9
Onderhoud van uw
insulinepomp
Om een nauwkeurige insulinetoediening te
kunnen waarborgen, dient u de
insulinepomp op de juiste wijze te
onderhouden.
9.1
Algemene
veiligheidsinformatie
w WAARsChUWIng
Stel uw insulinepomp niet bloot aan direct
zonlicht. De insuline en de insulinepomp
mogen niet oververhit raken. Voorkom
directe blootstelling van uw insulinepomp
aan koude wind en aan temperaturen
boven 40 °C of beneden 5 °C. Deze
condities kunnen een negatieve invloed
hebben op de insuline en een slechte
werking van de batterij veroorzaken.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de
door u gebruikte insuline om het
toegestane temperatuurbereik vast te
stellen.
Opmerking
Controleer de in de ampul aanwezige
hoeveelheid insuline ten minste één maal
per dag. Druk in de displayweergave
Status op z om de nog in de ampul
aanwezige hoeveelheid insuline in
eenheden weer te geven. Voordat u gaat
slapen, wordt u geadviseerd ervoor te
zorgen, dat:
º de insulinepomp zich in de RUN-modus
bevindt
OndeRhOUd vAn UW InsULInepOMp
º de ampul voor de nacht voldoende
insuline bevat
º de batterij voldoende is opgeladen
º de tijd en de datum correct zijn
ingesteld
º de display correct functioneert
9.2
Inspectie van uw
insulinepomp
Controleer de insulinepomp en de display
overdag en voor u gaat slapen regelmatig,
in het bijzonder als u om welke reden dan
ook niet in staat bent om de akoestische
signalen te horen of de trilsignalen van de
pomp te voelen.
Accessoires
Gebruik uitsluitend Accu-Chek Insight-
steriele producten en accessoires, die
speciaal zijn ontwikkeld voor gebruik met
uw insulinepomp. U vindt een lijst van lijst
van steriele producten en accessoires in
Appendix G: Lijst van accessoires,
pagina 139.
Vervang deze producten en gooi ze weg
conform de aanbevelingen van uw arts of
behandelteam en volg de aanwijzingen in
bij deze producten geleverde
gebruiksaanwijzingen op.
9
93