Husqvarna T540XP II handleiding

Inhoud

Husqvarna T540XP II

Veiligheid

Veiligheidsdefinities

De onderstaande definities geven het niveau van de ernst aan voor elk signaalwoord.

Waarschuwing voor persoonlijk letsel
Letsel aan personen.

Voorzichtigheid voor schade aan het product
Schade aan het product.

Opmerking: Deze informatie maakt het product gemakkelijker te gebruiken.

Algemene veiligheidsinstructies

Waarschuwing
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Een kettingzaag is een gevaarlijk hulpmiddel als het onzorgvuldig of onjuist wordt gebruikt en kan ernstig letsel of de dood veroorzaken. Het is erg belangrijk dat u de inhoud van deze bedieningshandleiding leest en begrijpt.
  • Onder geen enkele omstandigheid mag het ontwerp van het product worden gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik geen product dat door anderen lijkt te zijn gewijzigd en gebruik alleen accessoires die worden aanbevolen voor dit product. Niet-geautoriseerde wijzigingen en/of accessoires kunnen leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood van de bediener of anderen.
  • Een gebruikte geluiddemper/vonkenvanger en het montagevlak van de vonkenvanger kunnen afzettingen van verbrandingsdeeltjes bevatten die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd blootstelling aan deze verbindingen bij het hanteren van de geluiddemper en/of de vonkenvanger. Raadpleeg voordat u de geluiddemper en/of de vonkenvanger hanteert Een controle van de geluiddemper uitvoeren
  • Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor, kettingolienevel en zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen.
  • Dit product produceert tijdens het gebruik een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te verminderen, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat ze dit product gebruiken.
  • De informatie in deze bedieningshandleiding is nooit een vervanging voor professionele vaardigheden en ervaring. Als u in een situatie terechtkomt waarin u zich onveilig voelt, stop dan en vraag deskundig advies. Neem contact op met uw servicehandelaar of een ervaren gebruiker van een kettingzaag. Probeer geen taak uit te voeren waar u zich onzeker over voelt!

Veiligheidsinstructies voor gebruik

Waarschuwing
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Deze kettingzaag met bovenhandgreep is speciaal ontworpen voor boomchirurgie en onderhoud in de boom. Vanwege het speciale compacte handgreepontwerp (dicht op elkaar geplaatste handgrepen), is er een verhoogd risico op verlies van controle. Om deze reden mogen deze speciale kettingzagen alleen worden gebruikt voor werkzaamheden in een boom door personen die zijn opgeleid in speciale snij- en werktechnieken en die goed zijn vastgezet (hefkooi, touwen, veiligheidsharnas). Reguliere kettingzagen (met handgrepen die verder uit elkaar staan) worden aanbevolen voor alle andere zaagwerkzaamheden op de begane grond.
  • Werken in een boom vereist het gebruik van speciale snij- en werktechnieken die in acht moeten worden genomen om het verhoogde risico op persoonlijk letsel te verminderen. Werk nooit in een boom tenzij u een specifieke, professionele training voor dergelijk werk hebt gehad, inclusief training in het gebruik van veiligheids- en andere klimuitrusting, zoals harnassen, touwen, riemen, klimijzers, karabijnhaken, enzovoort.
  • Probeer nooit vallende delen op te vangen. Zaag nooit in de boom als u slechts met één touw bent vastgemaakt. Gebruik altijd twee vastgemaakte touwen.
  • Tijdens kritieke velbewerkingen moeten gehoorbeschermers onmiddellijk worden opgetild wanneer het zagen is voltooid, zodat geluiden en waarschuwingssignalen kunnen worden gehoord.
  • Voordat u dit product gebruikt, moet u de effecten van terugslag begrijpen en weten hoe u deze kunt vermijden. Raadpleeg Terugslaginformatie voor instructies.
  • Gebruik nooit een product dat defect is. Voer de veiligheidscontroles, het onderhoud en de service-instructies uit die in deze handleiding worden beschreven. Sommige onderhouds- en servicemaatregelen moeten worden uitgevoerd door getrainde en gekwalificeerde specialisten. Raadpleeg Onderhoud voor instructies.
  • Brandgevaar Gebruik het product nooit met zichtbare schade aan de bougiedop en de ontstekingskabel. Er ontstaat een vonkgevaar, dat brand kan veroorzaken.
  • Gebruik het product nooit als u moe bent, onder invloed bent van alcohol of drugs, medicijnen of iets anders dat uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel kan beïnvloeden.
  • Gebruik het product niet bij slecht weer, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind, intense kou, enzovoort. Werken bij slecht weer is vermoeiend en brengt vaak extra risico's met zich mee, zoals een ijzige ondergrond, onvoorspelbare velrichting, enzovoort.
  • Defecte zaagapparatuur of de verkeerde combinatie van geleider en zaagketting verhoogt het risico op terugslag! Gebruik alleen de geleider- en zaagkettingcombinaties die wij aanbevelen, en volg de vijlinstructies. Raadpleeg Accessoires voor instructies.
  • Start nooit een product tenzij de geleider, de zaagketting en alle afdekkingen correct zijn gemonteerd. Raadpleeg Montage voor instructies. Zonder een geleider en een zaagketting die aan het product zijn bevestigd, kan de koppeling losraken en ernstig letsel veroorzaken.
  • Start het product nooit binnenshuis. Uitlaatgassen kunnen gevaarlijk zijn bij inademing.
  • Let op uw omgeving en zorg ervoor dat er geen risico is dat mensen of dieren in contact komen met of uw controle over het product beïnvloeden.
  • Gebrek aan concentratie kan leiden tot terugslag als de terugslagzone van de geleiderstang per ongeluk een tak, een nabijgelegen boom of een ander object raakt.
  • Gebruik nooit een kettingzaag door deze met één hand vast te houden. Een kettingzaag kan niet veilig met één hand worden bediend; u kunt uzelf snijden. Zorg altijd voor een stevige grip om de handgrepen met beide handen.
  • Houd de kettingzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op de bovenste handgreep en uw linkerhand op de voorste handgreep. Wikkel uw vingers en duimen om de handgrepen. U moet deze grip gebruiken, of u nu rechts- of linkshandig bent. Deze grip minimaliseert het effect van terugslag en zorgt ervoor dat u de kettingzaag onder controle houdt. Laat de handgrepen niet los!
  • Gebruik de kettingzaag nooit boven schouderhoogte.
  • Gebruik het product niet in een situatie waarin u geen hulp kunt inroepen in geval van een ongeluk.
  • Soms komen er spaanders vast te zitten in de koppelingsafdekking, waardoor de zaagketting vastloopt. Stop altijd de motor voordat u gaat schoonmaken.
  • Als de zaagketting vastloopt in de zaagsnede: stop de motor!
  • Het laten draaien van een motor in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan leiden tot de dood als gevolg van koolmonoxidevergiftiging.
  • Brandgevaar De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start het product niet binnenshuis of in de buurt van ontvlambaar materiaal.
  • Gebruik de kettingrem als parkeerrem wanneer u het product start en wanneer u korte afstanden aflegt. Draag het product altijd aan de voorste handgreep. Dit vermindert het risico dat u of een persoon in uw buurt door de zaagketting wordt geraakt.
  • Overmatige blootstelling aan trillingen kan leiden tot schade aan de bloedsomloop of zenuwschade bij mensen met een verminderde bloedsomloop. Neem contact op met uw arts als u symptomen van overmatige blootstelling aan trillingen ervaart. Dergelijke symptomen zijn gevoelloosheid, verlies van gevoel, tintelingen, prikkelingen, pijn, verlies van kracht, veranderingen in huidskleur of -conditie. Deze symptomen verschijnen normaal gesproken in de vingers, handen of polsen. Deze symptomen kunnen toenemen bij koude temperaturen.
  • Het is niet mogelijk om elke denkbare situatie te beschrijven die u kunt tegenkomen bij het gebruik van een kettingzaag. Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd alle situaties waarvan u denkt dat ze uw mogelijkheden te boven gaan. Als u zich na het lezen van deze instructies nog steeds onzeker voelt over de bedieningsprocedures, moet u een deskundige raadplegen voordat u verdergaat. Aarzel niet om contact op te nemen met uw dealer of Husqvarna als u vragen hebt over het gebruik van de kettingzaag. Wij zijn u graag van dienst en geven u advies en helpen u uw kettingzaag zowel efficiënt als veilig te gebruiken. Volg indien mogelijk een training over het gebruik van kettingzagen. Uw dealer, bosbouwschool of bibliotheek kan u informatie geven over welke trainingsmaterialen en -cursussen beschikbaar zijn.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Waarschuwing
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • De meeste kettingzaagongevallen gebeuren wanneer de zaagketting de bediener raakt. U moet tijdens de bediening goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. Persoonlijke beschermingsmiddelen bieden u geen volledige bescherming tegen verwondingen, maar ze verminderen de mate van verwonding als er een ongeluk gebeurt. Neem contact op met uw servicehandelaar voor aanbevelingen over welke apparatuur u moet gebruiken.
  • Uw kleding moet nauwsluitend zijn, maar uw bewegingen niet beperken. Controleer regelmatig de staat van de persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Gebruik een goedgekeurde veiligheidshelm.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Gebruik een veiligheidsbril of een gezichtsvizier om het risico op letsel door weggeslingerde voorwerpen te verminderen. Het product kan met grote kracht voorwerpen wegslingeren, zoals houtsnippers, kleine stukjes hout en meer. Dit kan leiden tot ernstig letsel, vooral aan de ogen.
  • Gebruik handschoenen met zaagbescherming.
  • Gebruik een broek met zaagbescherming.
  • Gebruik laarzen met zaagbescherming, een stalen neus en een antislipzool.
  • Zorg altijd voor een EHBO-kit.
  • Risico op vonken. Houd brandblusgereedschap en een schop in de buurt om bosbranden te voorkomen.

