Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Verhelpen van storingen

Als u problemen ondervindt bij het instellen of gebruiken van de
afstandsbediening, controleert u eerst de batterijen (pagina 7). Daarna
controleert u het volgende.
Probleem
De componenten kunnen
niet worden bediend.
De componenten kunnen
niet worden bediend,
zelfs niet als de
componentcodenummers
zijn ingesteld.
Het volume kan niet
worden geregeld.
De geïntegreerde
afstandsbediening kan
de signalen van andere
afstandsbedieningseenheden
niet aanleren.
Een component kan niet
worden bediend, zelfs
niet als u de
afstandsbedieningssignalen
hebt geprogrammeerd
met de "aanleerfunctie".
"NG" knippert vijf keer.
Oplossing
• Ga dichter naar de component toe. Het maximale bereik is
ongeveer 10 m.
• Richt de afstandsbediening rechtsreeks op de component en
zorg ervoor dat er zich geen obstakels tussen de
afstandsbediening en de component bevinden.
• Schakel de componenten eerst in, indien nodig.
• Controleer of de component geschikt is voor een bediening
met infrarode signalen. Als de component bijvoorbeeld niet
met een afstandsbediening is geleverd, kan deze
waarschijnlijk niet worden bediend met een
afstandsbediening.
• U hebt wellicht een andere component aan de
componentlabel toegewezen. U kunt een component
toewijzen door een componentcodenummer in te stellen.
Daardoor kan de naam van de ingestelde component
verschillen van de naam op de componentlabel. In dit geval
kunt u het beste opnieuw instellen (pagina 13) en de
componentnaam op de label wijzigen (pagina 27, 65).
• Stel de juiste componentcode in. Als de eerste code niet werkt
voor de component, probeert u alle codes voor de component
in de volgorde waarin deze worden weergegeven in de
bijgeleverde lijst "Componentcodenummers".
• Bepaalde functies kunnen niet worden vooringesteld. Als
bepaalde of alle toetsen niet correct werken, zelfs niet als u de
componentcodes hebt ingesteld, gebruikt u de aanleerfunctie
om de afstandsbedieningssignalen voor de component te
programmeren (pagina 23).
• Als de videocomponenten zijn aangesloten op een
audiosysteem, controleert u of u de afstandsbediening hebt
ingesteld zoals wordt beschreven in "Het volume regelen
voor videocomponenten die op een audiosysteem zijn
aangesloten" (pagina 30).
• U hebt een andere component toegewezen aan de TV of AMP
label (pagina 46). In dit geval kunt u het volume niet regelen
als u een andere component dan TV of AMP selecteert.
• Wanneer u de geïntegreerde afstandsbediening signalen van
een afstandsbediening voor een interactief
signaaluitwisselingssysteem (bijgeleverd bij bepaalde
receivers en versterkers van Sony) aanleert, kan het
reactiesignaal van de hoofdeenheid het aanleren van de
geïntegreerde afstandsbediening verstoren. In dit geval moet
u naar een plaats gaan waar de signalen de hoofdeenheid niet
kunnen bereiken (zoals andere kamers, enzovoort).
• Controleer of de afstandsbediening de juiste signalen heeft
aangeleerd. Zie "Voor zorgvuldig aanleren van nieuwe
functies" (pagina 29) als dit niet het geval is en voer het
aanleren opnieuw uit (pagina 23).
• Het aanleren is mislukt. Als u het volgende hebt
gecontroleerd, voert u de procedure voor aanleren opnieuw
uit (pagina 23).
- Wijzig de afstand tussen de afstandsbedieningseenheden.
- Zie "Voor zorgvuldig aanleren van nieuwe functies"
(pagina 29).
• De componentcodes kunnen niet worden ingesteld.
Raadpleeg de bijgeleverde lijst "Componentcodenummers"
en stel de componentcodes nogmaals in (pagina 13).
Wordt vervolgd
71
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave