Husqvarna T435 Handleiding

Husqvarna T435

Inleiding

Beoogd gebruik
Dit product is bestemd voor professioneel boomonderhoud zoals snoeien en het in secties ontmantelen van bomen.
Opmerking: Nationale voorschriften kunnen een limiet stellen aan de bediening van het product.

Productbeschrijving
De Husqvarna T435 is een kettingzaagmodel met een verbrandingsmotor.
Er wordt voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw veiligheid en efficiëntie tijdens het gebruik. Neem contact op met uw servicehandelaar voor meer informatie.

Productoverzicht

Productoverzicht

  1. Kettingrem en handbescherming voor
  2. Informatie- en waarschuwingssticker
  3. Bovenhandgreep
  4. Carburateur afstelschroeven
  5. Filterdeksel
  6. Brandstoftank
  7. Bougie/bougiedop
  8. Starterhuis
  9. Startkoordgreep
  10. Handgreep voor
  11. Kettingolietank
  12. Oliepomp afstelschroef
  13. Luchtfilterbol
  14. Choke
  15. Throttle trigger lockout
  16. Throttle trigger
  17. Start/stop-schakelaar
  18. Zaagblad
  19. Zaagketting
  20. Zaagbladneuswiel
  21. Riemsluiting
  22. Koordsluiting
  23. Koppelingsdeksel
  24. Product- en serienummerplaat
  25. Kettingspan schroef
  26. Kettingvanger
  27. Getande bumper
  28. Gebruiksaanwijzing
  29. Transportbescherming
  30. Combinatiesleutel
  31. Schroevendraaier
  32. Luchtfilter
  33. Zaagbladmoer
  34. Trillingsdempingssysteem, 3 eenheden
  35. Remband

Symbolen op het product

waarschuwing Wees voorzichtig en gebruik het product correct. Dit product kan ernstig letsel of de dood van de bediener of anderen veroorzaken.
Handleiding lezen Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies begrijpt voordat u dit product gebruikt.
Bescherming dragen Draag altijd een goedgekeurde veiligheidshelm, goedgekeurde gehoorbescherming en oogbescherming.
CE markering Dit product voldoet aan de toepasselijke EG-richtlijnen.
UKCA markering Dit product voldoet aan de toepasselijke Britse voorschriften.
Geluidsvermogenniveau Label voor geluidsemissies naar het milieu conform EU- en Britse richtlijnen en voorschriften, en de wetgeving van New South Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogenniveau van het product is gespecificeerd in Technische gegevens.
Kettingrem Kettingrem, ingeschakeld (rechts). Kettingrem, uitgeschakeld (links).
Luchtfilterbol Luchtfilterbol.
Oliepomp Afstelling van de oliepomp.
Brandstof Brandstof.
Ketting olie Kettingolie.
Twee handen verplicht Beide handen van de bediener moeten worden gebruikt om de kettingzaag te bedienen.
Eén hand verboden Bedien de kettingzaag nooit met slechts één hand.
Terugslag gevaar Laat de punt van het zaagblad nooit in contact komen met een object.
Terugslag waarschuwing Waarschuwing
Terugslag kan optreden wanneer de neus of punt van het zaagblad een object raakt en een razendsnelle omgekeerde reactie veroorzaakt, waardoor het zaagblad omhoog en naar de bediener wordt geslingerd. Kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
Veiligheidskleding Gebruik geschikte bescherming voor voet-been en hand-arm.
Speciale training Deze kettingzaag mag alleen worden gebruikt door personen die speciaal zijn opgeleid in boomonderhoudswerkzaamheden. Zie de gebruiksaanwijzing!
Werkpositie Werkpositie.
Choke Choke.
yyyywwxxxx De typeplaat toont het serienummer. jjjj is het productiejaar en ww is de productieweek.

Opmerking: Andere symbolen/stickers op het product verwijzen naar certificeringseisen voor sommige markten.

Euro V-emissies
Waarschuwing
Knoeien met de motor maakt de EU-typegoedkeuring van dit product ongeldig.

Veiligheid

Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om de aandacht te vestigen op bijzonder belangrijke onderdelen van de handleiding.
Waarschuwing
Gebruikt als er een risico op letsel of overlijden is voor de bediener of omstanders als de instructies in de handleiding niet worden nageleefd.
Voorzichtigheid
Gebruikt als er een risico is op schade aan het product, andere materialen of de directe omgeving als de instructies in de handleiding niet worden nageleefd.
Opmerking: Wordt gebruikt om meer informatie te geven die nodig is in een bepaalde situatie.

Algemene veiligheidsinstructies

Waarschuwing
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Een kettingzaag is een gevaarlijk hulpmiddel als deze onzorgvuldig of onjuist wordt gebruikt en kan ernstig letsel of de dood veroorzaken. Het is erg belangrijk dat u de inhoud van deze gebruikershandleiding leest en begrijpt.
  • De constructie van het product mag onder geen enkele omstandigheid worden gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik geen product dat door anderen lijkt te zijn gewijzigd en gebruik alleen accessoires die worden aanbevolen voor dit product. Niet-geautoriseerde wijzigingen en/of accessoires kunnen leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood van de bediener of anderen.
  • Een gebruikte geluiddemper/vonkenvanger en het montagevlak van de vonkenvanger kunnen afzettingen van verbrandingsdeeltjes bevatten die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd blootstelling aan deze stoffen bij het hanteren van de geluiddemper en/of vonkenvanger. Raadpleeg Geluiddemper voordat u de geluiddemper en/of vonkenvanger gaat hanteren.
  • Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor, nevel van kettingolie en zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen.
  • Dit product produceert tijdens het gebruik een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te verminderen, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat ze dit product gebruiken.
  • De informatie in deze gebruikershandleiding is nooit een vervanging voor professionele vaardigheden en ervaring. Als u in een situatie terechtkomt waarin u zich onveilig voelt, stop dan en vraag deskundig advies. Neem contact op met uw servicepunt of een ervaren kettingzaaggebruiker. Probeer geen taak uit te voeren als u zich er niet zeker over voelt!

