Onderhoud
9.3.2
Instelwaardeveer
vervangen
Î Zie Fig. 9-1
Demontage instelwaardeveren
1. De regelaar buiten bedrijf stellen, zie
hoofdstuk 'Uitbedrijfname'.
2. Instelwaardeveren (7) door linksom te
draaien aan het instelwaarde-instelin-
strument (6) volledig ontspannen.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
!
!
Restenergie in de instelwaardeveren kan tot
ongecontroleerde bewegingen van het com-
ponent leiden en daarmee tot kwetsuren.
3. Stuurleiding (17) losschroeven.
4. Het apparaat uit de leiding demonteren.
5. Bevestigingsbeugel (20) van de stopdop
ontgrendelen.
6. Aandrijving (10) demonteren, zie hoofd-
stuk 9.3.1.
7. Moeren (8.2) aan de beugel losschroe-
ven. Beugel (8) verwijderen.
8. Stopdop met bevestigingsbeugel (20) en
veerplaat (7.1) verwijderen.
9. Instelwaardeveren (7) verwijderen.
9-6
Montage instelwaardeveren
1. Instelwaardeveren (7) op het instelwaar-
de-instelinstrument (6) plaatsen.
2. Veerplaat (7.1) en stopdop met bevesti-
gingsbeugel (20) plaatsen.
Beugel (8) op de draadeinden (8.1)
plaatsen en met de moeren (8.2) vast-
schroeven. Aanhaalmomenten in acht
nemen, zie paragraaf 'Aanhaalmomen-
ten' in de 'Bijlage'.
3. Aandrijving (10) monteren, zie hoofdstuk
9.3.1. Aanhaalmomenten in acht ne-
men, zie paragraaf 'Aanhaalmomenten'
in de 'Bijlage'.
4. Bevestigingsbeugel (20) van de stopdop
vergrendelen.
5. Apparaat in de leiding monteren.
6. Stuurleiding (17) vastschroeven. Aanhaal-
momenten in acht nemen, zie paragraaf
'Aanhaalmomenten' in de 'Bijlage'.
7. De regelaar weer in bedrijf stellen, zie
hoofdstuk 'Ingebruikname'.
Informatie
Bij verandering van het instelwaardenbereik
het typeplaatje en de materiaalnummers
aanpassen.
EB 2512 NL