7 Bediening
Zodra de werkzaamheden voor de inge-
bruikname/hernieuwde ingebruikname af-
gerond zijn, is de regelaar bedrijfsklaar, zie
hoofdstuk 'Ingebruikname'.
WAARSCHUWING
!
Gevaar voor brandwonden door warme of
koude componenten en leidingen!
De componenten van de regelaar en de lei-
ding kunnen tijdens bedrijf erg heet of erg
koud worden en brandwonden veroorzaken.
Î Laat de onderdelen en leiding afkoelen
of opwarmen.
Î Beschermende kleding en handschoenen
dragen.
WAARSCHUWING
!
Gevaar voor letsel door onder druk
staande componenten en ontsnappend
doorstromend medium!
Î De stuurleiding niet losmaken als het
ventiel onder druk staat.
WAARSCHUWING
!
Gehoorschade en doofheid door hoog ge-
luidsniveau!
Afhankelijk van de installatieomstandighe-
den kunnen tijdens het bedrijf mediumbe-
paalde geluidsontwikkelingen optreden (bijv.
cavitatie en flitsen)
Î Bij werkzaamheden in de buurt van het
ventiel gehoorbescherming dragen.
EB 2512 NL
WAARSCHUWING
!
Gevaar voor beknelling door bewegende
delen!
Î Tijdens de werking niet in de instelwaar-
deveren grijpen.
Î Tijdens de werking niet in de draadein-
den en de instelwaardeveren grijpen.
Î Tijdens de werking niet in de veerplaat
en de beugel grijpen.
Î Vóór de werkzaamheden aan de rege-
laar de componenten en de regelaar
drukloos maken.
7.1 Gewenste waarde instellen
Î Instellen van de gewenste nadruk door te
draaien aan de instelwaarde-moer (6)
met een steeksleutel:
− bij DN 15 tot 50 met SW 19
− bij DN 65 tot 100 met SW 24
− bij de roestvrijstalen uitvoering wordt de
instelwaarde met de bijgeleverde ronde
staaf ingesteld.
Î Instelwaarde-instelinstrument rechtsom
() draaien: gewenste drukwaarde
wordt hoger.
Î Instelwaarde-instelinstrument linksom ()
draaien: gewenste drukwaarde wordt la-
ger.
De op de nadrukzijde (na de regelaar)
bouwzijdig geplaatste manometer maakt de
controle van de ingestelde waarde mogelijk.
Een instelwaarde-voorinstelling kan ook via
de veerspanning met de afstand x (zie
Fig. 7-1 en Tabel 7-1) worden uitgevoerd.
Bediening
7-1