Montage
LET OP
!
Beschadigingen door vorst!
Bij de regeling van bevriezende media moet
het apparaat tegen vorst beschermd worden.
Als de regelaar in niet-vorstvrije ruimten
wordt ingebouwd, moet deze bij buitenbe-
drijfstelling uitgebouwd worden.
Informatie
Tussen drukafnameplaats en regelaar geen
diametervernauwende apparaten inbouwen
(bijv. temperatuurregelaar of afsluitsyste-
men).
Standaardinbouwpositie
voor gassen, vloeistoffen en
damp.
Inbouwpositie, Alternatief
voor gassen en vloeistoffen bij
mediumtemperatuur tot 80 °C.
Niet voor damp!
Niet toegestaan!
Fig. 5-1: Inbouwpositie
Op aanvraag toegestaan bij regelaars met
1)
vaste klepsteeldoorvoer en gelijktijdig tot
80 °C mediumtemperatuur. Niet voor damp!
5-2
Stut en ophanging
Het selecteren en realiseren van een geschik-
te stut of ophanging van de ingebouwde re-
gelaar en de leiding zijn de verantwoorde-
lijkheid van de installatie-ingenieur.
Afhankelijk van de uitvoering en de inbouw-
positie van de regelaar is een stut of ophan-
ging van het ventiel, van de aandrijving en
de leiding vereist.
!
Ondersteuningen niet direct op het ventiel of
de aandrijving bevestigen.
Stuurleiding
De stuurleiding moet bouwzijdig bij damp
met
van 8x1 of 6x1 mm worden geleverd.
De stuurleiding ten minste op 1 m afstand
van de ventieluitgang op de nadrukleiding
(p
De stuurleiding moet van opzij in het midden
van de leiding gelast worden en met een stij-
ging van ca. 1 : 10 naar het expansievat
aangelegd worden. Als er een verdeler volgt
na de drukverlager, dan vindt de aansluiting
1)
plaats op de verdeler, ook wanneer de af-
stand meerdere meters bedraagt, zie Tabel
5-1 en Fig. 5-2.
Stuurleidingbouwset
Een stuurleidingbouwset voor rechtstreekse
drukafname bij de ventielbehuizing kan als
toebehoren direct bij SAMSON besteld wor-
den.
Informatie
LET OP
" en bij lucht/water met een leiding
3
/
8
) aansluiten.
2
EB 2512 NL