verwijderen. Houd handen, haar en
kleren uit de buurt van het vliegwiel
en andere draaiende onderdelen ter-
wijl de motor draait.
6.
Laat de motor enkele minuten draaien
met een snel vrijlooptoerental in neu-
traal.
7.
Net voor u de motor uitschakelt, sproeit
u snel en afwisselend wat "conserve-
ringsolie" in elke carburator of in de con-
serveringsopening van het geluiddem-
perdeksel, indien voorzien. Indien cor-
rect uitgevoerd, zal de motor sterk be-
ginnen roken en bijna stilvallen.
8.
Verwijder de buitenboordmotor van de
testtank.
9.
Installeer het geluiddemperdeksel/de
dop van de conserveringsopening en de
motorkap.
10. Als er geen "conserveringsolie" beschik-
baar is, laat u de motor met een hoog
vrijlooptoerental draaien tot het brand-
stofsysteem leeg is en de motor stilvalt.
11. Tap het koelwater volledig af uit de
motor. Maak het
schoon.
12. Als er geen "conserveringsolie" beschik-
baar is, dient u de bougie(s) te verwijde-
ren. Giet een theelepel schone motorolie
in elke cilinder. Voer meerdere startbe-
wegingen met de repeteerstarter uit.
Breng de bougie(s) opnieuw aan.
13. Laat de brandstoftank leeglopen.
NOTA:
Bewaar de brandstoftank op een droge, goed
geventileerde plaats, buiten het bereik van
rechtstreeks zonlicht.
DMU28402
Smering
1.
Installeer de bougies en draai ze aan tot
het voorgeschreven aandraaimoment.
[DWM00091]
lichaam
grondig
Voor informatie over bougie-installatie,
zie pagina 68.
2.
Ververs de tandwielolie. Voor instruc-
ties, zie pagina 73. Controleer de olie
op de aanwezigheid van water die op
een lekke dichting zou wijzen. Het ver-
vangen van een dichting moet door een
bevoegde Yamaha-dealer worden uitge-
voerd alvorens het gebruik te hervatten.
3.
Smeer alle smeerpunten. Voor meer in-
formatie, zie pagina 66.
NOTA:
Wanneer u de motor voor lange tijd gaat op-
bergen, is het raadzaam hem te benevelen
met olie. Neem contact op met uw Yamaha-
dealer voor informatie over het benevelen
met olie en andere procedures voor uw
motor.
DMU28443
Spoelen van het motorblok
Voor een grondige spoeling dient u de pro-
cedure onmiddellijk na het afzetten van de
motor uit te voeren.
DCM01530
Voer deze procedure niet uit terwijl de
motor draait. De waterpomp zou erdoor
beschadigd kunnen raken, wat zou kun-
nen leiden tot ernstige schade door over-
verhitting.
1.
Zet de motor af en schroef het tuinslang-
koppelstuk van de fitting op de onderbak.
Onderhoud
60