y FlitsbelichtingscompensatieN
Stel de flitsbelichtingscompensatie in wanneer de belichting van het onderwerp anders uitvalt dan gewenst.
Wanneer [Auto Lighting Optimizer/Auto Helderheid Optimalisatie]
(pag .186) in het menu [7 Persoonlijke voorkeuze(C.Fn)] is ingesteld op een
andere instelling dan [3: Uitschakelen], lijkt de opname helder, zelfs wanneer een
lagere belichtingscompensatie of flitsbelichtingscompensatie is ingesteld.
De waarde voor de flitsbelichtingscompensatie kan ook worden ingesteld
of geannuleerd in het scherm Snel instellen (pag. 102).
De belichtingscompensatie kan ook worden ingesteld met het menu
[2 Bel. corr./AEB] (pag. 86).
Selecteer [Flitsbesturing].
1
Selecteer op het tabblad [1] de optie
[Flitsbesturing] en druk vervolgens op <0>.
Selecteer [Func.inst. interne flitser].
2
Selecteer [Func.inst. interne flitser]
en druk op <0>.
Selecteer [Flitsbel. comp.].
3
Selecteer [Flitsbel. comp.] en druk
op <0>.
Stel de waarde voor de
4
flitsbelichtingscompensatie in.
Druk op de toets <Z> voor om de belichting
helderder te maken (hogere belichting)
of druk op de toets <Y> als u de belichting
donkerder wilt maken (lagere belichting).
Druk op <0> nadat u de waarde voor de
flitsbelichtingscompensatie hebt ingesteld.
Als u de ontspanknop half indrukt, worden
het pictogram <y> en de waarde voor de
flitsbelichtingscompensatie weergegeven op
het LCD-scherm en wordt het pictogram
<y> in de zoeker weergegeven.
Nadat u een opname hebt gemaakt, voert u stap
1 t/m 4 uit om de waarde voor de flitsbelichtings-
compensatie terug te zetten op nul.
Belichtingscompensatie instellenN
85