Veiligheidsinstructies voor gebruik
Waarschuwing
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Deze kettingzaag met handgreep bovenop is speciaal ontworpen voor boomverzorging en onderhoud in de boom. Vanwege het speciale compacte handgreepontwerp (dicht op elkaar geplaatste handgrepen) is er een verhoogd risico op controleverlies. Om deze reden mogen deze speciale kettingzagen alleen worden gebruikt voor werkzaamheden in een boom door personen die zijn opgeleid in speciale zaag- en werktechnieken en die goed zijn gezekerd (hefwerkbak, touwen, veiligheidsharnas). Reguliere kettingzagen (met verder uit elkaar geplaatste handgrepen) worden aanbevolen voor alle andere zaagwerkzaamheden op de begane grond.
  • Werken in een boom vereist het gebruik van speciale zaag- en werktechnieken die in acht moeten worden genomen om het verhoogde risico op persoonlijk letsel te verminderen. Werk nooit in een boom tenzij u een specifieke, professionele training voor dergelijk werk hebt gevolgd, inclusief training in het gebruik van veiligheids- en andere klimuitrusting, zoals harnassen, touwen, riemen, klimijzers, karabijnhaken, karabiners, enzovoort.
  • Probeer nooit vallende delen op te vangen. Zaag nooit in de boom als u slechts met één touw bent gezekerd. Gebruik altijd twee gezekerde touwen.
  • Tijdens kritieke velbewerkingen moeten gehoorbeschermers onmiddellijk worden opgetild wanneer het zagen is voltooid, zodat geluiden en waarschuwingssignalen kunnen worden gehoord.
  • Voordat u dit product gebruikt, moet u de effecten van terugslag begrijpen en hoe u deze kunt vermijden. Raadpleeg Terugslaginformatie voor instructies.
  • Gebruik nooit een product dat defect is. Voer de veiligheidscontroles, het onderhoud en de service-instructies uit die in deze handleiding worden beschreven. Sommige onderhouds- en servicewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door getrainde en gekwalificeerde specialisten. Raadpleeg Onderhoud voor instructies.
  • Gebruik het product nooit met zichtbare schade aan de bougiedop en ontstekingskabel. Er ontstaat een risico op vonken, wat brand kan veroorzaken.
  • Gebruik het product nooit als u moe bent, onder invloed bent van alcohol of drugs, medicijnen of iets anders dat uw gezichtsvermogen, alertheid, coördinatie of beoordelingsvermogen kan beïnvloeden.
  • Gebruik het product niet bij slecht weer, zoals dichte mist, hevige regen, sterke wind, intense kou, enzovoort. Werken bij slecht weer is vermoeiend en brengt vaak extra risico's met zich mee, zoals een ijzige ondergrond, een onvoorspelbare kaprichting, enzovoort.
  • Defecte zaagapparatuur of de verkeerde combinatie van geleider en zaagketting verhoogt het risico op terugslag! Gebruik alleen de geleider- en zaagkettingcombinaties die wij aanbevelen en volg de vijlinstructies. Raadpleeg Accessoires voor instructies.
  • Start nooit een product tenzij de geleider, zaagketting en alle afdekkingen correct zijn gemonteerd. Raadpleeg Montage voor instructies. Zonder een geleider en zaagketting aan het product kan de koppeling losraken en ernstig letsel veroorzaken.
    Veiligheidsinstructies voor gebruik - Stap 1
  • Start het product nooit binnenshuis. Uitlaatgassen kunnen gevaarlijk zijn bij inademing.
  • Let op uw omgeving en zorg ervoor dat er geen risico is dat mensen of dieren in contact komen met het product of uw controle over het product beïnvloeden.
    Veiligheidsinstructies voor gebruik - Stap 2
  • Gebrek aan concentratie kan leiden tot terugslag als de terugslagzone van de stang per ongeluk een tak, een nabijgelegen boom of een ander object raakt.
  • Gebruik nooit een kettingzaag door deze met één hand vast te houden. Een kettingzaag is niet veilig te bedienen met één hand; u kunt uzelf snijden. Houd altijd een stevige grip op de handgrepen met beide handen.
  • Houd de kettingzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op de bovenste handgreep en uw linkerhand op de voorste handgreep. Wikkel uw vingers en duimen om de handgrepen. U moet deze greep gebruiken, of u nu rechts- of linkshandig bent. Deze greep minimaliseert het effect van terugslag en stelt u in staat om de kettingzaag onder controle te houden. Laat de handgrepen niet los!
    Veiligheidsinstructies voor gebruik - Stap 3
  • Gebruik de kettingzaag nooit boven schouderhoogte.
    Veiligheidsinstructies voor gebruik - Stap 4
  • Gebruik het product niet in een situatie waarin u geen hulp kunt inroepen in geval van een ongeluk.
  • Soms komen er chips vast te zitten in de koppelingsdeksel, waardoor de zaagketting vast komt te zitten. Stop altijd de motor voordat u gaat schoonmaken.
  • Als de zaagketting vast komt te zitten in de snee: stop de motor!
  • Het laten draaien van een motor in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan leiden tot de dood als gevolg van koolmonoxidevergiftiging.
  • De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start het product niet binnenshuis of in de buurt van brandbaar materiaal.
  • Gebruik de kettingrem als parkeerrem wanneer u het product start en wanneer u korte afstanden verplaatst. Draag het product altijd in de voorste handgreep. Dit verkleint het risico dat u of een persoon in uw buurt wordt geraakt door de zaagketting.
  • Overmatige blootstelling aan trillingen kan leiden tot schade aan de bloedsomloop of zenuwbeschadiging bij mensen met een verminderde bloedsomloop. Neem contact op met uw arts als u symptomen van overmatige blootstelling aan trillingen ervaart. Dergelijke symptomen zijn onder meer gevoelloosheid, verlies van gevoel, tintelingen, prikken, pijn, verlies van kracht, veranderingen in huidskleur of -conditie. Deze symptomen verschijnen normaal gesproken in de vingers, handen of polsen. Deze symptomen kunnen toenemen bij koude temperaturen.
  • Het is niet mogelijk om elke denkbare situatie te behandelen die u kunt tegenkomen bij het gebruik van een kettingzaag. Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd alle situaties waarvan u denkt dat ze uw mogelijkheden te boven gaan. Als u zich na het lezen van deze instructies nog steeds onzeker voelt over de bedieningsprocedures, moet u een deskundige raadplegen voordat u verdergaat. Aarzel niet om contact op te nemen met uw dealer of Husqvarna als u vragen heeft over het gebruik van de kettingzaag. Wij zijn u graag van dienst en geven u advies en helpen u om uw kettingzaag efficiënt en veilig te gebruiken. Volg indien mogelijk een training in het gebruik van een kettingzaag. Uw dealer, bosbouwschool of uw bibliotheek kan informatie verstrekken over welke trainingsmaterialen en -cursussen beschikbaar zijn.
    Veiligheidsinstructies voor gebruik - Stap 5

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.
Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • De meeste kettingzaagongelukken gebeuren wanneer de zaagketting de gebruiker raakt. U moet tijdens het gebruik goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. Persoonlijke beschermingsmiddelen bieden u geen volledige bescherming tegen letsel, maar verminderen de mate van letsel als er een ongeval plaatsvindt. Neem contact op met uw service-dealer voor aanbevelingen over welke apparatuur u moet gebruiken.
  • Uw kleding moet nauwsluitend zijn, maar uw bewegingen niet beperken. Controleer regelmatig de staat van de persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Gebruik een goedgekeurde veiligheidshelm.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Gebruik een goedgekeurde veiligheidsbril of een gelaatsscherm om het risico op letsel door weggeslingerde objecten te verkleinen. Het product kan objecten, zoals houtsnippers, kleine stukjes hout en meer, met grote kracht wegslingeren. Dit kan leiden tot ernstig letsel, vooral aan de ogen.
  • Gebruik handschoenen met zaagbescherming.
  • Gebruik een broek met zaagbescherming.
  • Gebruik laarzen met zaagbescherming, een stalen neus en een antislipzool.
  • Zorg altijd dat u een EHBO-kit bij u heeft.
  • Risico op vonken. Houd brandblusmiddelen en een schop in de buurt om bosbranden te voorkomen.

Veiligheidsvoorzieningen op het product

Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Gebruik geen product met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken.
  • Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig. Raadpleeg Onderhoud en controle van de veiligheidsvoorzieningen op het product.
  • Als de veiligheidsvoorzieningen beschadigd zijn of niet correct werken, neem dan contact op met uw Husqvarna-service-dealer.

Kettingrem en voorste handbescherming
Uw product heeft een kettingrem die de zaagketting stopt als u een terugslag krijgt. De kettingrem vermindert het risico op ongelukken, maar alleen u kunt ze voorkomen.
De kettingrem (A) wordt handmatig door uw linkerhand of automatisch door het traagheidsmechanisme ingeschakeld. Duw de voorste handbescherming (B) naar voren om de kettingrem handmatig in te schakelen.
Kettingrem en voorste handbescherming - Stap 1
Trek de voorste handbescherming naar achteren om de kettingrem uit te schakelen.
Kettingrem en voorste handbescherming - Stap 2

Gasklepvergrendeling
De gasklepvergrendeling voorkomt onbedoelde bediening van de gasklep. Als u uw hand om de handgreep legt en de gasklepvergrendeling (A) indrukt, wordt de gasklep (B) ontgrendeld. Als u de handgreep loslaat, bewegen de gasklep en de gasklepvergrendeling terug naar hun oorspronkelijke positie. Deze functie vergrendelt de gasklep in de stationaire stand.
Gasklepvergrendeling

Kettingvanger
De kettingvanger vangt de zaagketting op als deze breekt of ontspoort. Een correcte spanning van de zaagketting en correct onderhoud van de zaagketting en het zaagblad verminderen het risico op ongelukken.
Kettingvanger

Trillingsdempingssysteem
Het trillingsdempingssysteem vermindert trillingen in de handgrepen. Trillingsdempingseenheden werken als een scheiding tussen de productbehuizing en de handgreepeenheid.
Raadpleeg Productoverzicht voor informatie over waar het trillingsdempingssysteem zich op uw product bevindt.

Start-/stopschakelaar
Gebruik de start-/stopschakelaar om de motor te stoppen.
Start-/stopschakelaar

Geluiddemper

De geluiddemper wordt erg heet tijdens/na gebruik en bij stationair draaien. Er is een risico op brand, vooral wanneer u het product in de buurt van ontvlambare materialen en/of dampen gebruikt.

Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een geluiddemper die beschadigd is of ontbreekt, verhoogt het geluidsniveau en het risico op brand. Houd brandblusmiddelen in de buurt. Gebruik geen product zonder of met een kapotte vonkenvanger als u een vonkenvanger in uw gebied moet hebben.
De geluiddemper houdt het geluidsniveau tot een minimum beperkt en leidt de uitlaatgassen weg van de gebruiker. In gebieden met heet, droog weer is er een hoog risico op brand.
Volg de lokale voorschriften en onderhoudsinstructies.

