Vóór het maaien
Controleer of er rommel op het gazon ligt, verwijder
de flag van de cup, en bepaal in welke richting u het
beste kunt maaien. Ga hierbij uit van de voorgaande
maairichting. Maai altijd in een andere maaipatroon dan
het vorige, zodat de grassprieten minder snel plat gaan
liggen en daardoor moeilijker tussen de messen van de
messenkooi en de snijplaat kunnen komen.
Wijze van maaien
1. Rij naar de green met de schakelhendel in de Nr.
1 stand. Begin aan een kant van de green zodat u
kunt maaien in banen. Dit beperkt de compactie
tot een minimum en zorgt voor een verzorgd en
aantrekkelijk maaipatroon op de greens.
Belangrijk: Schakel naar de Nr. 1 stand als u
naar een green rijdt omdat de snelheid van de
machine automatisch wordt verlaagd wanneer
de maaidekken worden ingeschakeld. De
snelheid wordt weer hoger als de maaidekken
worden uitgeschakeld.
2. Trap het maaipedaal in als de voorste rand van de
grasmanden over de buitenrand van de green komt.
Hiermee laat u de maaidekken neer op de grasmat
en start u de messenkooien.
Opmerking: De messenkooi van maaidek Nr. 1
(achter) start pas als alle maaidekken zijn neergelaten
op de grond en maaidekken Nr. 2 en Nr. 3 in
bedrijf zijn.
Belangrijk: U moet eraan wennen dat maaidek
Nr. 1 een vertraging heeft, en daarom moet u
zich oefenen de timing te verkrijgen die nodig
is om het maaien van overgebleven gras tot het
minimum te beperken.
3. Zorg ervoor dat een nieuwe maaibaan de vorige
maaibaan zo weinig mogelijk overlapt. Om ervoor
te zorgen dat het u gazon in een rechte lijn maait
en de machine op een gelijke afstand van de rand
van de vorige maaibaan blijft, moet u uitgaan van
een denkbeeldige zichtlijn, ongeveer 1,8 tot 3 m
vóór machine tot de rand van het ongemaaide deel
van de green Figuur 22 en Figuur 23). Sommige
bestuurders vinden het handig de buitenrand van
het stuurwiel deel te laten uitmaken van de zichtlijn;
d.w.z. de rand van het stuurwiel in een rechte lijn
te houden ten opzichte van een punt dat altijd op
dezelfde afstand van de voorkant van de machine
blijft (Figuur 22 en Figuur 23).
4. Als de voorkant van de manden over de rand van
de green komen, moet u het hefpedaal intrappen.
Hiermee brengt u de messenkooien tot stilstand
en heft u de maaidekken op. De timing van deze
procedure is belangrijk om te voorkomen dat de
maaidekken het aangrenzende terrein maaien. Het
is echter raadzaam een zo groot mogelijk deel van
de green te maaien om de hoeveelheid gras langs de
buitenrand dat nog moet worden gemaakt, tot het
minimum te beperken.
5. U kunt de werktijd bekorten en de machine
eenvoudig voor de volgende maaibaan
opstellen door de machine een ogenblik in de
tegenovergestelde richting te draaien en daarna in de
richting van het ongemaaide deel; d.w.z. als u naar
rechts wilt draaien, draait u eerst iets naar links en
dan naar rechts. Op deze manier kunt u de machine
sneller richten voor de volgende maaibaan. Volg
dezelfde procedure als u in de andere richting draait.
Het is verstandig een draaiing zo kort mogelijk
maken. Maak echter bij warm weer een ruimere
boog om het gras zo min mogelijk te beschadigen.
1. Markeringsstrook
2. Ongeveer 13 cm
Opmerking: Wegens de aard van de
stuurbekrachtiging zal het stuurwiel niet terugkeren
in zijn oorspronkelijke positie nadat u de machine
heeft gedraaid.
Belangrijk: U mag de machine nooit tot
stilstand brengen op een green terwijl de
messenkooien van het maaidek draaien, omdat
hierdoor de green kan worden beschadigd.
Laat de machine ook niet stoppen op een natte
26
Figuur 23
3. Maai het gras aan de
linkerkant.
4. Blijf u richten op een
punt op 1,8-3 m vóór de
machine.