2.5
de ampul en het
slanggedeelte
vervangen
Vervang de ampul en het slanggedeelte in
de volgende situaties:
º
als de ampul leeg is en op uw
insulinepomp wordt weergegeven
Onderhoud M21: Ampul leeg
º
als op uw insulinepomp wordt
weergegeven
Onderhoud M24:
Verstopping
º
als u denkt, dat er een mogelijk een
verstopping in de slang is opgetreden
(zelfs zonder alarm)
º
als de infusieplaats tekenen van irritatie
of infecties vertoont
º
als er lekkage van insuline lijkt te zijn
door een lekkend onderdeel
w WAARsChUWIng
º Inspecteer de infusieplaats minstens
twee keer per dag om te kijken of er
sprake is van irritatie of infectie.
Symptomen van infectie zijn onder
andere: pijn, zwelling, roodheid, warm
aanvoelen of afscheiding op de
infusieplaats. Als u roodheid of een
zwelling ziet, moet u onmiddellijk een
nieuw naaldgedeelte van de infusieset
op een andere infusieplaats inbrengen
en contact opnemen met uw arts of
behandelteam.
º Vervang het naaldgedeelte
overeenkomstig de gebruiksaanwijzing
van de fabrikant en de adviezen van uw
arts of behandelteam.
IngeBRUIKnAMe vAn UW InsULInepOMp
de ampul vervangen
Zorg ervoor, dat u de volgende materialen
bij de hand heeft:
º
Een nieuwe ampul
º
Een nieuwe Accu-Chek Insight-infusieset
Opmerking
Zorg ervoor, dat de ampul en de insuline
op kamertemperatuur zijn.
1
Druk in de displayweergave van de status
op o.
De displayweergave van het hoofdmenu
Menu
2
Druk op z om naar
te gaan.
Druk op o om dit te selecteren.
Het menu
verschijnt.
Ampul en infusieset
Ampul en infusieset
2
verschijnt.
27