Opmerking
Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF] en [
[Automatisch], ligt het diafragma vast op het moment dat u de ontspanknop tot halverwege
indrukt. Als de helderheid sterk verandert tijdens continu opnemen, haalt u uw vinger van de
ontspanknop af en drukt u de ontspanknop opnieuw tot halverwege in.
Een bediening met de AEL-knop heeft voorrang boven de instellingen van [
sluiter].
[74] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen
Bel.comp.inst.
Stelt in of de belichtingscompensatiewaarde moet worden toegepast om zowel het flitslicht als
het omgevingslicht te regelen, of alleen het omgevingslicht.
1. MENU →
(Eigen instellingen) → [Bel.comp.inst.] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen
Omgeving+flits (standaardinstelling):
Past de belichtingscompensatiewaarde toe om zowel het flitslicht als het omgevingslicht te
regelen.
Alleen omgeving:
Past de belichtingscompensatiewaarde toe om alleen het omgevingslicht te regelen.
[75] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen
Zebra
Het zebrapatroon wordt afgebeeld over het deel van een beeld als het helderheidsniveau de
IRE die u hebt ingesteld overschrijdt. Gebruik dit zebrapatroon als richtlijn bij het instellen van
de helderheid.
1. MENU →
(Eigen instellingen) → [Zebra] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen
Uit (standaardinstelling):
Beeldt het zebrapatroon niet af.
70/75/80/85/90/95/100/100+:
AEL met sluiter] is [Uit] of
AEL met