Brandstofveiligheid

Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Zorg voor voldoende ventilatie bij het tanken of mengen van brandstof (benzine en tweetaktolie).
  • Brandstof en brandstofdampen zijn licht ontvlambaar en kunnen ernstig letsel veroorzaken bij inademing of bij contact met de huid. Neem daarom voorzorgsmaatregelen bij het hanteren van brandstof en zorg voor voldoende ventilatie.
  • Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof en kettingolie. Wees u bewust van de risico's van brand, explosie en die welke verbonden zijn aan inademing.
  • Niet roken en geen hete objecten in de buurt van brandstof plaatsen.
  • Stop altijd de motor en laat deze een paar minuten afkoelen voordat u gaat tanken.
  • Open bij het tanken de brandstofdop langzaam zodat eventuele overdruk geleidelijk kan ontsnappen.
  • Draai de brandstofdop na het tanken zorgvuldig vast.
  • Tank het product nooit bij terwijl de motor draait.
  • Verplaats het product altijd minstens 3 m (10 ft) van het tankgebied en de brandstofbron voordat u start.
    Brandstofveiligheid

Na het tanken zijn er een aantal situaties waarin u het product nooit mag starten:

  • Als u brandstof of kettingolie op het product hebt gemorst. Veeg de gemorste vloeistof weg en laat de resterende brandstof verdampen.
  • Als u brandstof op uzelf of op uw kleding hebt gemorst. Verkleed u en was elk deel van uw lichaam dat in contact is gekomen met brandstof. Gebruik zeep en water.
  • Als het product brandstof lekt. Controleer regelmatig op lekkage van de brandstoftank, de brandstofdop en de brandstofleidingen.

Veiligheidsinstructies voor onderhoud

Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u onderhoud aan het product uitvoert.

  • Voer alleen het onderhoud en de service uit die in deze gebruikershandleiding worden gegeven. Laat al het andere onderhoud en reparaties uitvoeren door professioneel onderhoudspersoneel.
  • Voer regelmatig de veiligheidscontroles, het onderhoud en de service-instructies uit die in deze handleiding worden gegeven. Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het product en vermindert het risico op ongelukken. Raadpleeg Onderhoud voor instructies.
  • Als de veiligheidscontroles in deze gebruikershandleiding niet zijn goedgekeurd nadat u onderhoud hebt uitgevoerd, neem dan contact op met uw service-dealer. Wij garanderen dat er professionele reparaties en service beschikbaar zijn voor uw product.

Veiligheidsinstructies voor de zaaguitrusting
Waarschuwing
Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gebruikt.

  • Gebruik uitsluitend goedgekeurde combinaties van geleider/zaagketting en vijlgereedschap. Raadpleeg Accessoires voor instructies.
  • Draag beschermende handschoenen wanneer u de zaagketting gebruikt of onderhoudt. Een zaagketting die niet beweegt, kan ook letsel veroorzaken.
  • Houd de snijtanden correct geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijl. Een beschadigde of verkeerd geslepen zaagketting verhoogt het risico op ongevallen.
    Veiligheidsinstructies voor de zaaguitrusting - Stap 1
  • Houd de juiste diepte-instelling aan. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen diepte-instelling. Een te grote diepte-instelling verhoogt het risico op terugslag.
    Veiligheidsinstructies voor de zaaguitrusting - Stap 2
  • Zorg ervoor dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen de geleider aanligt, kan de zaagketting ontsporen. Een onjuiste spanning van de zaagketting verhoogt de slijtage van de geleider, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel. Raadpleeg De spanning van de zaagketting aanpassen.
    Veiligheidsinstructies voor de zaaguitrusting - Stap 3
  • Voer regelmatig onderhoud uit aan de zaaguitrusting en houd deze correct gesmeerd. Als de zaagketting niet correct gesmeerd is, neemt het risico op slijtage van de geleider, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel toe.
    Veiligheidsinstructies voor de zaaguitrusting - Stap 4

Montage

Inleiding

Lees en begrijp het veiligheidshoofdstuk voordat u het product monteert.

De geleider en de zaagketting monteren

  1. Ontgrendel de kettingrem.
  2. Maak de moer van de geleider los en verwijder de koppelingsdeksel.
    Opmerking: als de koppelingsdeksel niet eenvoudig te verwijderen is, draai de moer van de geleider aan, zet de kettingrem vast en laat los. U hoort een klik als deze correct is losgemaakt.
  3. Monteer de geleider op de bout van de geleider. Verplaats de geleider naar de meest achterste positie.
  4. Installeer de zaagketting correct rond het aandrijftandwiel en plaats deze in de groef op de geleider.

    Draag altijd beschermende handschoenen wanneer u de zaagketting monteert.
  5. Zorg ervoor dat de randen van de beitels naar voren wijzen op de bovenrand van de geleider.
    De geleider en de zaagketting monteren - Stap 1
  6. Lijn het gat in de geleider uit met de kettingverstellerpen en installeer de koppelingsdeksel.
    De geleider en de zaagketting monteren - Stap 2
  7. Draai de moer van de geleider met de hand vast.
  8. Span de zaagketting aan. Raadpleeg De spanning van de zaagketting aanpassen voor instructies.
  9. Draai de moeren van de geleider aan.
    Opmerking: sommige modellen hebben slechts één moer voor de geleider.

De riemoog monteren
Gebruik de riemoog om het product aan een riem of harnas te bevestigen.

  • Neem contact op met uw service-dealer om de riemoog te monteren.

Bediening

Inleiding

Lees en begrijp het veiligheidshoofdstuk voordat u het product gebruikt.

Een functiecontrole uitvoeren voordat u het product gebruikt

  1. Zorg ervoor dat de kettingrem correct werkt en niet is beschadigd.
  2. Zorg ervoor dat de gasklepvergrendeling correct werkt en niet is beschadigd.
  3. Zorg ervoor dat de start-/stopknop correct werkt en niet is beschadigd.
  4. Zorg ervoor dat er geen olie op de handgrepen zit.
  5. Zorg ervoor dat het trillingsdempingssysteem correct werkt en niet is beschadigd.
  6. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct is bevestigd en niet is beschadigd.
  7. Zorg ervoor dat alle onderdelen correct zijn bevestigd en niet zijn beschadigd of ontbreken.
  8. Zorg ervoor dat de kettingvanger correct is bevestigd.
  9. Zorg ervoor dat de spanning van de zaagketting correct is.
    Een functiecontrole uitvoeren voordat u het product gebruikt

Brandstof
Dit product heeft een tweetaktmotor.

Een onjuist type brandstof kan leiden tot schade aan de motor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetaktolie.

Voorgemengde brandstof

  • Gebruik Husqvarna voorgemengde alkylaatbrandstof voor de beste prestaties en een langere levensduur van de motor. Deze brandstof bevat minder schadelijke chemicaliën in vergelijking met reguliere brandstof, wat schadelijke uitlaatgassen vermindert. De hoeveelheid resten na verbranding is lager met deze brandstof, waardoor de onderdelen van de motor schoner blijven.

Brandstof mengen
Benzine

  • Gebruik benzine van goede kwaliteit met een maximaal ethanolgehalte van 10%.

    Gebruik geen benzine met een octaangehalte van minder dan 90 RON/87 AKI. Het gebruik van een lager octaangehalte kan leiden tot pingelen van de motor, wat schade aan de motor veroorzaakt.

Tweetaktolie

  • Voor de beste resultaten en prestaties gebruikt u Husqvarna tweetaktolie.
  • Als Husqvarna tweetaktolie niet beschikbaar is, gebruikt u een tweetaktolie van goede kwaliteit voor luchtgekoelde motoren. Neem contact op met uw service-dealer om de juiste olie te selecteren.

    Gebruik geen tweetaktolie voor watergekoelde buitenboordmotoren, ook wel buitenboordmotorolie genoemd. Gebruik geen olie voor viertaktmotoren.

Benzine en tweetaktolie mengen

Benzine, liter Tweetaktolie,
liter
2% (50:1)
5 0,10
10 0,20
15 0,30
20 0,40


Kleine fouten kunnen de verhouding van het mengsel drastisch beïnvloeden wanneer u kleine hoeveelheden brandstof mengt. Meet de hoeveelheid olie zorgvuldig af en zorg ervoor dat u het juiste mengsel krijgt.
Benzine en tweetaktolie mengen

  1. Vul de helft van de hoeveelheid benzine in een schone container voor brandstof.
  2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
  3. Schud het brandstofmengsel.
  4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine aan de container toe.
  5. Schud het brandstofmengsel voorzichtig.

    Meng niet meer brandstof dan u in 1 maand kunt gebruiken.

De brandstoftank vullen

Volg de onderstaande procedure voor uw veiligheid.

  1. Stop de motor en laat de motor afkoelen.
  2. Maak het gebied rond de brandstoftankdop schoon.
  3. Schud de container en zorg ervoor dat de brandstof volledig is gemengd.
  4. Verwijder de brandstoftankdop langzaam om de druk te ontlasten.
  5. Vul de brandstoftank.

    Zorg ervoor dat er niet te veel brandstof in de brandstoftank zit. De brandstof zet uit wanneer deze warm wordt.
  6. Draai de brandstoftankdop zorgvuldig vast.
  7. Maak gemorste brandstof op en rond het product schoon.
  8. Verplaats het product 3 m of meer uit de buurt van het tankgebied en de brandstofbron voordat u de motor start.
    Opmerking: raadpleeg Productoverzicht om te zien waar de brandstoftank zich op uw product bevindt.

Een inloop uitvoeren

  • Pas tijdens de eerste 10 bedrijfsuren geen vol gas zonder belasting toe gedurende langere perioden.

