9.2
Inschakelen
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Atmos BST • Ed.01/2023-07
GEVAAR
Gevaar voor persoonlijk letsel en materiële schade door ex-
treem hete of koude vloeistof onder druk!
Afhankelijk van de temperatuur van het medium kan bij het volledig ope-
nen van de ontluchtingsvoorziening extreem heet of extreem koud me-
dium in vloeibare of gasvormige toestand vrijkomen. Afhankelijk van de
systeemdruk kan de vloeistof er onder hoge druk uitschieten.
• Open de ontluchtingsvoorziening altijd heel voorzichtig.
1.
Sluit de afsluiter aan op de uitlaat.
2.
Vul de pomp via de zuigleiding terwijl de afsluiter op de inlaat volledig is geopend.
3.
Ontlucht de pomp met de ontluchtingsschroef in het pomphuis, totdat er alleen nog
medium uitloopt.
4.
Sluit de ontluchtingsschroef.
LET OP
• Zorg ervoor dat de minimumtoevoerdruk altijd aanwezig is!
•
Om cavitatiegeluiden en -schade te voorkomen, moet een minimumtoevoerdruk op de
zuigaansluiting van de pomp gegarandeerd zijn. De minimumtoevoerdruk hangt af van
de bedrijfssituatie en het bedrijfspunt van de pomp. Op basis hiervan moet de mini-
mumtoevoerdruk worden vastgelegd.
•
Belangrijke parameters om de minimumtoevoerdruk te bepalen, zijn de NPSH-waarde
van de pomp op het bedrijfspunt en de dampdruk van het medium.
1.
Door kort inschakelen controleren of de draairichting met de pijl op de ventilatorkap
overeenstemt. Bij onjuiste draairichting dient u als volgt te werk te gaan:
•
Bij directe start: Verwissel 2 fasen op het klemmenbord van de motor (bijv. L1 tegen L2).
•
Bij Y-Δ-start:
Verwissel op het klemmenbord van de motor van 2 wikkelingen telkens begin en einde
van de wikkeling (bijv. V1 tegen V2 en W1 tegen W2).
VOORZICHTIG
Door droogloop, ook kortstondig, raakt de mechanische af-
dichting defect!
Controle van de draairichting pas bij gevulde installatie uitvoeren!
•
Schakel het aggregaat alleen in als de afsluiter aan de perszijde gesloten is! Pas wanneer
het volledige toerental is bereikt de afsluiter langzaam openen en op het bedrijfspunt
inregelen.
Het aggregaat moet gelijkmatig en zonder trillingen lopen.
De mechanische afdichting waarborgt afdichting zonder lekkage en vereist geen speciale
instelling. Eventuele lekkage in het begin zal stoppen wanneer de inloopfase van de afdich-
ting beëindigd is.
Als de bedrijfstemperatuur is bereikt en/of in het geval van lekkages in het pomphuis, moe-
ten de zeskantschroeven opnieuw worden vastgedraaid terwijl de pompinstallatie is uitge-
schakeld.
nl
23