4
Druk op de PROGRAM + of
PROGRAM – toets om te zoeken
naar componentcodenummers uit
dezelfde categorie (in dit geval,
codenummers die beginnen met "8").
Druk op de PROGRAM + toets om door
te gaan naar het volgende codenummer.
Druk op de PROGRAM – toets om terug
te gaan naar het vorige codenummer.
PROGRAM
Opmerking
Om componentcodenummers uit een
andere categorie te kiezen, keert u terug
naar stap 3 of voert u vóór stap 4 een
viercijferig componentcodenummer uit een
andere categorie in (bijvoorbeeld een
codenummer dat begint met "3", "4", enz.).
5
Richt de afstandsbediening naar
de component en druk op de
POWER1 toets.
Tijdens het verzenden van het
bedieningssignaal verschijnt het
symbool op het scherm.
Als dit goed werkt (TV, AMP worden
uitgeschakeld, de weergave begint
voor CD, MD, DAT, TAPE en andere
componenten worden ingeschakeld),
ga dan naar stap 6.
Heeft het niet het gewenste effect,
herhaal dan de stappen 4 en 5.
6
Druk op de ENT toets.
Er klinkt een pieptoon en de gekozen
componentnaam, het vooringestelde
viercijferige componentcodenummer
en "OK" lichten gedurende 2
seconden op. Het scherm keert terug
naar stap 2.
Opmerking
Noteer het codenummer om het niet te
vergeten.
7
Druk op de COMMANDER OFF
toets.
COMMANDER
OFF
Als u de COMMANDER OFF toets
langer dan 2 seconden ingedrukt
houdt
Dan schakelt de afstandsbediening
uit.
Als u de COMMANDER OFF toets
minder dan 2 seconden ingedrukt
houdt
Dan keert de afstandsbediening terug
naar de vorige instelstand.
17