Veiligheidsvoorzieningen op het product


Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Gebruik geen product met defecte veiligheidsvoorzieningen.
  • Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig. Zie Onderhoud en controles van de veiligheidsvoorzieningen op het product
  • Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna-onderhoudsdealer.

Kettingrem en voorste handbescherming
Uw product heeft een kettingrem die de zaagketting stopt als u een terugslag krijgt. De kettingrem vermindert het risico op ongevallen, maar alleen u kunt ze voorkomen.

De kettingrem handmatig inschakelen
De kettingrem (A) wordt handmatig ingeschakeld door uw linkerhand of automatisch door het traagheidsmechanisme. Duw de voorste handbescherming (B) naar voren om de kettingrem handmatig in te schakelen.


Trek de voorste handbescherming naar achteren om de kettingrem uit te schakelen.


Gasklepvergrendeling
De gasklepvergrendeling voorkomt onbedoelde bediening van de gasklep. Als u uw hand om de handgreep legt en op de gasklepvergrendeling (A) drukt, ontgrendelt deze de gasklep (B). Als u de handgreep loslaat, bewegen de gasklep en de gasklepvergrendeling terug naar hun oorspronkelijke posities. Deze functie vergrendelt de gasklep in de stationaire stand.


Kettingvanger
De kettingvanger vangt de zaagketting op als deze breekt of ontspoort. De juiste spanning van de zaagketting en correct uitgevoerd onderhoud aan de zaagketting en het zaagblad verminderen het risico op ongevallen.

Trillingsdempingssysteem
Het trillingsdempingssysteem vermindert trillingen in de handgrepen. Trillingsdempingseenheden werken als een scheiding tussen de productbehuizing en de handgreepeenheid.
Zie Productoverzicht voor informatie over waar het trillingsdempingssysteem zich op uw product bevindt.


Start-/stopschakelaar
Gebruik de start-/stopschakelaar om de motor te stoppen.

Geluiddemper

brandgevaarbrandgevaar
De geluiddemper wordt erg heet tijdens/na gebruik en bij stationair toerental. Er is een risico op brand, vooral wanneer u het product in de buurt van brandbare materialen en/of dampen gebruikt.

brandgevaarbrandgevaar
Gebruik geen product zonder geluiddemper of met een defecte geluiddemper. Een defecte geluiddemper kan het geluidsniveau en het risico op brand verhogen. Houd brandblusmiddelen in de buurt. Gebruik geen product zonder of met een kapotte vonkenvanger als u een vonkenvanger in uw omgeving moet hebben. De geluiddemper houdt het geluidsniveau tot een minimum beperkt en leidt de uitlaatgassen weg van de gebruiker. In gebieden met heet, droog weer is er een hoog risico op brand. Volg de plaatselijke voorschriften en onderhoudsinstructies op.

Brandstofveiligheid


Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Zorg voor voldoende ventilatie bij het tanken of mengen van brandstof (benzine en tweetaktolie).
  • Brandstof en brandstofdamp zijn licht ontvlambaar en kunnen ernstig letsel veroorzaken bij inademing of aanraking met de huid. Neem daarom voorzorgsmaatregelen bij het hanteren van brandstof en zorg voor voldoende ventilatie.
  • brandgevaar Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof en kettingolie. Wees u bewust van de risico's van brand, explosie en die in verband met inademing.
  • Niet roken en geen hete voorwerpen in de buurt van brandstof plaatsen.
  • Stop altijd de motor en laat hem een paar minuten afkoelen voordat u gaat tanken.
  • Open bij het tanken de brandstofdop langzaam, zodat eventuele overdruk voorzichtig kan worden afgevoerd.
  • Draai de brandstofdop na het tanken zorgvuldig vast.
  • Tank het product nooit bij terwijl de motor draait.
  • Verplaats het product altijd minstens 3 m (10 ft) van het tankgebied en de brandstofbron voordat u start.
    Voorzorgsmaatregelen bij het tanken

Na het tanken zijn er enkele situaties waarin u het product nooit mag starten:

  • Als u brandstof of kettingolie op het product hebt gemorst. Veeg het gemorste materiaal af en laat de resterende brandstof verdampen.
  • Als u brandstof op uzelf of op uw kleding hebt gemorst. Verwissel uw kleding en was elk deel van uw lichaam dat in contact is geweest met brandstof. Gebruik zeep en water.
  • Als het product brandstof lekt. Controleer regelmatig op lekkage van de brandstoftank, de brandstofdop en de brandstofleidingen.

Veiligheidsinstructies voor onderhoud


Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u onderhoud aan het product uitvoert.

  • Voer alleen het onderhoud en de service uit die in deze bedieningshandleiding worden gegeven. Laat al het andere onderhoud en reparaties uitvoeren door professioneel servicepersoneel.
  • Voer regelmatig de veiligheidscontroles, het onderhoud en de service-instructies uit die in deze handleiding worden gegeven. Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het product en vermindert het risico op ongevallen. Zie Onderhoud en controles van de veiligheidsvoorzieningen op het product voor instructies.
  • Als de veiligheidscontroles in deze bedieningshandleiding niet zijn goedgekeurd nadat u onderhoud hebt uitgevoerd, neem dan contact op met uw servicedealer. Wij garanderen dat er professionele reparaties en service beschikbaar zijn voor uw product.

Veiligheidsinstructies voor de snijuitrusting


Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Gebruik alleen goedgekeurde combinaties van zaagblad/zaagketting en vijlapparatuur. Zie Accessoires voor instructies.
  • Draag beschermende handschoenen wanneer u de zaagketting gebruikt of onderhoudt. Een zaagketting die niet beweegt, kan ook letsel veroorzaken.
  • Houd de snijtanden correct geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmaat. Een zaagketting die beschadigd of onjuist geslepen is, verhoogt het risico op ongevallen.
  • Houd de juiste dieptesteller instelling aan. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen dieptesteller instelling. Een te grote dieptesteller instelling verhoogt het risico op terugslag.
  • Zorg ervoor dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen het zaagblad zit, kan de zaagketting ontsporen. Een onjuiste spanning van de zaagketting verhoogt de slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel. Zie De spanning van de ketting aanpassen.
  • Onderhoud de snijuitrusting regelmatig en houd deze correct gesmeerd. Als de zaagketting niet correct is gesmeerd, neemt het risico op slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel toe.

Inleiding

Beoogd gebruik

Dit product is bedoeld voor professioneel boomonderhoud, zoals snoeien, en voor het in secties ontmantelen van bomen.
Opmerking: Nationale voorschriften kunnen een limiet stellen aan de werking van het product.

Productbeschrijving

De Husqvarna T540XP II is een kettingzaagmodel met een verbrandingsmotor. Er wordt voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw veiligheid en efficiëntie tijdens het gebruik. Neem contact op met uw servicehandelaar voor meer informatie.

