•
De batterijklep moet worden gesloten en vergrendeld
voordat u het product gebruikt.
•
Gebruik uitsluitend kabels met correcte
spanningswaarden.
•
Verwijder alle probes, meetsnoeren en accessoires
voordat de batterijklep wordt geopend.
•
Vervang de batterijen wanneer de batterij-indicator
aangeeft dat ze bijna leeg zijn, om onjuiste metingen
te voorkomen.
•
Leg nooit meer dan de nominale spanning aan
tussen de aansluitingen en aarde.
•
Meet eerst een bekende spanning om te controleren
of het product juist werkt.
•
Gebruik de juiste aansluitingen, de juiste functie en
het juiste bereik voor de metingen.
•
Gebruik geen beschadigde meetsnoeren. Controleer
de meetsnoeren op beschadigde isolatie en
aanraakbaar metaal en of de slijtage-indicator wordt
weergegeven. Controleer de doorgang van de
meetsnoeren.
•
Raak geen spanningsbronnen aan met de probes
wanneer de meetsnoeren zijn aangesloten op de
stroomklemmen.
•
Gebruik geen beschadigde meetsnoeren. Controleer
de meetsnoeren op beschadigde isolatie en meet een
bekende spanning.
•
Gebruik het product niet zonder op de meetprobe
aangebrachte beschermkap in CAT III- of CAT IV-
omgevingen. De beschermkap verkort het
blootliggende metaal van de probe tot <4 mm. Dit
verlaagt de kans op vlambogen ten gevolge van
kortsluiting.
Pictogrammen
Tabel 1 bevat een lijst met de pictogrammen die op het product en
in deze handleiding worden gebruikt.
Tabel 1. Pictogrammen
Pictogram
Raadpleeg de gebruikersdocumentatie.
W
WAARSCHUWING. GEVAAR.
WAARSCHUWING. GEVAARLIJKE SPANNING.
X
Gevaar van elektrische schokken.
Aarde
AC (wisselstroom)
DC (gelijkstroom)
Zowel gelijkstroom als wisselstroom
True-rms Multimeters
Pictogrammen
Omschrijving
3