●
Bedien de gashendels verschillende keren
om u ervan te vergewissen dat hun bewe-
gingen geen haperingen vertonen. Ze
moeten soepel werken over het volledige
bewegingsbereik, en iedere hendel moet
volledig terugkeren naar zijn uitgangsposi-
tie.
●
Let op losse of beschadigde verbindingen
van de gas- en schakelkabels.
DMU36482
Noodstopkoord
Inspecteer de noodstopkoord op schade,
zoals insnijdingen, rafelingen of slijtage.
1. Koord
2. Clip
3. Motoruitschakelaar
1. Koord
2. Clip
3. Motoruitschakelaar
1. Koord
2. Clip
3. Motoruitschakelaar
DMU27166
Motorolie
1.
Zet de buitenboordmotor rechtop (niet
gekanteld). OPGELET:
motor niet waterpas staat, is het op de
peilstok aangegeven oliepeil mogelijk
niet accuraat.
2.
Verwijder de oliepeilstok en veeg hem
schoon.
3.
Schroef de peilstok in de motor en ver-
wijder hem vervolgens opnieuw. Zorg er-
voor dat u de peilstok volledig in de peil-
stokgeleiding steekt, anders zal de olie-
peilmeting niet correct zijn.
4.
Controleer het oliepeil met de peilstok
om na te gaan of het peil tot ergens tus-
sen de bovenste en de onderste peil-
markering komt. Vul olie bij als het olie-
peil slechts tot onder de onderste mar-
kering reikt, of tap olie af als het peil tot
boven de bovenste markering reikt.
Werking
Wanneer de
[DCM01790]
36