Productoverzicht

Productoverzicht

  1. Voorste handbeschermer
  2. Stopknop
  3. Informatie- en waarschuwingssticker
  4. Bovenste handgreep
  5. Luchtfilterdeksel
  6. Chokebediening
  7. Oogje voor touw
  8. Luchtfilterbol
  9. Brandstoftank
  10. Venster brandstofniveau
  11. Startkoordgreep
  12. Starterhuis
  13. Voorste handgreep
  14. Kettingolietank
  15. Kettingwiel aan zaagbladpunt
  16. Zaagketting
  17. Geleidezaagblad
  18. Gasklephendel
  19. Gasklepblokkering
  20. Oogje voor riem
  21. Koppelingsdeksel
  22. Kettingspanner
  23. Typeplaatje met product- en serienummer
  24. Kettingvanger
  25. Getande bumper
  26. Stelschroef oliepompen
  27. Geleidezaagbladbeschermer
  28. Gebruiksaanwijzing
  29. Combinatiesleutel
  30. Zaagbladmoer
  31. Luchtfilter
  32. Trillingsdempingssysteem
  33. Geluiddemper en vonkenvanger

Symbolen op het product

waarschuwing Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben voor de gebruiker of anderen.
Draag altijd een goedgekeurde veiligheidshelm, goedgekeurde gehoorbescherming en oogbescherming.
Geluidsuitstoot naar het milieu conform de Europese Richtlijn 2000/14/EG en de wetgeving van New South Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Gegevens over geluidsemissie zijn te vinden op het machinelabel en in het hoofdstuk Technische gegevens. Technische gegevens en op het label.
Kettingrem, geactiveerd (rechts). Kettingrem, gedeactiveerd (links).
Luchtfilterbol.
Afstelling van de oliepompen.
Brandstof.
Kettingolie.
Beide handen van de gebruiker moeten worden gebruikt om de kettingzaag te bedienen.
Bedien de kettingzaag nooit met slechts één hand.
Laat de punt van het geleidezaagblad nooit in contact komen met een object.
Waarschuwing! Terugslag kan optreden wanneer de neus of punt van het geleidezaagblad een object raakt, en een bliksemsnelle omgekeerde reactie veroorzaken, waardoor het geleidezaagblad omhoog en naar de bediener wordt geslingerd. Kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
Gebruik geschikte bescherming voor voet-been en hand-arm.
Deze kettingzaag mag alleen worden gebruikt door personen die speciaal zijn opgeleid in boomonderhoudswerkzaamheden. Zie de gebruikershandleiding!
Werkpositie.
Choke.
Afmeting handgreepinzetstuk.
yyyywwxxxx Het typeplaatje toont het serienummer. yyyy is het productiejaar en ww is de productieweek.

Opmerking: Andere symbolen/stickers op het product verwijzen naar certificeringseisen voor bepaalde markten.

Euro V-emissies


Knoeien met de motor maakt de EU-typegoedkeuring van dit product ongeldig.

Montage

Het geleidezaagblad en de ketting monteren

  1. Ontgrendel de kettingrem.
  2. Draai de zaagbladmoer los en verwijder het koppelingsdeksel.
    Opmerking: Als het koppelingsdeksel niet gemakkelijk te verwijderen is, draai dan de zaagbladmoer vast, activeer de kettingrem en ontgrendel. Er is een klik te horen als deze correct is losgelaten.
  3. Monteer het geleidezaagblad op de zaagbladbout. Verplaats het geleidezaagblad naar de meest achterste stand.
  4. Installeer de zaagketting correct rond het aandrijftandwiel en plaats deze in de groef op het geleidezaagblad.


Draag altijd beschermende handschoenen wanneer u de zaagketting monteert.

  1. Zorg ervoor dat de randen van de messen naar voren wijzen aan de bovenrand van het geleidezaagblad.
    Het geleidezaagblad en de ketting monteren - Stap 1
  2. Lijn het gat in het geleidezaagblad uit met de kettingspannerpen en installeer het koppelingsdeksel.
    Het geleidezaagblad en de ketting monteren - Stap 2
  3. Draai de zaagbladmoer handvast aan.
  4. Span de zaagketting aan. Raadpleeg De spanning van de ketting aanpassen voor instructies
  5. Draai de zaagbladmoeren vast.
    Opmerking: Sommige modellen hebben slechts één zaagbladmoer.

Het handgreepinzetstuk monteren

Het product is verkrijgbaar met verschillende handgreepinzetstukken met de afmetingen medium, large en extra large. Het product wordt geleverd met het large handgreepinzetstuk.

  • Als u de afmeting van het handgreepinzetstuk moet wijzigen, neem dan contact op met uw servicehandelaar.

Het oogje voor riem monteren

Gebruik het oogje voor riem om het product aan een riem of harnas te bevestigen.

  • Neem contact op met uw servicehandelaar om het oogje voor riem te monteren.

Bediening

Een functiecontrole uitvoeren voordat u het product gebruikt

Functiecontrole voordat u het product gebruikt

  1. Zorg ervoor dat de kettingrem correct werkt en niet beschadigd is.
  2. Zorg ervoor dat de gashendelvergrendeling correct werkt en niet beschadigd is.
  3. Zorg ervoor dat de start-/stopknop correct werkt en niet beschadigd is.
  4. Zorg ervoor dat er geen olie op de handgrepen zit.
  5. Zorg ervoor dat het trillingsdempingssysteem correct werkt en niet beschadigd is.
  6. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct is bevestigd en niet beschadigd is.
  7. Zorg ervoor dat alle onderdelen correct zijn bevestigd en niet beschadigd zijn of ontbreken.
  8. Zorg ervoor dat de kettingvanger correct is bevestigd.
  9. Zorg ervoor dat de spanning van de zaagketting correct is.

Brandstof

Dit product heeft een tweetaktmotor.


Een onjuiste brandstofsoort kan leiden tot motorschade. Gebruik een mengsel van benzine en tweetaktolie.

Voorgemengde brandstof

  • Gebruik Husqvarna voorgemengde alkylaatbrandstof voor de beste prestaties en een langere levensduur van de motor. Deze brandstof bevat minder schadelijke chemicaliën dan gewone brandstof, waardoor er minder schadelijke uitlaatgassen vrijkomen. De hoeveelheid resten na verbranding is lager bij deze brandstof, waardoor de onderdelen van de motor schoner blijven. Om brandstof te mengen

Benzine

  • Gebruik loodvrije benzine van goede kwaliteit met een maximum van 10% ethanol.


Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON/87 AKI. Het gebruik van een lager octaangetal kan motorkloppingen veroorzaken, wat motorschade veroorzaakt.

Tweetaktolie

  • Gebruik voor de beste resultaten en prestaties Husqvarna tweetaktolie.
  • Als er geen Husqvarna tweetaktolie beschikbaar is, gebruik dan een tweetaktolie van goede kwaliteit voor luchtgekoelde motoren. Neem contact op met uw servicedealer om de juiste olie te selecteren.


Gebruik geen tweetaktolie voor watergekoelde buitenboordmotoren, ook wel buitenboordmotorolie genoemd. Gebruik geen olie voor viertaktmotoren.

Benzine en tweetaktolie mengen

Benzine, liter Tweetaktolie, liter
2% (50:1)
5 0.10
10 0.20
15 0.30
20 0.40


Kleine fouten kunnen de verhouding van het mengsel drastisch beïnvloeden wanneer u kleine hoeveelheden brandstof mengt. Meet de hoeveelheid olie zorgvuldig en zorg ervoor dat u de juiste mix krijgt.

  1. Vul de helft van de hoeveelheid benzine in een schone container voor brandstof.
  2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
  3. Schud het brandstofmengsel.
  4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe aan de container.
  5. Schud het brandstofmengsel voorzichtig.


Meng niet meer brandstof dan u in 1 maand kunt gebruiken.

De brandstoftank vullen


Neem de volgende procedure in acht voor uw veiligheid.

  1. Stop de motor en laat de motor afkoelen.
  2. Maak de omgeving rond de brandstoftankdop schoon.
  3. Schud de container en zorg ervoor dat de brandstof volledig is gemengd.
  4. Verwijder de brandstoftankdop langzaam om de druk te ontlasten.
  5. Vul de brandstoftank.


Zorg ervoor dat er niet te veel brandstof in de brandstoftank zit. De brandstof zet uit wanneer deze heet wordt.

  1. Draai de brandstoftankdop zorgvuldig vast.
  2. Maak gemorste brandstof op en rond het product schoon.
  3. Verplaats het product minstens 3 m van de tankplaats en de brandstofbron voordat u de motor start.

Opmerking: Raadpleeg Productoverzicht om te zien waar de brandstoftank zich op uw product bevindt

Inlopen

  • Gebruik tijdens de eerste 10 bedrijfsuren geen volgas zonder belasting gedurende langere perioden.

De juiste kettingolie gebruiken


Gebruik geen afgewerkte olie, die letsel kan veroorzaken bij u en schade aan het milieu. Afgewerkte olie veroorzaakt ook schade aan de oliepomp, de geleider en de zaagketting.


