7
Plaats de deksel van het
batterijcompartiment bovenop de batterij.
8
Druk de deksel zover mogelijk in het
batterijcompartiment tot u de
vergrendeling hoort klikken.
Zodra u de batterij heeft geplaatst, begint de
insulinepomp met de opstartprocedure. Als
de insulinepomp na het plaatsen van de
batterij niet met de opstartprocedure begint,
moet u controleren of de batterij correct is
geplaatst (positieve pool eerst).
De eerste keer dat u een batterij plaatst of
als de insulinepomp langer dan 10 uren
zonder batterij is geweest, wordt de Wizard
Instellen gestart om u te helpen bij het
IngeBRUIKnAMe vAn UW InsULInepOMp
instellen van de eerste instellingen van uw
insulinepomp, zoals de tijd en de datum.
2.3
Nadat u een nieuwe batterij heeft geplaatst,
voert uw insulinepomp onmiddellijk een
functietest uit. Controleer de display en de
akoestische- en trilsignalen om er zeker van
te zijn, dat uw insulinepomp goed
functioneert.
Als er iets in de functietest niet goed lijkt te
werken, moet u contact opnemen met
Accu-Chek Diabetes Service van Roche.
De opstartprocedure is verschillend, als u:
º
uw insulinepomp voor het eerst in
gebruik neemt.
º
uw insulinepomp start, nadat deze meer
dan 10 uren zonder stroom is geweest.
º
een nieuwe batterij plaatst, terwijl de
insulinepomp zich in de PAUZE-modus
bevindt.
U komt hierover in het volgende hoofdstuk
meer te weten.
Opmerking
º Als u zich in de displayweergave van de
toetsblokkering blokkeert de snelle
bolus-toetsen niet. Zie hoofdstuk 8.3.3,
pagina 79.
Opstartprocedure en
de Wizard Instellen
status bevindt en langer
dan 10 seconden niet op
toets o, x of z heeft
gedrukt, worden deze
toetsen geblokkeerd. De
2
21