De juiste kettingolie gebruiken

Gebruik geen afgewerkte olie, die letsel kan veroorzaken bij u en het milieu. Afgewerkte olie veroorzaakt ook schade aan de oliepomp, de geleider en de zaagketting.

De zaagketting kan breken als de smering van de snijuitrusting niet voldoende is. Risico op ernstig letsel of overlijden van de bediener.

Dit product heeft een functie waarmee de brandstof opraakt voordat de kettingolie op is. Gebruik de juiste kettingolie voor een correcte werking van deze functie. Neem contact op met uw service-dealer wanneer u uw kettingolie selecteert.

  • Gebruik Husqvarna kettingolie voor een maximale levensduur van de zaagketting en om negatieve effecten op het milieu te voorkomen. Als Husqvarna kettingolie niet beschikbaar is, raden wij u aan een standaard kettingolie te gebruiken.
  • Gebruik een kettingolie met een goede hechting aan de zaagketting.
  • Gebruik een kettingolie met het juiste viscositeitsbereik dat overeenkomt met de luchttemperatuur.

    Als de olie te dun is, raakt deze op voordat de brandstof op is. Bij temperaturen onder 0 °C worden sommige kettingoliën te dik, wat schade kan veroorzaken aan de oliepompcomponenten.
  • Gebruik de aanbevolen snijuitrusting. Raadpleeg Accessoires.

Informatie over terugslag

Een terugslag kan ernstig letsel of de dood van de bediener of anderen veroorzaken. Om het risico te verkleinen, moet u de oorzaken van terugslag kennen en weten hoe u deze kunt voorkomen.
Een terugslag treedt op wanneer de terugslagzone van de geleider een object raakt. Een terugslag kan plotseling en met grote kracht optreden, waardoor het product in de richting van de bediener wordt geslingerd.
Informatie over terugslag - Stap 1
Terugslag treedt altijd op in het snijvlak van de geleider. Meestal wordt het product tegen de bediener geslingerd, maar het kan ook in een andere richting bewegen. Het is de manier waarop u het product gebruikt wanneer de terugslag optreedt die de richting van de beweging veroorzaakt.
Informatie over terugslag - Stap 2
Een kleinere radius van de geleiderpunt vermindert de kracht van de terugslag.
Gebruik een zaagketting met lage terugslag om de effecten van terugslag te verminderen. Laat de terugslagzone geen object raken.

Geen enkele zaagketting voorkomt terugslag volledig. Volg altijd de instructies op.

Veelgestelde vragen over terugslag

  • Zal de hand altijd de kettingrem activeren tijdens een terugslag?
    Nee. Het is noodzakelijk om enige kracht te gebruiken om de voorste handbescherming naar voren te duwen. Als u niet de nodige kracht gebruikt, wordt de kettingrem niet geactiveerd. U moet ook de handgrepen van het product stabiel met twee handen vasthouden tijdens het werk. Als er een terugslag optreedt, is het mogelijk dat de kettingrem de zaagketting niet stopt voordat deze u raakt. Er zijn ook enkele posities waarin uw hand de voorste handbescherming niet kan raken om de kettingrem te activeren.
  • Zal het traagheidsontgrendelingsmechanisme altijd de kettingrem activeren tijdens terugslag?
    Nee. Ten eerste moet de kettingrem correct werken.
    Raadpleeg Een controle van de kettingrem uitvoeren voor instructies over het uitvoeren van een controle van de kettingrem. Wij raden u aan dit telkens te doen voordat u het product gebruikt. Ten tweede moet de kracht van de terugslag groot zijn om de kettingrem te activeren. Als de kettingrem te gevoelig is, kan deze tijdens ruwe bediening worden geactiveerd.
  • Zal de kettingrem mij altijd beschermen tegen letsel tijdens een terugslag?
    Nee. De kettingrem moet correct werken om bescherming te bieden. De kettingrem moet ook tijdens een terugslag worden geactiveerd om de zaagketting te stoppen. Als u zich in de buurt van de geleider bevindt, is het mogelijk dat de kettingrem geen tijd heeft om de zaagketting te stoppen voordat deze u raakt.

    Alleen u en de juiste werktechniek kunnen terugslagen voorkomen.

Het product starten

Voorbereiding voor het starten met een koude motor

De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer het product wordt gestart om het risico op letsel te verminderen.

  1. Beweeg de voorste handbescherming naar voren om de kettingrem te activeren.
    Voorbereiding voor het starten met een koude motor - Stap 1
  2. Druk ongeveer 6 keer op de luchtfilterbol of totdat de bol zich begint te vullen met brandstof. Het is niet nodig om de luchtfilterbol volledig te vullen.
    Voorbereiding voor het starten met een koude motor - Stap 2
  3. Zet de start-/stopknop in de startpositie.
  1. Zet de choke op de choke-stand.
    Voorbereiding voor het starten met een koude motor - Stap 3
  2. Ga verder naar Het product starten voor meer instructies.

Voorbereiding voor het starten met een warme motor

De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer het product wordt gestart om het risico op letsel te verminderen.

  1. Beweeg de voorste handbescherming naar voren om de kettingrem te activeren.
    Voorbereiding voor het starten met een warme motor - Stap 1
  2. Druk ongeveer 6 keer op de luchtfilterbol of totdat de bol zich begint te vullen met brandstof. Het is niet nodig om de luchtfilterbol volledig te vullen.
    Voorbereiding voor het starten met een warme motor - Stap 2
  3. Ga verder naar Het product starten voor meer instructies.

Het product starten

Zorg voor een stabiele houding wanneer u het product start.

Als de zaagketting stationair draait, neem dan contact op met uw serviceverkoper en gebruik het product niet.

  1. Zet het product op de grond.
  2. Plaats uw linkerhand op de voorste handgreep.
  3. Plaats uw knie op het achterste deel van de bovenste handgreep.
  4. Trek langzaam met uw rechterhand aan de startkoordgreep totdat u weerstand voelt.
    Het product starten - Stap 1

    Wikkel het startkoord niet om uw hand.

    Trek het startkoord niet volledig uit en laat de startkoordgreep niet los.
  1. Als u uw product start met een koude motor, trekt u aan de startkoordgreep totdat de motor aanslaat.
    Opmerking: u kunt horen wanneer de motor aanslaat aan een "puff"-geluid.
  2. Zet de choke-regelaar in de choke-stand.
  1. Trek aan de startkoordgreep totdat de motor start.
  2. Ontgrendel snel de gashendelvergrendeling om het product stationair te laten draaien.
    Het product starten - Stap 2
  1. Beweeg de voorste handbescherming naar achteren om de kettingrem te ontgrendelen.
    Het product starten - Stap 3
  2. Gebruik het product.

Het product starten in de boom
Opmerking: zorg ervoor dat u voldoende brandstof hebt voordat u het product start.

  1. Activeer de kettingrem.
  2. Houd het product aan de linker- of rechterkant van uw lichaam vast wanneer u het product start.
    1. Als u het product aan uw linkerzijde vasthoudt, plaatst u uw linkerhand op de voorste handgreep. Houd de startkoordgreep met uw rechterhand vast en duw het product van uw lichaam af wanneer u het product start.
    2. Als u het product aan uw rechterzijde vasthoudt, plaatst u uw rechterhand op een van de twee handgrepen. Houd de startkoordgreep met uw linkerhand vast en duw het product van uw lichaam af wanneer u het product start.

Het product stoppen

  1. Zet de start-/stopknop in de STOP-stand.
    Het product stoppen

Informatie over de werktechniek

De informatie met betrekking tot de werktechniek in deze bedieningshandleiding is geen voldoende training om dit product te bedienen. Gebruik dit product alleen als u een correcte training in boomonderhoud hebt gevolgd. Werken zonder de juiste training kan leiden tot ernstig letsel of de dood van de bediener of anderen.

  • Gebruik volledig gas bij het zagen en ga na elke zaagsnede terug naar een stationair toerental.

    Er kan motorschade optreden als de motor te lang op vol gas draait zonder belasting.
  • Plaats bij het zagen de gekartelde bumper in de stam en gebruik deze als een hefboom.
    Opmerking: niet alle modellen hebben een gekartelde bumper.
    Neem contact op met uw serviceverkoper voor meer informatie.
    Informatie over de werktechniek

Trek- en duwbeweging
U kunt met het product in 2 verschillende posities door hout zagen.

  • Zagen met de trekbeweging is wanneer u zaagt met de onderkant van het zaagblad. De zaagketting trekt door de boom wanneer u zaagt. In deze positie hebt u een betere controle over het product en de positie van de terugslagzone.
    Trek- en duwbeweging - Stap 1
  • Zagen met de duwbeweging is wanneer u zaagt met de bovenkant van het zaagblad. De zaagketting duwt het product in de richting van de bediener.
    Trek- en duwbeweging - Stap 2

    Als de zaagketting in de stam vast komt te zitten, kan het product naar u toe worden geduwd. Houd het product stevig vast en zorg ervoor dat de terugslagzone van het zaagblad de boom niet raakt en een terugslag veroorzaakt.
    Trek- en duwbeweging - Stap 3

Het product voorbereiden voor bediening in de boom
Grondbediener
Als grondbediener voert u de volgende stappen uit.