De zaagketting kan breken als de smering van de snijapparatuur onvoldoende is. Risico op ernstig letsel of overlijden van de bediener.


Dit product heeft een functie waarmee de brandstof opraakt voordat de kettingolie op is. Gebruik de juiste kettingolie om deze functie correct te laten werken. Neem contact op met uw servicedealer wanneer u uw kettingolie selecteert.

  • Gebruik Husqvarna kettingolie voor een maximale levensduur van de zaagketting en om negatieve effecten op het milieu te voorkomen. Als er geen Husqvarna kettingolie beschikbaar is, raden we u aan om een standaard kettingolie te gebruiken.
  • Gebruik een kettingolie met een goede hechting aan de zaagketting.
  • Gebruik een kettingolie met een correct viscositeitsbereik dat overeenkomt met de luchttemperatuur.


Als de olie te dun is, loopt deze op voordat de brandstof op is. Bij temperaturen onder 0 °C worden sommige kettingoliën te dik, wat schade kan veroorzaken aan de oliepompcomponenten.

  • Gebruik de aanbevolen snijapparatuur. Zie Accessoires
  • Verwijder de dop van de kettingolietank.
  • Vul de kettingolietank met kettingolie.
  • Bevestig de dop zorgvuldig.

Opmerking: Raadpleeg Productoverzicht om te zien waar de kettingolietank zich op uw product bevindt

Informatie over terugslag


Een terugslag kan ernstig letsel of overlijden van de bediener of anderen veroorzaken. Om het risico te verminderen, moet u de oorzaken van terugslag kennen en weten hoe u deze kunt voorkomen.

Een terugslag treedt op wanneer de terugslagzone van de geleider een object raakt. Een terugslag kan plotseling en met grote kracht optreden, waardoor het product in de richting van de bediener wordt geslingerd.

Terugslag treedt altijd op in het snijvlak van de geleider. Meestal wordt het product tegen de bediener gegooid, maar het kan ook in een andere richting bewegen. Het is de manier waarop u het product gebruikt wanneer de terugslag optreedt die de richting van de beweging veroorzaakt.

Een kleinere radius van de punt van de geleider vermindert de kracht van de terugslag.
Gebruik een zaagketting met lage terugslag om de effecten van terugslag te verminderen. Laat de terugslagzone geen object raken.


Geen enkele zaagketting voorkomt terugslag volledig. Neem altijd de instructies in acht

Veelgestelde vragen over terugslag

  • Zal de hand altijd de kettingrem inschakelen tijdens een terugslag?
    Nee. Het is noodzakelijk om enige kracht te gebruiken om de voorste handbeschermer naar voren te duwen. Als u niet de nodige kracht gebruikt, wordt de kettingrem niet ingeschakeld. U moet ook de handgrepen van het product stabiel vasthouden met twee handen tijdens het werk. Als er een terugslag optreedt, is het mogelijk dat de kettingrem de zaagketting niet stopt voordat deze u raakt. Er zijn ook enkele posities waarin uw hand de voorste handbeschermer niet kan raken om de kettingrem in te schakelen.
  • Zal het traagheidsmechanisme altijd de kettingrem inschakelen tijdens een terugslag?
    Nee. Ten eerste moet de kettingrem correct werken. Raadpleeg Een controle van de voorste handbeschermer uitvoeren voor instructies over het controleren van de kettingrem. We raden u aan dit elke keer te doen voordat u het product gebruikt. Ten tweede moet de kracht van de terugslag groot zijn om de kettingrem in te schakelen. Als de kettingrem te gevoelig is, kan deze tijdens ruw gebruik inschakelen.
  • Zal de kettingrem me altijd beschermen tegen letsel tijdens een terugslag?
    Nee. De kettingrem moet correct werken om bescherming te bieden. De kettingrem moet ook tijdens een terugslag worden ingeschakeld om de zaagketting te stoppen. Als u zich in de buurt van de geleider bevindt, is het mogelijk dat de kettingrem niet genoeg tijd heeft om de zaagketting te stoppen voordat deze u raakt.


Alleen u en de juiste werktechniek kunnen terugslag voorkomen.

Het product starten

Voorbereiding voor het starten met een koude motor


De kettingrem moet zijn ingeschakeld wanneer het product wordt gestart, om het risico op letsel te verminderen.

  1. Beweeg de voorste handbescherming naar voren om de kettingrem in te schakelen.
  2. Druk ongeveer 6 keer op de brandstofbol of totdat de brandstof de bol begint te vullen. Het is niet nodig om de brandstofbol volledig te vullen.
  3. Zet de choke in de choke-stand.
  4. Ga verder naar Het product starten voor meer instructies.

Voorbereiding voor het starten met een warme motor


De kettingrem moet zijn ingeschakeld wanneer het product wordt gestart, om het risico op letsel te verminderen.

  1. Beweeg de voorste handbescherming naar voren om de kettingrem in te schakelen.
  2. Druk ongeveer 6 keer op de brandstofbol of totdat de brandstof de bol begint te vullen. Het is niet nodig om de brandstofbol volledig te vullen.
  3. Zet de choke in de choke-stand en direct daarna in de werkstand.
  4. Ga verder naar Het product starten voor meer instructies.

Het product starten


U moet uw voeten in een stabiele positie houden wanneer u het product start.


Als de zaagketting stationair draait, neemt u contact op met uw servicehandelaar en gebruikt u het product niet.

  1. Plaats het product op de grond.
  2. Plaats uw linkerhand op de voorste handgreep.
  3. Plaats uw knie op het achterste gedeelte van de bovenste handgreep.
  4. Trek langzaam aan het handvat van het startkoord met uw rechterhand totdat u weerstand voelt.


Draai het startkoord niet om uw hand.


Trek het startkoord niet volledig uit en laat het handvat van het startkoord niet los.

  1. Als u uw product start met een koude motor, trekt u aan het handvat van het startkoord totdat de motor aanslaat.
    Opmerking: U kunt vaststellen wanneer de motor aanslaat aan de hand van een "puff"-geluid.
  2. Zet de choke-bediening in de choke-stand
  1. Trek aan het handvat van het startkoord totdat de motor start.
  2. Ontgrendel snel de gasklepvergrendeling om het product op stationair toerental te zetten.
  3. Beweeg de voorste handbescherming naar achteren om de kettingrem uit te schakelen.
    Het product starten
  4. Gebruik het product.

Het product in de boom starten

Opmerking: zorg ervoor dat u voldoende brandstof hebt voordat u het product start.

  1. Schakel de kettingrem in.
  2. Houd het product aan de linker- of rechterkant van uw lichaam wanneer u het product start.
    1. Als u het product aan uw linkerzijde vasthoudt, plaatst u uw linkerhand op de voorste handgreep. Houd het handvat van het startkoord met uw rechterhand vast en duw het product van uw lichaam af wanneer u het product start.
    2. Als u het product aan uw rechterzijde vasthoudt, plaatst u uw rechterhand op een van de twee handgrepen. Houd het handvat van het startkoord met uw linkerhand vast en duw het product van uw lichaam af wanneer u het product start.

Het product stoppen

  1. Duw de start/stop-schakelaar naar de STOP (STOPPEN) positie.

Informatie over de werktechniek


De informatie over de werktechniek in deze bedieningshandleiding is niet voldoende training om dit product te bedienen. Gebruik dit product alleen als u de juiste training in boomonderhoud hebt gehad. Bedienen zonder de juiste training kan leiden tot ernstig letsel of de dood van de bediener of anderen.

  • Gebruik volgas wanneer u zaagt en verlaag na elke zaagsnede tot stationair toerental.


Er kan schade aan de motor optreden als de motor te lang volgas draait zonder belasting.

  • Plaats bij het zagen de gekartelde bumper in de stam en gebruik deze als hefboom.
    Opmerking: Niet alle modellen hebben een gekartelde bumper. Neem contact op met uw servicehandelaar voor meer informatie.

Trekbeweging en duwbeweging
U kunt met het product in 2 verschillende posities door het hout zagen.

  • Zagen met de trekbeweging is wanneer u zaagt met de onderkant van het zaagblad. De zaagketting trekt tijdens het zagen door de boom. In deze positie hebt u een betere controle over het product en de positie van de terugslagzone.
  • Zagen met de duwbeweging is wanneer u zaagt met de bovenkant van het zaagblad. De zaagketting duwt het product in de richting van de bediener.


