De motor moet lopen als de carburateur
en de snelheidsregelaar worden afgesteld.
Contact met bewegende onderdelen of
hete oppervlakken kan lichamelijk letsel
veroorzaken.
• Zet de schakelhendel in de neutraalstand
en stel de parkeerrem in werking voordat u
deze procedure uitvoert.
• Houd kleding, gezicht, handen, voeten
en andere lichaamsdelen uit de buurt van
de maaimessen, draaiende onderdelen, de
geluiddemper en andere hete oppervlakken.
1. Start de motor en laat deze ongeveer vijf minuten op
halfgas lopen om warm te worden.
2. Zet de gashendel op LANGZAAM. Draai de
regelschroef voor het stationair toerental linksom
totdat deze niet meer tegen de gashendel aan komt.
3. Buig het ankerlipje van de veer voor het afgeregelde
stationair toerental (Figuur 36) totdat het stationair
toerental 1625 ± 100 tpm bedraagt. Controleer het
toerental met een toerenteller.
Figuur 36
Afgebeeld met verwijderde luchtfilter
1. Ankerlipje van veer voor
afgeregeld stationair
toerental
4. Draai aan de regelschroef voor het stationair
toerental totdat het stationair toerental 25 tot 50 tpm
hoger is dan het toerental dat is ingesteld in stap 3
5. Zet de gashendel op SNEL. Buig het ankerlipje van
de veer voor het hoog toerental (Figuur 36) totdat het
hoog stationair toerental 2850 ± 50 tpm bedraagt.
Bougies vervangen
Vervang de bougies om de 800 bedrijfsuren.
De aanbevolen elektrodenafstand is 0,76 mm.
2. Ankerlipje van veer voor
hoog toerental
De correcte bougie is een Champion RC14YC.
Opmerking: Een bougie heeft meestal een lange
levensduur. U moet de bougie echter uitnemen en
controleren als de motor slecht functioneert.
1. Maak de omgeving van de bougies schoon zodat
er geen ongerechtigheden in de cilinder kunnen
terechtkomen als u de bougie verwijdert.
2. Maak de kabels los van de bougies en verwijder de
bougies uit de cilinderkop.
3. Controleer de conditie van de massa-elektrode, de
centrale elektrode en de isolator van de centrale
elektrode op beschadigingen.
Belangrijk: Als de bougie gebarsten of vuil is of
niet goed werkt, moet deze worden vervangen.
U mag de elektroden niet zandstralen,
afkrabben of reinigen met een staalborstel
omdat hierdoor gruis kan losraken en in de
cilinder terechtkomen en de motor beschadigen.
4. Zorg ervoor dat de elektrodenafstand tussen de
centrale elektrode en de massa-elektrode 0,76 mm
bedraagt (Figuur 37).
5. Plaats een bougie met de juiste elektrodenafstand en
monteer deze met een pakkingafdichting. Draai de
bougie vast met een torsie van 23 Nm. Als u geen
momentsleutel gebruikt, moet u de bougie stevig
vastdraaien.
33
Figuur 37