  1. Onderzoek het product.
  2. Vul de brandstof- en kettingolietanks.
  3. Bevestig het uiteinde van een goedgekeurde veiligheidsband aan de touwoog.
    Grondbediener
    Opmerking: een veiligheidsband zorgt ervoor dat het product de grond niet raakt als het valt.
  4. Zorg ervoor dat er een karabijnhaak aan het andere uiteinde van de veiligheidsband zit.
  5. Start en warm het product op.
  6. Stop het product.
  7. Activeer de kettingrem.
  8. Til het product met klimwerktuigen omhoog naar de bediener in de boom.

    Zorg ervoor dat het product veilig is bevestigd wanneer u het omhoog tilt naar de bediener in de boom.

Boombediener
Als boombediener volgt u de onderstaande instructies.

  1. Voordat u de veiligheidsband loskoppelt van het klimwerktuig, moet u het product aan het harnas bevestigen. Bevestig het product aan het harnas via de riemoog of een stalen ring aan de veiligheidsband.


    Bevestig de veiligheidsband aan 1 van de aanbevolen verbindingspunten op het harnas.

    Als u alleen de veiligheidsband gebruikt om het product aan het harnas te bevestigen, laat u het product volledig zakken met de veiligheidsband. Laat het product niet vanaf een hoogte los.
  2. Gebruik goedgekeurde karabijnhaken om het vrije uiteinde van de veiligheidsband te bevestigen aan een van de verbindingspunten op het harnas. Dit is uw primaire verbindingspunt.

    De veiligheidsband mag alleen aan de touwoog worden bevestigd.
  1. Zorg ervoor dat u zich in een stabiele en veilige positie bevindt om de zaagsnede te maken.
  2. Maak het product los van het secundaire verbindingspunt, start het product en maak de zaagsnede.
  3. Activeer de kettingrem direct nadat de zaagsnede is voltooid.
  4. Stop het product en plaats het in het secundaire verbindingspunt.

Het product in een boom bedienen

De meeste ongelukken gebeuren wanneer de bediener geen volledige controle heeft over het product of de werkpositie.

  • Zorg voor een veilige werkpositie.
  • Zaag horizontale delen op heuphoogte en verticale delen op zonnevlechthoogte.
  • Houd het product met 2 handen vast.
  • Zorg ervoor dat u stabiel op uw voeten staat en houd een lage zijdelingse kracht aan wanneer u verticale takken zaagt. Leid de veiligheidslijn door een ander verbindingspunt om toenemende zijdelingse krachten te verwijderen of te voorkomen. U kunt ook een verstelbare band rechtstreeks van het harnas naar een ander verbindingspunt gebruiken.
    Het product in een boom bedienen - Stap 1
  • Gebruik een voetenlus om een veilige werkpositie te behouden.
    Het product in een boom bedienen - Stap 2
  • Voer regelmatig een controle uit van het harnas, de riem en de touwen.
  • Als u met het product moet klimmen, bevestigt u het product aan het achterste verbindingspunt op het harnas. Het achterste verbindingspunt houdt het product vrij van klimlijnen en zorgt ervoor dat het gewicht centraal over uw ruggengraat wordt ondersteund.
    Het product in een boom bedienen - Stap 3

    U moet de kettingrem activeren wanneer u het product op de band laat zakken.

Een vastgelopen product verwijderen

  1. Stop het product.
  2. Bevestig het product veilig aan de boom aan de binnenzijde, tegen de stamzijde van de zaagsnede of aan een andere gereedschapslijn.
  3. Trek de zaag voorzichtig uit de zaagsnede terwijl u de tak indien nodig omhoog tilt.

    Probeer niet om het product los te trekken. Risico op ernstig letsel.
  4. Gebruik indien nodig een handzaag of een tweede kettingzaag om het product los te maken. Zaag de tak op minimaal 30 cm/12 inch van het vastgelopen product af. Maak de zaagsnede aan de buitenkant van waar het product vastzit.

Onderhoud

Inleiding

Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u onderhoud aan het product uitvoert.

Onderhoudsschema

Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud
Maak de externe onderdelen van het product schoon en zorg ervoor dat er geen olie op de handgrepen zit. Reinig het koelsysteem. Raadpleeg Het koelsysteem reinigen. Controleer de remband. Raadpleeg De remband controleren.
Controleer de gashendel en de vergrendeling van de gashendel. Raadpleeg De gashendel en de vergrendeling van de gashendel controleren. Controleer de starter, het starterkoord en de retourveer. Controleer het koppelingscentrum, de koppelingsdrum en de koppelingsveer.
Zorg ervoor dat de trillingsdempingseenheden niet beschadigd zijn. Smeer het naaldlager. Raadpleeg Het naaldlager smeren. Reinig de bougie. Raadpleeg De bougie controleren.
Reinig en controleer de kettingrem. Raadpleeg De kettingrem controleren. Verwijder bramen van de randen van het zaagblad. Raadpleeg Het zaagblad controleren. Reinig de externe onderdelen van de carburateur.
Controleer de kettingslotvanger. Raadpleeg De kettingslotvanger controleren. Reinig of vervang de vonkenvanger op de uitlaatdemper. Raadpleeg Het zaagblad controleren. Controleer het brandstoffilter en de brandstofslang. Vervang indien nodig.
Draai het zaagblad om, controleer het smeergat en reinig de groef in het zaagblad. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen. Reinig het carburateurgebied. Controleer alle kabels en aansluitingen.
Zorg ervoor dat het zaagblad en de zaagketting voldoende olie krijgen. Reinig of vervang het luchtfilter. Raadpleeg Het snijgereedschap controleren. Maak de brandstoftank leeg.
Controleer de zaagketting. Raadpleeg De zaagketting slijpen. Reinig tussen de cilindervinnen. Maak de olietank leeg.
Slijp de zaagketting en controleer de spanning. Raadpleeg Het kettingwiel controleren.
Controleer het kettingaandrijfwiel. Raadpleeg De start-/stopschakelaar controleren.
Reinig de luchtinlaat op de starter.
Zorg ervoor dat moeren en schroeven zijn aangedraaid.
Controleer de stopschakelaar. Raadpleeg De start-/stopschakelaar controleren.
Zorg ervoor dat er geen brandstoflekkage is van de motor, tank of brandstofleidingen.
Zorg ervoor dat de zaagketting niet draait wanneer de motor stationair draait.
Zorg ervoor dat de uitlaatdemper correct is bevestigd, geen schade heeft en dat er geen onderdelen van de uitlaatdemper ontbreken.

Onderhoud en controles van de veiligheidsvoorzieningen op het product
De remband controleren

  1. Gebruik een borstel om houtstof, hars en vuil van de kettingrem en de koppelingsdrum te verwijderen. Vuil en slijtage kunnen de werking van de rem verminderen.
    De remband controleren
  2. Controleer de remband. De remband moet minimaal 0,6 mm dik zijn op het dunste punt.

De voorste handbescherming controleren

  1. Zorg ervoor dat de voorste handbescherming geen scheuren of andere beschadigingen vertoont.
  2. Zorg ervoor dat de voorste handbescherming vrij kan bewegen en veilig is bevestigd aan de koppelingsdeksel.
    De voorste handbescherming controleren

De kettingrem controleren

  1. Start het product. Raadpleeg Het product starten voor instructies.

    Zorg ervoor dat de zaagketting de grond of andere objecten niet raakt.
  1. Houd het product stevig vast.
    De kettingrem controleren - Stap 1

    Zorg ervoor dat de zaagketting de grond of andere objecten niet raakt.
  2. Geef vol gas en kantel uw linkerpols tegen de voorste handbescherming om de kettingrem in te schakelen. De zaagketting moet onmiddellijk stoppen.
    De kettingrem controleren - Stap 2

    Laat de voorste handgreep niet los wanneer u de kettingrem inschakelt.

De gashendel en de vergrendeling van de gashendel controleren

  1. Zorg ervoor dat de gashendel en de vergrendeling van de gashendel vrij kunnen bewegen en dat de retourveer correct werkt.
    De gashendel controleren - Stap 1
  2. Druk de vergrendeling van de gashendel naar beneden en zorg ervoor dat deze terugkeert naar de oorspronkelijke positie wanneer u deze loslaat.
    De gashendel controleren - Stap 2
  3. Zorg ervoor dat de gashendel in de stationaire stand is vergrendeld wanneer de vergrendeling van de gashendel is losgelaten.
    De gashendel controleren - Stap 3
  4. Start de kettingzaag en geef vol gas.
  5. Laat de gashendel los en zorg ervoor dat de zaagketting stopt en stil blijft staan.

    Als de zaagketting draait wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger.