Als de zaagketting vast komt te zitten in de stam, kan het product naar u toe worden geduwd. Houd het product stevig vast en zorg ervoor dat de terugslagzone van het zaagblad de boom niet raakt en een terugslag veroorzaakt.
Voorzorgsmaatregel om te voorkomen dat de ketting aan een stam blijft haken

Het product voorbereiden voor gebruik in een boom

Grondbediener

Voer als grondbediener de volgende stappen uit.

  1. Onderzoek het product.
  2. Vul de brandstof- en kettingolietank.
  3. Bevestig het uiteinde van een goedgekeurde veiligheidslijn aan het touwoog.
    Opmerking: Een veiligheidslijn zorgt ervoor dat het product de grond niet raakt als het valt.
  4. Zorg ervoor dat er een karabijnhaak aan het andere uiteinde van de veiligheidslijn zit.
  5. Start en warm het product op.
  6. Stop het product.
  7. Schakel de kettingrem in.
  8. Hijs het product met behulp van klimhulpmiddelen naar de bediener in de boom.


Zorg ervoor dat het product veilig is bevestigd wanneer u het naar de bediener in de boom hijst.

Boombediener

Volg als boombediener de onderstaande instructies.

  1. Voordat u de veiligheidslijn loskoppelt van de klimhulpmiddelen, moet u het product aan het harnas bevestigen. Bevestig het product aan het harnas via het riemoog of een stalen ring aan de veiligheidslijn.


Bevestig de veiligheidslijn aan 1 van de aanbevolen verbindingspunten op het harnas.


Als u alleen de veiligheidslijn gebruikt om het product aan het harnas te bevestigen, laat u het product volledig zakken met de veiligheidslijn. Laat het product niet vanaf een hoogte los.

  1. Gebruik goedgekeurde karabijnhaken om het vrije uiteinde van de veiligheidslijn aan een van de verbindingspunten op het harnas te bevestigen. Dit is uw primaire verbindingspunt.


De veiligheidslijn mag alleen aan het touwoog worden bevestigd.

  1. Zorg ervoor dat u zich in een stabiele en veilige positie bevindt om de zaagsnede te maken.
  2. Maak het product los van het secundaire verbindingspunt, start het product en maak de zaagsnede.
  3. Schakel de kettingrem direct in nadat de zaagsnede is voltooid.
  4. Stop het product en plaats het in het secundaire verbindingspunt.

Het product in een boom bedienen


De meeste ongevallen gebeuren wanneer de bediener geen volledige controle heeft over het product of de werkpositie.

  • Zorg voor een veilige werkpositie.
  • Zaag horizontale secties op heuphoogte en verticale secties op solar plexus-hoogte.
  • Houd het product met 2 handen vast.
  • Zorg ervoor dat u stevig staat en houd een lage zijwaartse kracht aan wanneer u verticale takken zaagt. Stuur de veiligheidslijn door een ander verbindingspunt om toenemende zijwaartse krachten te verwijderen of te voorkomen. U kunt ook een verstelbare lijn rechtstreeks van het harnas naar een ander verbindingspunt gebruiken.
  • Gebruik een voetlus om een veilige werkpositie te behouden.
  • Controleer met regelmatige tussenpozen het harnas, de riem en de touwen.
  • Als u met het product moet klimmen, bevestigt u het product aan het achterste verbindingspunt op het harnas. Het achterste verbindingspunt houdt het product vrij van klimlijnen en zorgt ervoor dat het gewicht centraal wordt ondersteund door uw wervelkolom.


U moet de kettingrem inschakelen wanneer u het product op de veiligheidslijn laat zakken.

Een vastgelopen product verwijderen

  1. Stop het product.
  2. Bevestig het product veilig aan de boom aan de binnenkant, tegen de stamzijde, van de zaagsnede of een andere touwlijn.
  3. Trek de zaag voorzichtig uit de zaagsnede terwijl u de tak indien nodig optilt.


Probeer niet om het product los te trekken. Kans op ernstig letsel.

  1. Gebruik indien nodig een handzaag of een tweede kettingzaag om het product los te maken. Zaag de tak op minimaal 30 cm van het vastgelopen product af. Maak de zaagsnede aan de buitenkant van waar het product is vastgelopen.

Het product gebruiken bij koud weer

Waarschuwing
Sneeuw en koud weer kunnen bedieningsproblemen veroorzaken. Risico op een te lage motortemperatuur of ijs op het luchtfilter en de carburateur.

  1. Bedek een deel van de luchtinlaat op de starter. Dit verhoogt de motortemperatuur.
  2. Voor temperaturen onder -5°C/23°F of in omstandigheden met sneeuw, is er een winterafdekking verkrijgbaar. Monteer de winterafdekking op de starterbehuizing. De winterafdekking vermindert de stroom van koele lucht en houdt sneeuw weg van de carburateurruimte.
    De winterafdekking bevestigen

Opmerking: Onderdeelnummer voor winterafdekking: 579 38 48-01

Waarschuwing
Verwijder de afdekking als de temperatuur boven -5°C/23°F komt. Risico op een te hoge motortemperatuur en schade aan de motor.

Onderhoud

Onderhoudsschema

Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud
Reinig de externe onderdelen van het product en zorg ervoor dat er geen olie op de handgrepen zit. Reinig het koelsysteem. Zie Het koelsysteem reinigen Controleer de remband. Zie De remband controleren
Controleer de gashendel en de gashendelvergrendeling. Zie De gashendel en de gashendelvergrendeling controleren Controleer de starter, het startkoord en de terugtrekveer. Controleer de koppelingskern, de koppelingsklok en de koppelingsveer.
Zorg ervoor dat er geen schade is aan de trillingsdempingseenheden. Smeer het naaldlager. Zie Het naaldlager smeren Reinig de bougie. Zie De bougie controleren.
Reinig en controleer de kettingrem. Zie De kettingrem controleren Verwijder bramen van de randen van het zaagblad. Zie De gashendel en de gashendelvergrendeling controleren Reinig de externe onderdelen van de carburateur.
Controleer de kettingsvanger. Zie De kettingsvanger controleren Reinig of vervang het vonkenvangerscherm op de uitlaatdemper. Zie De uitlaatdemper controleren Controleer het brandstoffilter en de brandstofslang. Vervang indien nodig.
Draai het zaagblad om, controleer het smeergat en reinig de groef in het zaagblad. Zie Het zaagblad controleren Reinig het carburateurgebied. Controleer alle kabels en verbindingen.
Zorg ervoor dat het zaagblad en de zaagketting voldoende olie krijgen. Reinig of vervang het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen Maak de brandstoftank leeg.
Controleer de zaagketting. Zie Het snijgereedschap controleren Reinig tussen de cilindervinnen. Maak de olietank leeg.
Slijp de zaagketting en controleer de spanning ervan. Zie De ketting slijpen
Controleer het kettingaandrijftandwiel. Zie Het tandwiel controleren
Reinig de luchtinlaat op de starter.
Zorg ervoor dat moeren en schroeven zijn aangedraaid.
Controleer de stopschakelaar. Zie De start-/stopschakelaar controleren
Zorg ervoor dat er geen brandstof lekt uit de motor, tank of brandstofleidingen.
Zorg ervoor dat de zaagketting niet draait wanneer de motor stationair draait.
Zorg ervoor dat de uitlaatdemper correct is bevestigd, geen beschadigingen heeft en dat er geen onderdelen van de uitlaatdemper ontbreken.

Onderhoud en controles van de veiligheidsvoorzieningen op het product

De remband controleren

  1. Gebruik een borstel om houtstof, hars en vuil van de kettingrem en de koppelingsklok te verwijderen. Vuil en slijtage kunnen de werking van de rem verminderen.
    Afbeelding van het schoonmaken van de remband
  2. Controleer de remband. De remband moet minimaal 0,6 mm dik zijn op het dunste punt.

De voorste handbeschermer controleren

  1. Zorg ervoor dat de voorste handbeschermer niet beschadigd is en dat er geen defecten zijn, zoals scheuren.
  2. Zorg ervoor dat de voorste handbeschermer vrij kan bewegen en veilig is bevestigd aan de koppelingsdeksel.
    Afbeelding van het controleren van de voorste handbeschermer

De kettingrem controleren

  1. Start het product. Zie Het product starten voor instructies.


Zorg ervoor dat de zaagketting de grond of andere objecten niet raakt.

  1. Houd het product stevig vast.
    Afbeelding van het vasthouden van het product


Zorg ervoor dat de zaagketting de grond of andere objecten niet raakt.

  1. Geef vol gas en kantel uw linkerpols tegen de voorste handbeschermer om de kettingrem in te schakelen. De zaagketting moet onmiddellijk stoppen.
    Afbeelding van het inschakelen van de kettingrem


Laat de voorste handgreep niet los wanneer u de kettingrem inschakelt.

