Correctie van lensafwijking door optische eigenschappen
Correctie helderheid randen
Vignettering (donkere beeldhoeken) kan worden gecorrigeerd.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kan er mogelijk ruis aan de
o
randen van een opname ontstaan.
Hoe hoger de ISO-snelheid, hoe lager de mate van correctie.
o
De toegepaste mate van correctie is lager dan de maximale correctie die kan
o
worden toegepast met Digital Photo Professional (EOS-software).
Correctie van de helderheid van randen wordt automatisch uitgevoerd in de
o
basismodi wanneer correctiegegevens op de camera zijn opgeslagen.
Vervormingscorrectie
Vervorming (beeldkromming) kan worden gecorrigeerd.
Om vervorming te corrigeren, legt de camera een smaller gebied vast dan
o
het gebied dat bij het opnemen zichtbaar is, waardoor het beeld iets wordt
bijgesneden en de schijnbare resolutie iets lager wordt.
Het instellen van vervormingscorrectie kan de beeldhoek iets wijzigen.
o
De hoeveelheid van het bijgesneden beeld kan verschillen tussen foto's en
o
movies.
Als u opnamen vergroot, wordt geen vervormingscorrectie toegepast op de
o
weergegeven opnamen.
Aan opnamen waarop vervormingscorrectie is toegepast, zijn geen stofwisdata
o
( = 161) toegevoegd.
Bezoek de Canon-website voor informatie over lenzen die u kunt gebruiken
o
om movies op te nemen met vervormingscorrectie.
Vervorming wordt automatisch gecorrigeerd wanneer de modus < 8 > is
o
ingesteld op < q > en correctiegegevens op de camera zijn opgeslagen.
124