Ontstekingssysteem
De motor is voorzien van een elektronisch ontstekingssysteem. Alleen de bougie heeft onderhoud nodig.
Aanbevolen bougie, zie "Technische Gegevens".
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een verkeerd type bougie kan de motor beschadigen.
1. Maak de ontstekingskabel los en maak rond de bougie schoon.
2. Verwijder de bougie met een 3/4" (19 mm) bougiedop.
3. Controleer de bougie. Vervang de bougie wanneer de elektroden rondom verbrand zijn of wanneer de
isolator gesprongen of beschadigd is. Maak de bougie schoon met een staalborstel als hij gebruikt moet
worden.
4. Meet de elektrodenafstand met een voeler. De afstand moet 0,75 mm (0,030") zijn. Stel de afstand
indien nodig af door de elektroden te buigen.
5. Schroef de bougie met de hand weer vast om te voorkomen dat het schroefdraad beschadigd raakt.
6. Nadat de bougie aanligt, moet hij vastgedraaid worden met een bougiesleutel zodat de ring
samengedrukt wordt. Een gebruikte bougie moet 1/8 slag gedraaid worden vanaf de zetelaanligging. Een
nieuwe bougie moet 1/4 slag gedraaid worden vanaf de zetelaanligging.
7. Zet de ontstekingskabelklem weer terug.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Een te los aangedraaide bougie kan leiden tot oververhitting en de motor beschadigen. Een te
vast aangedraaide bougie kan het schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
30
– Nederlands
ONDERHOUD