De gashendel en de gashendelvergrendeling controleren

  1. Zorg ervoor dat de gashendel en de gashendelvergrendeling vrij kunnen bewegen en dat de terugtrekveer correct werkt.
    Afbeelding van het controleren van de gashendel en de gashendelvergrendeling
  2. Duw de gashendelvergrendeling omlaag en zorg ervoor dat deze terugkeert naar de oorspronkelijke positie wanneer u deze loslaat.
    Afbeelding van het loslaten van de gashendelvergrendeling
  3. Zorg ervoor dat de gashendel is vergrendeld in de stationaire positie wanneer de gashendelvergrendeling is losgelaten.
    Afbeelding van de gashendelvergrendeling in de stationaire positie
  4. Start de kettingzaag en geef vol gas.
  5. Laat de gashendel los en zorg ervoor dat de zaagketting stopt en stationair blijft.


Als de zaagketting draait wanneer de gashendel in de stationaire positie staat, neem dan contact op met uw servicepunt.

De kettingsvanger controleren

  1. Zorg ervoor dat de kettingsvanger niet beschadigd is.
  2. Zorg ervoor dat de kettingsvanger stabiel is en aan de body van het product is bevestigd.
    Afbeelding van de kettingsvanger

Het trillingsdempingssysteem controleren

  1. Zorg ervoor dat er geen scheuren of vervormingen zijn op de trillingsdempingseenheden.
  2. Zorg ervoor dat de trillingsdempingseenheden correct zijn bevestigd aan de motoreenheid en de handgreepeenheid.

Zie Productoverzicht voor informatie over waar het trillingsdempingssysteem zich op uw product bevindt.

De start-/stopschakelaar controleren

  1. Start de motor.
  2. Duw de start-/stopschakelaar naar de stand STOP (STOP). De motor moet stoppen.
    Afbeelding van de start-/stopschakelaar

De uitlaatdemper controleren


Een gebruikte uitlaatdemper/vonkenvanger en montagevlak van de vonkenvanger kunnen afzettingen van verbrandingsdeeltjes op de oppervlakken bevatten die kankerverwekkend kunnen zijn. Om huidcontact en inademing van dergelijke deeltjes bij het reinigen en/of onderhouden van de vonkenvanger te vermijden, moet u altijd:

  • handschoenen dragen;
  • reinigen en/of onderhouden in een goed geventileerde ruimte;
  • geen perslucht gebruiken om het scherm van de vonkenvanger te reinigen;
  • een staalborstel gebruiken en van uw lichaam af borstelen bij het reinigen van de vonkenvanger.
  1. Verwijder de uitlaatdemperafdekking.
    Afbeelding van de uitlaatdemperafdekking
  2. Zorg ervoor dat de uitlaatdemper niet defect is.


Gebruik geen product met een defecte uitlaatdemper of een uitlaatdemper die in slechte staat verkeert. Breng het product terug naar een Husqvarna-dealer/servicestation als de uitlaatdemper defect is.

  1. Verwijder het scherm van de vonkenvanger.
    Opmerking: verwijder de uitlaatdemper niet van het product.
    Afbeelding van het scherm van de vonkenvanger
  2. Reinig het scherm van de vonkenvanger met een staalborstel. Vervang het scherm van de vonkenvanger als het beschadigd is.
  3. Installeer het scherm van de vonkenvanger op het product. Zorg ervoor dat het scherm van de vonkenvanger correct is bevestigd.

AutoTune

Uw product heeft de AutoTune-functie die de carburateur automatisch aanpast, waardoor de best mogelijke afstelling wordt verkregen. Met AutoTune kan de motor zich aanpassen aan weersomstandigheden, hoogte, benzine en het type tweetaktolie


Als AutoTune niet correct werkt, neem dan contact op met uw servicepunt. Het product past zich na enkele keren tanken correct aan.

Een gebroken of versleten startkoord vervangen

  1. Maak de schroeven van de starterbehuizing los.
  2. Verwijder de starterbehuizing.
    Afbeelding van de starterbehuizing
  3. Trek het startkoord ongeveer 30 cm uit en plaats het in de inkeping op de poelie.
  4. Laat de poelie langzaam naar achteren draaien om de terugtrekveer los te maken.
    Afbeelding van de poelie
  5. Verwijder de bout in het midden van de poelie en verwijder de poelie.
    Afbeelding van het verwijderen van de poelie
  6. Houd de startkoordgreep vast.
  7. Trek aan het startkoord totdat 1 cm van de veergeleider zichtbaar is. Druk tegelijkertijd de afdekking van de startgreep omlaag en verwijder deze van de startkoordgreep.
    Opmerking: als het startkoord is gebroken in de startkoordgreep, drukt u de afdekking van de startgreep omlaag. Gebruik de combinatiesleutel om de afdekking van de startgreep te verwijderen.
    Afbeelding van de afdekking van de startgreep
    Afbeelding van de afdekking van de startgreep verwijderen
  8. Bevestig een nieuw startkoord aan de poelie. Wikkel het startkoord ongeveer 3 slagen rond de poelie.
  9. Verbind de poelie met de terugtrekveer. Het uiteinde van de terugtrekveer moet in de poelie grijpen.
  10. Bevestig de schroef in het midden van de poelie.
  11. Trek het startkoord door het gat in de starterbehuizing, de startkoordgreep en de veergeleider.
  12. Maak een knoop 1 cm (A) van het einde van het startkoord.
    Afbeelding van het maken van een knoop in het startkoord
  13. Leg het touweinde of het startkoord parallel aan de knoop.
  14. Duw de knoop in de veergeleider (B).
    Afbeelding van de knoop in de veergeleider
  15. Trek aan het startkoord totdat 1 cm van de veergeleider zichtbaar is. Monteer tegelijkertijd de afdekking van de startgreep.
    Het vervangen van een gebroken of versleten startkoord

De terugtrekveer spannen

Afbeelding van het spannen van de terugtrekveer

  1. Plaats het startkoord in de inkeping in de poelie.
  2. Draai de starterpoelie ongeveer 2 slagen met de klok mee.
  3. Zorg ervoor dat u de poelie ½ slag kunt draaien nadat het startkoord volledig is uitgetrokken.

De starterbehuizing op het product monteren

  1. Trek het startkoord uit en plaats de starter tegen het carter.
  2. Laat het startkoord langzaam los totdat de poelie in de palen grijpt.
  3. Draai de schroeven vast die de starter vasthouden.
    Afbeelding van de starterbehuizing monteren

Het luchtfilter reinigen

Reinig het luchtfilter regelmatig van vuil en stof. Dit voorkomt storingen aan de carburateur, startproblemen, verlies van motorvermogen, slijtage aan motoronderdelen en meer brandstofverbruik dan normaal.

  1. Verwijder het luchtfilterdeksel en het luchtfilter.
  2. Gebruik een borstel of schud het luchtfilter schoon. Gebruik reinigingsmiddel en water om het volledig te reinigen.
    Opmerking: een luchtfilter dat lange tijd is gebruikt, kan niet volledig worden gereinigd. Vervang het luchtfilter regelmatig en vervang een defect luchtfilter altijd.
  3. Bevestig het luchtfilter en zorg ervoor dat het luchtfilter goed aansluit op de filterhouder.
    Opmerking: vanwege verschillende werkomstandigheden, weer of seizoen kan uw product met verschillende soorten luchtfilters worden gebruikt. Neem contact op met uw servicepunt voor meer informatie.
    Het luchtfilter reinigen

De bougie controleren


Gebruik de aanbevolen bougie. Raadpleeg Technische gegevens. Een onjuiste bougie kan schade aan het product veroorzaken.

  1. Als het product moeilijk te starten of te bedienen is, of als het product onjuist werkt bij stationair toerental, onderzoek dan de bougie op ongewenste materialen. Om het risico op ongewenst materiaal op de bougie-elektroden te verkleinen, voert u de volgende stappen uit:
    1. zorg ervoor dat het brandstofmengsel correct is.
    2. zorg ervoor dat het luchtfilter schoon is.
  2. Reinig de bougie als deze vuil is.
  3. Zorg ervoor dat de elektrodenafstand 0,50 mm is.
  4. Vervang de bougie maandelijks of vaker indien nodig.

De ketting slijpen

Informatie over het zaagblad en de ketting


Draag beschermende handschoenen wanneer u de zaagketting gebruikt of onderhoudt. Een zaagketting die niet beweegt, kan ook letsel veroorzaken.

