15 Testen
15.1 Inspectielijst vó ó r levering
Controleer de onderstaande items na het installeren van het apparaat. Als alles gecontroleerd is, zet u
het apparaat uit en vervolgens weer aan.
Digitale
Aantal LED-
weergave
flitsen op
van de
de PCB
infraroodsig
(printplaat)
naalontvang
LED6 LED1
0
1
0
2
0
7
0
8
0
12
E10
0
13
0
14
E14
0
11
E11
0
19
E19
3
5
E15
6
1
F41
Opmerking:
De melding van de centrale unit kan nog steeds fouten in de kap aangeven. Zo controleert u dat: Als
de foutcode van de centrale unit M (DECIMAL) is, toont het display van de kapunit bij conversie een
hexadecimale code "M + 20" (DECIMAL). Als de foutcode van de centrale unit bijvoorbeeld 2 is,
knippert op het scherm van de kapunit de foutcode 16 (2 → 2 + 20 = 22 → zet de decimale 22 om in
een hexadecimaal om 16 te krijgen).
Raadpleeg de tabel voor het oplossen van problemen met de melding van de centrale unit voor
meer informatie over het falen van de melding van de centrale unit.
Als er bij de YR-E17A een communicatiefout optreedt tussen de printplaat en de draadcontroller,
knippert 07 op het scherm van de hoofdinterface in plaats van op het scherm van de controle-interface.
er
Storing van de
omgevingstemperatuursenso
E1
r in de kapunit:
Storing van de
buistemperatuursensor in
E2
de kapunit:
Abnormale
communicatie tussen de
E7
kapunit en de buitenunit:
Abnormale communicatie in
E8
de regeldraadeenheid van
de kap:
Storing in
afvoersysteem:
Signaal dat het nulpunt
C1
kruist is verkeerd:
Afwijking in de
DC-ventilatormotor in de kap:
Lekkage van R32-koelmiddel: Lekkage van R32-koelmiddel:
De R32-detector is afwijkend. De detector ontbreekt of is beschadigd.
Storing aan buitenunit
Systeemdrukschakelaar
Storing
De sensor is losgekoppeld,
beschadigd, onjuist geplaatst of het
circuit is kortgesloten.
De sensor is losgekoppeld,
beschadigd, onjuist geplaatst of het
circuit is kortgesloten.
Aansluitingsfout of de voedingskabel is
losgekoppeld of de adresinstellingen van
de kapunit zijn onjuist of er is een
elektrische storing of de printplaat is defect.
Aansluitingsfout of de voedingskabel van
de controller is beschadigd of de printplaat
is defect.
De pompmotor ontbreekt of is niet goed
geplaatst, of de vlotterschakelaar is
verschoven of niet goed geplaatst, of
het bypasscircuit is defect.
Fout bij het detecteren van het signaal
dat het nulpunt overschrijdt.
De motor van de gelijkstroomventilator is
losgekoppeld of de gelijkstroomventilator
werkt niet of het circuit werkt niet.
Inspecteer de melding van de centrale unit
Controleer de systeemdruk
24
Mogelijke oorzaken: