10
Reageren op een
pompmelding
Uw insulinepomp helpt u met een groot
aantal meldingen en veiligheidsinformatie
bij het beheer van uw diabetes. Het is
essentieel, dat u aandacht besteedt aan
deze meldingen en, indien nodig, hierop
actie onderneemt.
Uw insulinepomp geeft deze meldingen
weer door middel van akoestische signalen
en trilsignalen. U kunt hetzij de akoestische
signalen, hetzij de trilsignalen uitschakelen,
maar voor uw veiligheid kunt u beide bij het
eerste alarmsignaal niet tegelijkertijd
uitschakelen.
Uw insulinepomp kan een signaal afgeven
voor de volgende meldingen:
U kunt een groot aantal
Herinneringen instellen
om u te helpen
herinneren aan de taken
herinneringen
van uw diabetesbeheer.
Herinneringen stoppen
de insulinetoediening
niet.
ReAgeRen Op een pOMpMeLdIng
Waar-
schuwingen
Onderhouds-
meldingen
Een Waarschuwing
wordt geactiveerd door
de insulinepomp, als uw
aandacht op korte
termijn vereist is.
Bijvoorbeeld: als de
ampul bijna leeg is,
wordt op uw
insulinepomp
Waarschuwing W31:
Ampul bijna
leeg.
Waarschuwingen
stoppen de
insulinetoediening niet.
Een Onderhoudsmelding
wordt geactiveerd, als
uw onmiddellijke actie
vereist is om het
functioneren van de
insulinepomp in stand te
houden. Bijvoorbeeld:
als de ampul leeg is,
wordt op uw
insulinepomp
Onderhoud M21: Ampul
leeg
weergegeven.
Nadat er een
onderhoudsmelding is
weergegeven, bevindt
de insulinepomp zich in
de PAUZE- of de
STOP-modus. Start de
insulinetoediening,
indien nodig, opnieuw.
10
99