Vervang een versleten of beschadigd zaagblad of zaagketting door de door Husqvarna aanbevolen combinatie van zaagblad en zaagketting. Dit is noodzakelijk om de veiligheidsfuncties van het product te behouden. Raadpleeg Accessoires voor een lijst met vervangende blad- en kettingcombinaties die wij aanbevelen.

  • Lengte zaagblad, in/cm. Informatie over de lengte van het zaagblad is meestal te vinden aan de achterkant van het zaagblad.
    Informatie over de lengte van het zaagblad vinden
  • Aantal tanden op het kettingwiel aan de bladpunt (T).
  • Kettingsteek, in. De afstand tussen de aandrijfschakels van de zaagketting moet overeenkomen met de afstand van de tanden op het kettingwiel aan de bladpunt en het aandrijftandwiel.
  • Aantal aandrijfschakels. Het aantal aandrijfschakels wordt bepaald door het type zaagblad.
  • Breedte bladgroef, in/mm. De groefbreedte in het zaagblad moet hetzelfde zijn als de breedte van de aandrijfschakels van de ketting.
    De groefbreedte in het zaagblad controleren
  • Kettingoliegat en gat voor kettingspanner. Het zaagblad moet overeenkomen met het product.
  • Breedte aandrijfschakel, mm/in.

Algemene informatie over het slijpen van de messen

Gebruik geen botte zaagketting. Als de zaagketting bot is, moet u meer druk uitoefenen om het zaagblad door het hout te duwen. Als de zaagketting erg bot is, zijn er geen houtsnippers, maar zaagsel.
Een scherpe zaagketting vreet zich door het hout en de houtsnippers worden lang en dik.
De snijtand (A) en de dieptemeter (B) vormen samen het snijgedeelte van de zaagketting, het mes. Het hoogteverschil tussen de twee geeft de snijdiepte (dieptemeterinstelling) aan.

Denk aan het volgende wanneer u het mes slijpt:

  • Vijlhoek.
  • Snijhoek.
  • Vijlpositie.
  • Diameter ronde vijl.

Het is niet eenvoudig om een zaagketting correct te slijpen zonder de juiste apparatuur. Gebruik de Husqvarna-vijlmal. Dit helpt u om maximale snijprestaties en het risico op terugslag tot een minimum te beperken.


De kracht van de terugslag neemt aanzienlijk toe als u de slijpinstructies niet opvolgt.

Opmerking: Raadpleeg De messen slijpen voor informatie over het slijpen van de zaagketting.

De messen slijpen

  1. Gebruik een ronde vijl en een vijlmal om de snijtanden te slijpen.
    Opmerking: Raadpleeg Vijlgereedschap en vijlhoeken voor informatie over welke vijl en mal Husqvarna aanbeveelt voor uw zaagketting.
  2. Breng de vijlmal correct aan op het mes. Raadpleeg de instructies die bij de vijlmal zijn geleverd.
    Onderhoud - De messen slijpen
  3. Beweeg de vijl van de binnenkant van de snijtanden naar buiten. Verminder de druk op de haalstreek.
  4. Verwijder materiaal van één kant van alle snijtanden.
  5. Draai het product om en verwijder materiaal van de andere kant.
  6. Zorg ervoor dat alle snijtanden even lang zijn.

Algemene informatie over het aanpassen van de dieptemeterinstelling

De dieptemeterinstelling (C) neemt af wanneer u de snijtand (A) slijpt. Om maximale snijprestaties te behouden, moet u vijlmateriaal van de dieptemeter (B) verwijderen om de aanbevolen dieptemeterinstelling te verkrijgen. Zie Vijlgereedschap en vijlhoeken voor instructies over hoe u de juiste dieptemeterinstelling voor uw zaagketting kunt verkrijgen.


Het risico op terugslag neemt toe als de dieptemeterinstelling te groot is!

De dieptemeterinstelling aanpassen

Voordat u de dieptemeterinstelling aanpast of de messen slijpt, raadpleegt u Informatie over het zaagblad en de ketting voor instructies. We raden u aan om de dieptemeterinstelling aan te passen na elke derde bewerking waarbij u de snijtanden slijpt.
We raden u aan om onze dieptemetertool te gebruiken om de juiste dieptemeterinstelling en afschuining voor de dieptemeter te verkrijgen.

  1. Gebruik een platte vijl en een dieptemetertool om de dieptemeterinstelling aan te passen. Gebruik alleen de Husqvarna-dieptemetertool om de juiste dieptemeterinstelling en afschuining voor de dieptemeter te krijgen.
  2. Plaats de dieptemetertool op de zaagketting.
    Opmerking: Zie de verpakking van de dieptemetertool voor meer informatie over het gebruik van de tool.
  3. Gebruik de platte vijl om het deel van de dieptemeter te verwijderen dat door de dieptemetertool steekt.

De kettingspanning aanpassen


Een zaagketting met een onjuiste spanning kan loskomen van het zaagblad en ernstig letsel of de dood veroorzaken. Een zaagketting wordt langer wanneer u deze gebruikt. Pas de zaagketting regelmatig aan.

  1. Maak de bladmoeren los die de koppelingsdeksel/kettingrem vasthouden. Gebruik een sleutel.
    Opmerking: Sommige modellen hebben slechts één bladmoer.
  2. Draai de bladmoeren zo stevig mogelijk met de hand vast.
  3. Til de voorkant van het zaagblad op en draai aan de kettingspanschroef. Gebruik een sleutel.
  4. Span de zaagketting aan totdat deze strak tegen het zaagblad zit, maar nog steeds gemakkelijk kan bewegen.
  5. Draai de bladmoeren vast met de sleutel en til tegelijkertijd de voorkant van het zaagblad op.
  6. Zorg ervoor dat u de zaagketting vrij met de hand kunt rondtrekken en dat deze niet aan het zaagblad hangt.

Raadpleeg Productoverzicht voor de positie van de kettingspanschroef op uw product.

De kettingsmering controleren

  1. Start het product en laat het werken op ¾ gas.
  2. Houd het zaagblad ongeveer 20 cm boven een oppervlak met een lichte kleur.
  3. Als de zaagkettingsmering correct is, ziet u na 1 minuut een duidelijke olielijn op het oppervlak.
  4. Als de zaagkettingsmering niet correct werkt, controleer dan het zaagblad. Raadpleeg Het zaagblad controleren voor instructies. Neem contact op met uw servicehouder als de onderhoudsstappen niet helpen.

Het steekkettingwiel controleren

De koppelingsklok heeft een steekkettingwiel dat op de koppelingsklok is gelast.

  • Controleer regelmatig visueel de mate van slijtage van het steekkettingwiel. Vervang de koppelingsklok met het steekkettingwiel als er te veel slijtage is.

Het naaldlager smeren

  1. Trek de voorste handbescherming naar achteren om de kettingrem uit te schakelen.
  2. Maak de bladmoeren los en verwijder de koppelingsdeksel.
    Opmerking: Sommige modellen hebben slechts één bladmoer.
  3. Plaats het product op een stabiel oppervlak met de koppelingsklok omhoog.
  4. Verwijder de koppelingsklok en smeer het naaldlager met een vetspuit. Gebruik motorolie of een lagerolie van hoge kwaliteit.
    Onderhoud - Het naaldlager smeren

De snijapparatuur onderzoeken

  1. Zorg ervoor dat er geen scheuren in de klinknagels en schakels zitten en dat er geen klinknagels los zitten. Vervang indien nodig.
    Onderzoek van de snijapparatuur - Stap 1
  2. Zorg ervoor dat de zaagketting gemakkelijk te buigen is. Vervang de zaagketting als deze stijf is.
  3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe zaagketting om te onderzoeken of de klinknagels en schakels versleten zijn.
  4. Vervang de zaagketting wanneer het langste deel van de snijtand minder dan 4 mm is. Vervang de zaagketting ook als er scheuren in de messen zitten.
    Onderzoek van de snijapparatuur - Stap 2

Het zaagblad controleren

  1. Zorg ervoor dat het oliekanaal niet geblokkeerd is. Reinig indien nodig.
  2. Onderzoek of er bramen op de randen van het zaagblad zitten. Verwijder de bramen met een vijl.
  3. Reinig de groef in het zaagblad.
  4. Onderzoek de groef in het zaagblad op slijtage. Vervang het zaagblad indien nodig.
  5. Onderzoek of de bladpunt ruw of erg versleten is.
  6. Zorg ervoor dat het kettingwiel aan de bladpunt vrij draait en dat het smeergat in het kettingwiel aan de bladpunt niet geblokkeerd is. Reinig en smeer indien nodig.
  7. Draai het zaagblad dagelijks om de levenscyclus te verlengen.

