Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de
geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig
worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt.
[30] Opnemen > Een opnamefunctie selecteren
Film
U kunt de sluitertijd of diafragmawaarde instellen op uw gewenste instellingen voor het
opnemen van bewegende beelden. U kunt ook de beeldhoek controleren alvorens op te nemen.
1. Zet de functiekeuzeknop in de stand
2. MENU →
Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen
selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd.
Menu-onderdelen
Autom. programma:
Maakt het mogelijk om op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd
als de diafragmawaarde). De andere instellingen kunnen handmatig worden gemaakt.
Diafragmavoorkeuze:
Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de diafragmawaarde handmatig is ingesteld.
Sluitertijdvoorkeuze:
Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de sluitertijd handmatig is ingesteld.
Handm. belichting:
Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de belichting handmatig is ingesteld (zowel de
sluitertijd als de diafragmawaarde).
[31] De opnamefuncties gebruiken > De zoom gebruiken
Zoom
Als een zoomlens is bevestigd, kunt u beelden vergroten door de zoomring van de lens te
draaien.
1. Draai de zoomring van de zoomlens om het onderwerp te vergroten.
Wanneer een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, bedient u de zoomknop van
(Camera- instellingen) → [Film] → gewenste instelling.
(Film).