De kettingslotvanger controleren

  1. Zorg ervoor dat de kettingslotvanger niet beschadigd is.
  1. Zorg ervoor dat de kettingslotvanger stabiel is en aan de body van het product is bevestigd.
    De kettingslotvanger controleren

Het trillingsdempingssysteem controleren

  1. Zorg ervoor dat er geen scheuren of vervormingen op de trillingsdempingseenheden zitten.
  2. Zorg ervoor dat de trillingsdempingseenheden correct zijn bevestigd aan de motoreenheid en de handgreepunit.

Raadpleeg Productoverzicht voor informatie over waar het trillingsdempingssysteem zich op uw product bevindt.

De start-/stopschakelaar controleren

  1. Start de motor.
  2. Zet de start-/stopschakelaar in de STOP-stand. De motor moet stoppen.
    De start-/stopschakelaar controleren

De uitlaatdemper controleren

  1. Maak de schroeven (A en B) los.
    De uitlaatdemper controleren - Stap 1
  1. Verwijder de uitlaatdemperdeksel.
    De uitlaatdemper controleren - Stap 2
  1. Maak de schroeven en moeren los.
    De uitlaatdemper controleren - Stap 3
  2. Verwijder de uitlaatdemper en zorg ervoor dat deze niet defect is.
  3. Monteer de uitlaatdemper en zorg ervoor dat deze correct aan het product is bevestigd.
    De uitlaatdemper controleren - Stap 4
  4. Sommige uitlaatdempers hebben een speciaal vonkenvangerscherm. Reinig het vonkenvangerscherm één keer per week als uw product dit type uitlaatdemper heeft.
    De uitlaatdemper controleren - Stap 5

Carburateur afstellen
Vanwege milieu- en emissiewetten heeft uw product afstellingsbeperkingen op de carburateurafstelschroeven. Dit vermindert de schadelijke uitlaatgassen van uw product. U kunt de afstelschroeven maximaal ½ slag draaien.
Carburateur afstellen

Basisafstellingen en inloop
De basiscarburateurafstellingen worden in de fabriek uitgevoerd. Raadpleeg Technische gegevens voor het aanbevolen stationair toerental.

Gebruik het product niet op een te hoge snelheid gedurende de eerste 10 bedrijfsuren.

Als de zaagketting stationair draait, draai dan de stationairschroef tegen de klok in totdat de zaagketting stopt.

De lage snelheidsnaald (L) afstellen

  • Draai de lage snelheidsnaald met de klok mee tot de aanslag.
    Opmerking: als het product een slechte acceleratiecapaciteit heeft of als het stationair toerental niet correct is, draait u de lage snelheidsnaald tegen de klok in. Draai de lage snelheidsnaald totdat de acceleratiecapaciteit en het stationair toerental correct zijn.

Om de stationair schroef (T) aan te passen

  1. Start het product.
  2. Draai de stationair schroef met de klok mee totdat de zaagketting begint te draaien.
  3. Draai de stationair schroef tegen de klok in totdat de zaagketting stopt.
    Opmerking: De stationair snelheid is correct afgesteld wanneer de motor in alle posities correct loopt. De stationair snelheid moet ook veilig onder de snelheid liggen waarbij de zaagketting begint te draaien.
    Waarschuwing
    Als de zaagketting niet stopt wanneer u de stationair schroef draait, neem dan contact op met uw service dealer. Gebruik het product niet totdat het correct is afgesteld.

Om de hoge snelheid naald (H) aan te passen
De motor is in de fabriek afgesteld om op zeeniveau te werken. Op grotere hoogten, bij ander weer of andere temperaturen kan het nodig zijn om de hoge snelheid naald aan te passen.

  • Draai de hoge snelheid naald om aanpassingen te maken.
    Voorzichtig
    Draai de hoge snelheid naald schroef niet voorbij de afstellingsbegrenzer. Dit kan schade aan de zuiger en de cilinder veroorzaken.

Om te onderzoeken of de carburateur correct is afgesteld

  • Zorg ervoor dat het product de juiste acceleratiecapaciteit heeft.
  • Zorg ervoor dat het product 4-takt een beetje bij vol gas.
  • Zorg ervoor dat de zaagketting niet draait bij stationair toerental.
  • Als het product niet gemakkelijk te starten is of minder acceleratiecapaciteit heeft, stel dan de lage en hoge snelheid naalden af.
    Voorzichtig
    Onjuiste afstellingen kunnen schade aan de motor veroorzaken.

Om een gebroken of versleten startkoord te vervangen

  1. Maak de schroeven van de starterbehuizing los.
  2. Verwijder de starterbehuizing.
    Om een gebroken of versleten startkoord te vervangen - Stap 1
  3. Trek het startkoord ongeveer 30 cm uit en plaats het in de inkeping op de katrol.
  4. Laat de katrol langzaam achterwaarts draaien om de terugslagveer los te maken.
    Om een gebroken of versleten startkoord te vervangen - Stap 2
  1. Verwijder de bout in het midden van de katrol en verwijder de katrol.
  2. Verwijder het gebruikte startkoord van het handvat en de katrol.
  3. Bevestig een nieuw startkoord aan de katrol. Wikkel het startkoord ongeveer 3 slagen rond de katrol.
  4. Verbind de katrol met de terugslagveer. Het uiteinde van de terugslagveer moet in de katrol grijpen.
  5. Bevestig de schroef in het midden van de katrol.
    Om een gebroken of versleten startkoord te vervangen - Stap 3
  6. Trek het startkoord door het gat in de starterbehuizing en het startkoordhandvat.
  7. Maak een stevige knoop aan het einde van het startkoord.

Om de terugslagveer aan te spannen

  1. Plaats het startkoord in de inkeping in de katrol.
  2. Draai de startkatrol ongeveer 2 slagen met de klok mee.
  3. Zorg ervoor dat u de katrol ½ slag kunt draaien nadat het startkoord volledig is uitgetrokken.
    Om de terugslagveer aan te spannen

Om de starterbehuizing op het product te monteren

  1. Trek het startkoord uit en plaats de starter tegen het carter.
  2. Laat het startkoord langzaam los totdat de katrol in de palen grijpt.
  1. Draai de schroeven vast die de starter vasthouden.
    Om de starterbehuizing op het product te monteren

Om het luchtfilter te reinigen
Reinig het luchtfilter regelmatig van vuil en stof. Dit voorkomt storingen in de carburateur, startproblemen, verlies van motorvermogen, slijtage van motoronderdelen en meer brandstofverbruik dan normaal.

  1. Verwijder de luchtfilterdeksel en het luchtfilter.
  2. Gebruik een borstel of schud het luchtfilter schoon. Gebruik reinigingsmiddel en water om het volledig schoon te maken. Opmerking: Een luchtfilter dat lange tijd is gebruikt, kan niet volledig worden gereinigd. Vervang het luchtfilter regelmatig en vervang altijd een defect luchtfilter.
  3. Bevestig het luchtfilter en zorg ervoor dat het luchtfilter goed afdicht tegen de filterhouder.
    Om het luchtfilter te reinigen
    Opmerking: Vanwege verschillende werkomstandigheden, weer of seizoen kan uw product met verschillende soorten luchtfilters worden gebruikt. Neem contact op met uw service dealer voor meer informatie.

Om de bougie te controleren
Voorzichtig
Gebruik de aanbevolen bougie. Raadpleeg Technische gegevens. Een onjuiste bougie kan schade aan het product veroorzaken.

  1. Als het product niet gemakkelijk te starten of te bedienen is of als het product niet correct werkt bij stationair toerental, onderzoek dan de bougie op ongewenste materialen. Om het risico op ongewenst materiaal op de bougie-elektroden te verkleinen, voert u deze stappen uit:
    1. zorg ervoor dat de stationair snelheid correct is afgesteld.
    2. zorg ervoor dat het brandstofmengsel correct is.
    3. zorg ervoor dat het luchtfilter schoon is.
  1. Reinig de bougie als deze vuil is.
  2. Zorg ervoor dat de elektrodenafstand correct is. Raadpleeg Technische gegevens.
    Om de bougie te controleren
  3. Vervang de bougie maandelijks of vaker indien nodig.

Om de zaagketting te slijpen
Informatie over het zaagblad en de zaagketting
Waarschuwing
Gebruik beschermende handschoenen wanneer u de zaagketting gebruikt of onderhoudt. Een zaagketting die niet beweegt, kan ook letsel veroorzaken.
Vervang een versleten of beschadigd zaagblad of zaagketting door de door Husqvarna aanbevolen combinatie van zaagblad en zaagketting. Dit is nodig om de veiligheidsfuncties van het product te behouden. Raadpleeg Accessoires voor een lijst met vervangende blad- en kettingcombinaties die wij aanbevelen.