Het brandstofreservoir en het kettingoliereservoir onderhouden

  • Laat het brandstofreservoir en het kettingoliereservoir regelmatig leeglopen en reinig ze.
  • Vervang het brandstoffilter jaarlijks of vaker indien nodig.


Vervuiling in de reservoirs veroorzaakt storingen.

De kettingolie-toevoer aanpassen


Stop de motor voordat u aanpassingen aan de oliepomp maakt.

  1. Draai aan de stelschroef voor de oliepomp. Gebruik een schroevendraaier of combinatiesleutel.
    Onderhoud - De kettingolie-toevoer aanpassen
    1. Draai de stelschroef met de klok mee om de kettingolie-toevoer te vergroten.
    2. Draai de stelschroef tegen de klok in om de kettingolie-toevoer te verkleinen.

Het koelsysteem reinigen

Het koelsysteem houdt de motortemperatuur laag. Het koelsysteem omvat de luchtinlaat op de starter (A), de luchtgeleidingsplaat (B), de pallen op het vliegwiel (C) en de koppelingsdeksel (D).
Onderhoud - Het koelsysteem reinigen

  1. Reinig het koelsysteem wekelijks met een borstel of vaker als dat nodig is.
  2. Zorg ervoor dat het koelsysteem niet vuil of verstopt is.


Een vuil of verstopt koelsysteem kan ervoor zorgen dat het product te heet wordt, wat schade aan het product kan veroorzaken.

Probleemoplossing

De motor start niet

Te onderzoeken productonderdeel Mogelijke oorzaak Actie
Starterpalen De starterpalen zijn geblokkeerd. Stel de starterpalen af of vervang ze.
Maak de omgeving van de palen schoon.
Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.
Brandstoftank Onjuist brandstoftype. Tap de brandstoftank af en vul hem met de juiste brandstof.
De brandstoftank is gevuld met kettingolie. Als u hebt geprobeerd het product te starten, neem dan contact op met uw onderhoudsdealer. Als u niet hebt geprobeerd het product te starten, tap dan de brandstoftank af.
Ontsteking, geen vonk De bougie is vuil of nat. Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is.
De elektrodenafstand is onjuist. Maak de bougie schoon. Zorg ervoor dat de elektrodenafstand en bougie correct zijn, en dat het juiste bougietype wordt aanbevolen of een equivalent daarvan.
Raadpleeg Technische gegevens voor de juiste elektrodenafstand.
Bougie en cilinder De bougie zit los. Draai de bougie vast.
De motor is verzadigd door herhaalde starts met volle choke na ontsteking. Verwijder en reinig de bougie. Leg het product op zijn kant met het bougiegat van u af gericht. Trek 6-8 keer aan het starterkoord. Monteer de bougie en start het product. Raadpleeg Het product starten.

De motor start, maar stopt weer

Te onderzoeken productonderdeel Mogelijke oorzaak Actie
Brandstoftank Onjuist brandstoftype. Tap de brandstoftank af en vul hem met de juiste brandstof.
Carburateur Het stationair toerental is niet correct. Neem contact op met uw onderhoudsdealer.
Luchtfilter Verstopt luchtfilter. Reinig of vervang het luchtfilter.
Brandstoffilter Verstopt brandstoffilter. Vervang het brandstoffilter.

Transport en opslag

  • brandgevaar Zorg er bij opslag en transport van het product en de brandstof voor dat er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of boilers, kunnen brand veroorzaken.
  • Gebruik altijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
  • Leeg de brandstof- en kettingolietanks voor transport of voor langdurige opslag. Voer de brandstof en kettingolie af op een daarvoor bestemde locatie.
  • Gebruik de transportbescherming op het product om letsel of schade aan het product te voorkomen. Een zaagketting die niet beweegt, kan ook ernstig letsel veroorzaken.
  • Verwijder de bougiedop van de bougie en activeer de kettingrem.
  • Zet het product veilig vast tijdens transport.

Uw product voorbereiden voor langdurige opslag

  1. Stop het product en laat het afkoelen voordat u het demonteert.
  2. Demonteer en reinig de zaagketting en de groef in de geleider.


Als de zaagketting en geleider niet worden gereinigd, kunnen ze stijf worden of blokkeren.

  1. Bevestig de transportbescherming.
  2. Reinig het product. Raadpleeg Onderhoud voor instructies.
  3. Voer een volledig onderhoud van het product uit.

Technische gegevens

Husqvarna T540XP II
Motor
Cilinderinhoud, cm3 37.7
Stationair toerental, tpm 3000
Maximaal motorvermogen volgens ISO 7293, kW/pk bij tpm 1.8/2.5@10200
Ontstekingssysteem1
Bougie NGK CMR6H
Elektrodenafstand, mm 0.5
Brandstof- en smeersysteem
Inhoud brandstoftank, liter/cm3 0.34/340
Inhoud olietank, liter/cm3 0.20/200
Type oliepomp Verstelbaar
Gewicht
Gewicht, kg 3.9
Geluidsuitstoot 2
Geluidsvermogensniveau, gemeten dB(A) 114
Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd L WA dB(A) 116
Geluidsniveaus 3
Equivalent geluidsdrukniveau aan het oor van de bediener, dB(A) 104
Equivalent trillingsniveau, ahveq 4
Voorste handgreep, m/s2 3.5
Achterste handgreep, m/s2 4.2
Zaagketting/geleider
Type aandrijftandwiel/aantal tanden Spur 6
Zaagkettingsnelheid bij 133% van het maximale motorvermogen, m/s. 25.8

1 Gebruik altijd het aanbevolen type bougie! Het gebruik van de verkeerde bougie kan de zuiger/cilinder beschadigen.
2 Geluidsuitstoot in de omgeving gemeten als geluidsvermogen (LWA) in overeenstemming met EG-richtlijn 2000/14/EG.
3 Equivalent geluidsdrukniveau, volgens ISO 22868, wordt berekend als de tijdgewogen energieoptelling voor verschillende geluidsdrukniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De typische statistische spreiding voor het equivalente geluidsdrukniveau is een standaarddeviatie van 1 dB (A).
4 Equivalent trillingsniveau, volgens ISO 22867, wordt berekend als de tijdgewogen energieoptelling voor trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. Gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau hebben een typische statistische spreiding (standaarddeviatie) van 1 m/s 2

Accessoires

Kettingzaagmodellen Husqvarna T540XP II zijn beoordeeld op veiligheid volgens EN ISO 11681-2:2011 (Machines voor bosbouw - Draagbare kettingzagen - Veiligheidseisen en beproeving. Deel 2: Kettingzagen voor boomverzorging) en voldoen aan de veiligheidseisen wanneer ze zijn uitgerust met de hieronder vermelde combinaties van geleider en zaagketting.

Zaagketting met lage terugslag

Een zaagketting die is aangemerkt als zaagketting met lage terugslag, voldoet aan de eis voor lage terugslag die is gespecificeerd in ANSI B175.1-2012.

Terugslag en neusradius geleider

Geleider Zaagketting
Lengte, in/cm Steek, in Dikte, in/mm Max. neusradius Type Lengte, aandrijfschakels (nr.) Lage terugslag
12/30 3/8 0.050/1.3 9T

Husqvarna H37

Husqvarna H36

Husqvarna

S93G

45 Ja
14/36 52
16/41 56
12/30 0.043 0.325 mini 8T Husqvarna SP21G 51 Ja
14/36 59
16/41 64

De bruikbare zaaglengte is meestal 1 inch minder dan de nominale lengte van de geleider.

Vijlmateriaal en vijlhoeken

Gebruik een Husqvarna-vijlmal om de zaagketting te slijpen.
Een Husqvarna-vijlmal zorgt ervoor dat u de juiste vijlhoeken krijgt. De onderdeelnummers staan in de onderstaande tabel.
Als u niet zeker weet hoe u het type zaagketting op uw product kunt identificeren, gaat u naar www.husqvarna.com voor meer informatie.

H37 5/32 in /
4.0 mm
579 65 36-01 0.025 in /
0.65 mm
30° 80° 580 68 75-01
H36 5/32 in /
4.0 mm
505 24 37-01 0.025 in /
0.65 mm
30° 80° 505 69 81-38
S93G 5/32 in /
4.0 mm
587 80 90-01 0.025 in /
0.65 mm
30° 60° 587 80 67-01
SP21G 5/32 in /
4.0 mm
595 00 47-01 0.025 in /
0.65 mm
30° 60° 595 00 46-01

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Husqvarna T540XP II handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave