer de bevestiging van de
capillaire buizen (bescherming tegen
trillingen en slijtage) en let op dat ze niet
beschadigd worden,
- Reset alle voorzieningen van de
handinstelling,
- Controleer de afdichting van de
koelcircuits
Controleren en instellen:
Compressors:
- Controleer het oliepeil in rust. Het peil
moet minstens halverwege de
indicator op de behuizing komen.
Zie afb. 9 voor het correcte peil.
Figuur 9 - Compressoroliepeil
1. Max. oliepeil
2. Min. oliepeil
- Controleer de bevestiging van de
capillaire buizen (bescherming tegen
trillingen en slijtage) en let op dat ze
niet beschadigd worden,
- Reset alle voorzieningen van de
handinstelling,
- Controleer de afdichting van de
koelcircuits
- Controleer de zuurgraad van de olie,
- Controleer of de elektrische
aansluitingen van de motoren en in het
bedieningspaneel goed aangehaald zijn;
- Controleer de isolatie van de motoren
met behulp van een megaohmeter
geschikt voor 500 V DC die voldoet aan
de specificaties van de fabrikant
(minimumwaarde 2 megaohm).
- Controleer de rotatierichting met behulp
van de fasemeter.
Bedrading elektrische voeding:
- Controleer of alle elektrische
aansluitingen correct aangehaald zijn,
- Stel de overbelastingsrelais van de
compressoren in,
- Stel de overbelastingsrelais van de
ventilatormotoren in,
Bedrading elektrische bediening:
- Controleer of alle elektrische
aansluitingen correct aangehaald zijn,
- Controleer alle pressostaten,
- Controleer en stel de CH530 regeling in
- Test en start op zonder de elektrische
voeding.
Condensor:
- Controleer de instelling van de
veiligheidsdrukklep,
- Controleer de rotatierichting van de
ventilatoren,
- Controleer de isolatie van de motoren
met behulp van een megaohmeter
geschikt voor 500 V DC die voldoet aan
de specificaties van de fabrikant
(minimumwaarde 2 megaohm).
Vermelding bedrijfsparameters:
- Zet de hoofdschakelaar aan,
- Start de waterpomp(en),
- Start de unit met CH530 op door
"Auto" in te drukken.
De unit en de magneetschakelaar van de
gekoeldwaterpompen moeten op elkaar
aangesloten worden;
- Na het opstarten van de unit moet deze
minstens 15 minuten blijven draaien
1
om te zorgen dat de drukwaarden zich
stabiliseren.
Controleer vervolgens:
2
- spanning;
- stroomsterkte van compressoren en
ventilatormotoren,
- uit- en inlaattemperatuur van het
gekoeld water,
- aanzuigtemperatuur en -druk,
- omgevingsluchttemperatuur,
- blaasluchttemperatuur,
- uitlaatdruk en -temperatuur.
CGCL-SVX01B-NL