  • Zaagbladlengte, in/cm. Informatie over de lengte van het zaagblad is meestal te vinden aan de achterkant van het zaagblad.
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 1
  • Aantal tanden op het kettingwiel van de zaagbladpunt (T).
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 2
  • Kettingsteek, in. De afstand tussen de aandrijfschakels van de zaagketting moet overeenkomen met de afstand van de tanden op het kettingwiel van de zaagbladpunt en het aandrijfkettingwiel.
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 3
  • Aantal aandrijfschakels. Het aantal aandrijfschakels wordt bepaald door het type zaagblad.
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 4
  • Zaagbladsleufbreedte, in/mm. De sleufbreedte in het zaagblad moet gelijk zijn aan de breedte van de zaagkettingaandrijfschakels.
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 5
  • Kettingoliegat en gat voor kettingspanner. Het zaagblad moet uitgelijnd zijn met het product.
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 6
  • Breedte aandrijfschakel, mm/in.
    Om de zaagketting te slijpen - Stap 7

Algemene informatie over het slijpen van de messen
Gebruik geen botte zaagketting. Als de zaagketting bot is, moet u meer druk uitoefenen om het zaagblad door het hout te duwen. Als de zaagketting erg bot is, zullen er geen houtsnippers zijn, maar zaagsel.
Een scherpe zaagketting eet door het hout en de houtsnippers worden lang en dik.
De snijtand (A) en de dieptemeter (B) vormen samen het snijgedeelte van de zaagketting, het mes. Het hoogteverschil tussen de twee geeft de snijdiepte (dieptemeterinstelling).
Algemene informatie over het slijpen van de messen - Stap 1
Denk bij het slijpen van het mes aan het volgende:

  • Vijlhoek.
    Algemene informatie over het slijpen van de messen - Stap 2
  • Snijhoek.
    Algemene informatie over het slijpen van de messen - Stap 3
  • Vijlpositie.
    Algemene informatie over het slijpen van de messen - Stap 4
  • Diameter ronde vijl.
    Algemene informatie over het slijpen van de messen - Stap 5

Het is niet eenvoudig om een zaagketting correct te slijpen zonder de juiste apparatuur. Gebruik een door Husqvarna aanbevolen vijlmal. Dit helpt u om maximale zaagprestaties te behouden en het risico op terugslag tot een minimum te beperken.
Waarschuwing
De kracht van de terugslag neemt sterk toe als u de slijpinstructies niet volgt.
Opmerking: Raadpleeg Accessoires voor informatie over het slijpen van de zaagketting.

De beitels slijpen

  1. Gebruik een ronde vijl en een vijlmal om de snijtanden te slijpen.
    De beitels slijpen - Stap 1
    Opmerking: Raadpleeg Accessoires voor informatie over welke vijl en mal Husqvarna aanbeveelt voor uw zaagketting.
  2. Plaats de vijlmal correct op de beitel. Raadpleegde instructies die bij de vijlmal zijn geleverd.
  3. Beweeg de vijl van de binnenkant van de snijtanden naar buiten. Verminder de druk bij het terugtrekken van de vijl.
    De beitels slijpen - Stap 2
  4. Verwijder materiaal van één kant van alle snijtanden.
  5. Draai het product om en verwijder materiaal van de andere kant.
  6. Zorg ervoor dat alle snijtanden dezelfde lengte hebben.

Algemene informatie over het afstellen van de dieptebegrenzer
De dieptebegrenzer (C) wordt kleiner wanneer u de snijtand (A) slijpt. Om maximale zaagprestaties te behouden, moet u vijlmateriaal van de dieptebegrenzer (B) verwijderen om de aanbevolen dieptebegrenzer te krijgen. Zie Accessoires voor instructies over hoe u de juiste dieptebegrenzer voor uw zaagketting krijgt.
Algemene informatie over het afstellen van de dieptebegrenzer
Waarschuwing
Het risico op terugslag neemt toe als de dieptebegrenzer te groot is!

De dieptebegrenzer instellen
Voordat u de dieptebegrenzer instelt of de beitels slijpt, raadpleegt u De beitels slijpen voor instructies. Wij raden u aan om de dieptebegrenzer na elke derde keer slijpen van de snijtanden in te stellen.
Wij raden u aan om ons dieptebegrenzergereedschap te gebruiken om de juiste dieptebegrenzer en afschuining voor de dieptebegrenzer te krijgen.
De dieptebegrenzer instellen - Stap 1

  1. Gebruik een platte vijl en een dieptebegrenzergereedschap om de dieptebegrenzer in te stellen. Gebruik alleen een door Husqvarna aanbevolen dieptebegrenzergereedschap om de juiste dieptebegrenzer en afschuining voor de dieptebegrenzer te krijgen.
  2. Plaats het dieptebegrenzergereedschap op de zaagketting.
    Opmerking: Zie de verpakking van het dieptebegrenzergereedschap voor meer informatie over het gebruik van het gereedschap.
  3. Gebruik de platte vijl om het deel van de dieptebegrenzer te verwijderen dat door het dieptebegrenzergereedschap steekt.
    De dieptebegrenzer instellen - Stap 2

De spanning van de zaagketting afstellen
Waarschuwing
Een zaagketting met een onjuiste spanning kan loskomen van de geleider en ernstig letsel of de dood veroorzaken.
Een zaagketting wordt langer wanneer u deze gebruikt. Stel de zaagketting regelmatig af.

  1. Draai de moeren van de kettingzaag los waarmee de koppelingsdeksel/kettingrem wordt vastgehouden. Gebruik een moersleutel.
    De spanning van de zaagketting afstellen - Stap 1
    Opmerking: Sommige modellen hebben slechts één moer.
  2. Draai de moeren zo stevig als u kunt met de hand vast.
  3. Til de voorkant van de geleider op en draai aan de kettingspanner. Gebruik een moersleutel.
  4. Span de zaagketting aan totdat deze strak tegen de geleider ligt, maar nog steeds gemakkelijk kan bewegen.
    De spanning van de zaagketting afstellen - Stap 2
  5. Draai de moeren vast met de moersleutel en til tegelijkertijd de voorkant van de geleider op.
  6. Zorg ervoor dat u de zaagketting met de hand vrij kunt bewegen en dat deze niet aan de geleider hangt.
    De spanning van de zaagketting afstellen - Stap 3
    Raadpleeg Productoverzicht voor de positie van de kettingspanner op uw product.

De smering van de zaagketting controleren

  1. Start het product en laat het werken op ¾ gas.
  2. Houd de geleider ongeveer 20 cm boven een oppervlak van lichte kleur.
  3. Als de smering van de zaagketting correct is, ziet u na 1 minuut een duidelijke lijn olie op het oppervlak.
    De smering van de zaagketting controleren
  4. Als de smering van de zaagketting niet correct werkt, controleert u de geleider. Raadpleeg De geleider controleren voor instructies. Neem contact op met uw onderhoudsdealer als de onderhoudsstappen niet helpen.

Het kettingwiel controleren
De koppelingsklok heeft een kettingwiel dat op de koppelingsklok is gelast.
Het kettingwiel controleren

  • Controleer regelmatig visueel de mate van slijtage aan het kettingwiel. Vervang de koppelingsklok met het kettingwiel als er te veel slijtage is.

Het naaldlager smeren

  1. Trek de voorste handbescherming naar achteren om de kettingrem uit te schakelen.
  2. Draai de moeren van de kettingzaag los en verwijder de koppelingsdeksel.
    Opmerking: Sommige modellen hebben slechts één moer.
  3. Plaats het product op een stabiele ondergrond met de koppelingsklok naar boven.
  1. Verwijder de koppelingsklok en smeer het naaldlager met een vetspuit. Gebruik motorolie of lagerolie van hoge kwaliteit.
    Het naaldlager smeren

De zaaguitrusting controleren

  1. Zorg ervoor dat er geen scheuren in de klinknagels en schakels zitten en dat er geen klinknagels los zitten. Vervang deze indien nodig.
    De zaaguitrusting controleren - Stap 1
  2. Zorg ervoor dat de zaagketting gemakkelijk te buigen is. Vervang de zaagketting als deze stijf is.
  3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe zaagketting om te controleren of de klinknagels en schakels versleten zijn.
  4. Vervang de zaagketting wanneer het langste deel van de snijtand minder dan 4 mm is. Vervang de zaagketting ook als er scheuren op de beitels zitten.
    De zaaguitrusting controleren - Stap 2

De geleider controleren

  1. Zorg ervoor dat het oliekanaal niet verstopt is. Reinig deze indien nodig.
    De geleider controleren - Stap 1
  1. Controleer of er bramen op de randen van de geleider zitten. Verwijder de bramen met een vijl.
    De geleider controleren - Stap 2
  2. Reinig de groef in de geleider.
    De geleider controleren - Stap 3
  3. Controleer de groef in de geleider op slijtage. Vervang de geleider indien nodig.
    De geleider controleren - Stap 4
  4. Controleer of de punt van de geleider ruw of zeer versleten is.
    De geleider controleren - Stap 5
  5. Zorg ervoor dat het kettingwiel van de punt van de zaag vrij draait en dat het smeergat in het kettingwiel van de punt van de zaag niet verstopt is. Reinig en smeer indien nodig.
    De geleider controleren - Stap 6
  6. Draai de geleider dagelijks om de levensduur te verlengen.
    De geleider controleren - Stap 7

Onderhoud uitvoeren aan de brandstoftank en de kettingolietank

  • Tap en reinig de brandstoftank en de kettingolietank regelmatig.
  • Vervang het brandstoffilter jaarlijks of vaker indien nodig.
    Let op
    Verontreiniging in de tanks veroorzaakt storingen.

