1.
Klik in de bovenste EWS-navigatietabbladen op Netwerk.
OPMERKING:
365, zie
(optioneel) op pagina 96
2.
Klik in het linkerdeelvenster op TCP/IP-instellingen. Mogelijk is een gebruikersnaam /-wachtwoord
vereist om toegang te krijgen tot het tabblad Netwerkidentificatie van de EWS.
3.
Klik in het dialoogvenster TCP/IP-instellingen op het tabblad Netwerkidentificatie.
4.
Als het netwerk DNS vereist, controleert u in het gebied TCP/IP-domeinachtervoegsel of het DNS-
achtervoegsel voor de e-mailclient dat u gebruikt is genoemd. DNS-achtervoegsels hebben het
volgende formaat:
OPMERKING:
5.
Klik op Apply (Toepassen).
6.
Klik op OK.
Stap drie: De functie Verzenden naar e-mail configureren
De twee opties voor het instellen van Verzenden naar e-mail zijn de wizard E-mail instellen voor
basisconfiguratie en E-mail instellen voor geavanceerde configuratie. Gebruik de volgende opties voor
het configureren van de functie Verzenden naar e-mail:
●
Methode één: Basisconfiguratie met de wizard E-mail instellen op pagina 86
●
Methode twee: Geavanceerde configuratie met behulp van E-mailinstellingen op pagina 90
Methode één: Basisconfiguratie met de wizard E-mail instellen
Basisconfiguratie uitvoeren met de wizard E-mail instellen.
86
Hoofdstuk 6 Scannen
Voor het configureren van de instellingen van het netwerk voor gebruik met Office
Stap vijf: Instellen dat Verzenden naar e-mail gebruikmaakt van Office 365 Outlook
companyname.com , gmail.com , enz.
Als het domeinnaamachtervoegsel niet is ingesteld, gebruikt u het IP-adres.