10. Belangrijke tips
• Roetmetingen moeten in de mate van het mogelijke voor de warmtewisselaar worden uitgevoerd, aangezien de meting door condensatie van
de rookgassen anders kan worden vervalst. Een mogelijke meetpositie is een afsluitbare meetopening aan het verloopstuk tussen de ketel en
de warmtewisselaar.
• Op basis van de meetwaarden voor de warmtewisselaar kunt u ook conclusies trekken over de mate van verontreiniging van de ketel. Noteer de
meetwaarden in het onderhoudsprotocol. Wanneer de rookgastemperaturen van de ketel aanzienlijk stijgen, moet ook de ketel worden gerei-
nigd.
• Let op het verval tussen de condensaatafvoer en de sifon of de neutralisatietank. Op basis van de onderdruk in de warmtewisselaar moet het
verval minstens 10 cm bedragen.
• De onderdruk (zie hoofdstuk 8.1) moet meer bedragen dan 10 Pa (0,1 mbar), aangezien anders rookgassen in de installatieruimte kunnen bin-
nendringen. Dit leidt tot geurhinder.
• Gelieve er rekening mee te houden dat de afbeeldingen slechts voorbeeldsituaties weergeven. Er kunnen op ieder moment vernieuwingen of
wijzigingen worden doorgevoerd, die dan tot verschillen tussen de ingebouwde warmtewisselaar en de afbeelding in de montagehandleiding
leiden. Op onze website vindt u actuele versies van de documenten.
22
eMAX warmtewisselaar GPH 50/75