De kettingolie-doorstroming aanpassen
Waarschuwing
: Stop de motor voordat u aanpassingen maakt aan de oliepomp.

  1. Draai aan de stelschroef voor de oliepomp. Gebruik een schroevendraaier of steeksleutel.
    1. Draai de stelschroef met de klok mee om de oliestroom te verhogen.
    2. Draai de stelschroef tegen de klok in om de oliestroom te verminderen.
      De kettingolie-doorstroming aanpassen

Het koelsysteem reinigen
Het koelsysteem houdt de temperatuur van de motor laag. Het koelsysteem bestaat uit de luchtinlaat op de starter (A), de luchtgeleidingsplaat (B), de palen op het vliegwiel (C), het koelkanaal (D) en de koppelingsdeksel (E).

  1. Reinig het koelsysteem wekelijks met een borstel of vaker indien nodig.
  2. Zorg ervoor dat het koelsysteem niet vuil of verstopt is.
    Het koelsysteem reinigen

    Een vuil of verstopt koelsysteem kan ervoor zorgen dat het product te heet wordt, wat schade aan het product kan veroorzaken.

Probleemoplossing

De motor start niet

Te onderzoeken productonderdeel Mogelijke oorzaak Actie

Starterpalnokken

De starterpalnokken zijn geblokkeerd. Stel de starterpalnokken af of vervang ze.
Maak de omgeving rond de palnokken schoon.
Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.

Brandstoftank

Onjuist brandstoftype. Tap de brandstoftank af en vul deze met de juiste brandstof.
De brandstoftank is gevuld met kettingolie. Als u hebt geprobeerd het product te starten, neem dan contact op met uw servicehandelaar. Als u niet hebt geprobeerd het product te starten, tap dan de brandstoftank af.

Ontsteking, geen vonk

De bougie is vuil of nat. Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is.
De elektrodenafstand is onjuist. Maak de bougie schoon. Zorg ervoor dat de elektrodenafstand en de bougie correct zijn en dat het juiste bougietype het aanbevolen of een gelijkwaardig type is.
Raadpleeg Technische gegevens voor de juiste elektrodenafstand.

Bougie en cilinder

De bougie zit los. Draai de bougie vast.
De motor is verzopen door herhaalde starts met volle choke na ontsteking. Verwijder en reinig de bougie. Leg het product op zijn kant met het bougiegat van u af gericht. Trek 6-8 keer aan het startkoordhandvat. Monteer de bougie en start het product. Raadpleeg Het product starten.

De motor start, maar valt weer stil

Te onderzoeken productonderdeel Mogelijke oorzaak Actie
Brandstoftank Onjuist brandstoftype. Tap de brandstoftank af en vul deze met de juiste brandstof.
Carburateur Het stationaire toerental is niet correct. Neem contact op met uw servicehandelaar.
Luchtfilter Verstopt luchtfilter. Reinig of vervang de luchtfilter.
Brandstoffilter Verstopt brandstoffilter. Vervang de brandstoffilter.

Transport en opslag

Transport en opslag

  • Zorg er bij opslag en transport van het product en de brandstof voor dat er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of boilers, kunnen brand veroorzaken.
  • Gebruik altijd goedgekeurde containers voor de opslag en het transport van brandstof.
  • Maak de brandstof- en kettingolietanks leeg voor transport of voor langdurige opslag. Gooi de brandstof en kettingolie weg op een daarvoor bestemde afvalplaats.
  • Gebruik de transportbescherming op het product om letsel of schade aan het product te voorkomen. Een zaagketting die niet beweegt kan ook ernstig letsel veroorzaken.
  • Verwijder de bougiedop van de bougie en activeer de kettingrem.
  • Maak het product veilig vast tijdens transport.

Uw product voorbereiden op langdurige opslag

  1. Stop het product en laat het afkoelen voordat u het demonteert.
  2. Demonteer en reinig de zaagketting en de groef in de geleider. Let op!
    Als de zaagketting en de geleider niet worden gereinigd, kunnen ze stijf worden of blokkeren.
  3. Bevestig de transportbescherming.
  1. Reinig het product. Raadpleeg Onderhoud. Doe een complete servicebeurt van het product. voor instructies.
  1. Voer een complete servicebeurt van het product uit.

Technische gegevens

Technische gegevens

Husqvarna T435
Motor
Cilinderinhoud, cm3 35,2
Stationair toerental, tpm 2900
Maximaal motorvermogen volgens ISO 8893, kW/pk bij tpm 1,5/2,0 bij 10000
Ontstekingssysteem [1]
Bougie NGK CMR6H
Elektrodenafstand, mm 0,65
Brandstof- en smeersysteem
Inhoud brandstoftank, liter/cm3 0,26/260
Inhoud olietank, liter/cm3 0,17/170
Type oliepomp Verstelbaar
Gewicht
Gewicht, kg 3,4
Geluidsuitstoot
Geluidsvermogensniveau, gemeten dB(A) 112
Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd LWA dB(A) 114
Geluidsniveaus [2]
Equivalent geluidsdrukniveau aan het oor van de gebruiker, dB(A) 100
Equivalente trillingsniveaus, a hveq [3]
Voorste handgreep, m/s2 4,8
Achterste handgreep, m/s2 3,9
Zaagketting/geleider
Type aandrijftandwiel/aantal tanden 3/8"/spoor 6, 1/4"/spoor 8, 0,325''/spoor 7

1 Gebruik altijd het aanbevolen bougietype. Het gebruik van de onjuiste bougie kan schade aan de zuiger/cilinder veroorzaken.
2 Het equivalente geluidsdrukniveau, volgens ISO 22868, wordt berekend als de in de tijd gewogen energie-optelsom voor verschillende geluidsdrukniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De typische statistische spreiding voor het equivalente geluidsdrukniveau is een standaarddeviatie van 1 dB (A).
3 Het equivalente trillingsniveau, volgens ISO 22867, wordt berekend als de in de tijd gewogen energie-optelsom voor trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. Gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau hebben een typische statistische spreiding (standaarddeviatie) van 1 m/s 2 .

Husqvarna T435
Zaagketting snelheid bij maximaal motorvermogen, m/s. 19,0

Accessoires

Aanbevolen snijuitrusting
Kettingzaagmodel Husqvarna T435 is geëvalueerd op veiligheid volgens EN ISO 11681-2:2022 (Machines voor bosbouw - Draagbare kettingzagen - Veiligheidseisen en beproeving. Deel 2: Kettingzagen voor boomverzorging) en voldoet aan de veiligheidseisen wanneer uitgerust met de hieronder vermelde combinaties van geleider en zaagketting.

Zaagketting met lage terugslag
Een zaagketting die is aangeduid als zaagketting met lage terugslag, voldoet aan de eis voor lage terugslag die is gespecificeerd in ANSI B175.1-2021.

Terugslag en neusradius geleider

Geleider Zaagketting
Lengte, inch/cm Pitch, inch Dikte, inch/mm Max. neusradius Type Lengte, aandrijfschakels (nr.) Lage terugslag
12/30 3/8 0.050/1.3 7T Husqvarna H37 45 Ja
14/36 52
16/41 56
12/30 3/8 0.050/1.3 7T Husqvarna H36 45
14/36 52
16/41 56
10/25 1/4 0.050/1.3 R10 Husqvarna H00 60
12/30 68
12/30 0,325 mini 0.043/1.1 8T Husqvarna SP21G 51 Ja
14/36 59
16/41 64

De bruikbare snijlengte is meestal 1 inch minder dan de nominale lengte van de geleider.

Vijlmateriaal en vijlhoeken
Gebruik een Husqvarna-vijlmal om de zaagketting te slijpen. Een Husqvarna-vijlmal zorgt ervoor dat u de juiste vijlhoeken krijgt. De onderdeelnummers staan in de onderstaande tabel.
Als u niet zeker weet hoe u het type zaagketting op uw product kunt identificeren, raadpleeg dan www.husqvarna.com voor meer informatie.

H36 5/32 inch / 4,0 mm 505 24 37-01 0,025 inch / 0,65 mm 30° 80°
H37 5/32 inch / 4,0 mm 579 65 36-01 0,025 inch / 0,65 mm 30° 80°
H00 5/32 inch / 4,0 mm 580 68 74-01 0,025 inch / 0,65 mm 30° 85°
SP21G 5/32 inch / 4,0 mm 595 00 47-01 0,025 inch / 0,65 mm 30° 60°

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Husqvarna T435 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave