Bosch Professional GIM 60 / 120 handleiding

Veiligheidsvoorschriften


Lees en neem alle instructies in acht. De geïntegreerde beveiligingen in het meetgereedschap kunnen in gevaar komen als het meetgereedschap niet wordt gebruikt in overeenstemming met de verstrekte instructies. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK.

  • Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerde specialisten die originele reserveonderdelen gebruiken. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het meetgereedschap behouden blijft.
  • Gebruik het meetgereedschap niet in explosieve omgevingen, zoals in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan ​​die het stof of de dampen kunnen ontsteken.

Productbeschrijving en specificaties


Optimaal werken met het meetgereedschap is alleen mogelijk als de bedieningshandleiding en de werkinstructies volledig zijn gelezen en de daarin opgenomen instructies strikt worden nageleefd. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze opengevouwen tijdens het lezen van de bedieningsinstructies.

Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het snel en nauwkeurig meten van hellingen.

Productkenmerken
Overzicht

  1. Waterpas voor horizontale uitlijning
  2. Serienummer
  3. Batterijklep
  4. Vergrendeling van batterijklep
  5. Verlicht display
  6. Waterpas voor verticale uitlijning
  7. Audioknoppen
  8. Knop voor het wijzigen van de maateenheid
  9. "ON/OFF" (Aan/Uit) knop
  10. Knop voor kalibratie "Cal"
  11. "Hold/Copy" (Vasthouden/Kopiëren) knop
  12. Beschermtas

Display-elementen

a Uitlijningshulpmiddelen

b/c Maateenheden: °; %; mm/m

  1. "H" indicator voor "HOLD" (VASTHOUDEN) geheugenwaarde
  2. Lezing
  3. Batterij-indicator
  4. Indicator voor audiosignaal

Technische gegevens

Digitale waterpas GIM 60 GIM 120
Artikelnummer 3 601 K76 700 3 601 K76 800
Afmetingen – Lengte 608 mm 1250 mm
– Breedte 27 mm 27 mm
– Hoogte 59 mm 59 mm
Meetbereik 0–360° (4 x 90°) 0–360° (4 x 90°)
Meetnauwkeurigheid
– 0°/90°
±0.05° ±0.05°
– 1°–89° ±0.2° ±0.2°
Bedrijfstemperatuur –10°C... +50°C –10°C... +50°C
Opslagtemperatuur –20°C... +70°C –20°C... +70°C
Batterijen 4x1.5V LR6(AA) 4x1.5V LR6(AA)
Oplaadbare batterijen 1) 4x1.2V HR6(AA) 4x1.2V HR6(AA)

1) Vanwege de lagere spanning van de oplaadbare batterijen geeft de batterij-indicator geen volledige lading weer.

Het meetgereedschap is duidelijk te identificeren aan de hand van het serienummer 2 op het typeplaatje.

Digitale waterpas GIM 60 GIM 120
Bedrijfstijd, ca. 100 uur 100 uur
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,77 kg 1,4 kg
Automatische uitschakeling na ca. 30 minuten 30 minuten
IP 54 (stof- en spatwaterdicht)

1) Vanwege de lagere spanning van de oplaadbare batterijen geeft de batterij-indicator geen volledige lading weer.

Het meetgereedschap is duidelijk te identificeren aan de hand van het serienummer 2 op het typeplaatje.

Montage

De batterijen plaatsen/vervangen
Voor de werking van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkaline-mangaanbatterijen of oplaadbare batterijen aanbevolen.

Om het batterijklepje 3 te openen, drukt u op de vergrendeling 4 en klapt u het batterijklepje omhoog. Plaats de batterijen. Let bij het plaatsen op de juiste polariteit volgens de afbeelding aan de binnenkant van het batterijklepje.

Batterij-indicator
De oplaadbare batterij/batterij-indicator f geeft altijd de huidige batterijstatus weer:

De batterij is voor meer dan 90% opgeladen

De batterij is tussen 60% en 90% opgeladen

De batterij is tussen 30% en 60% opgeladen

De batterij is tussen 10% en 30% opgeladen


De lege batterij-indicator knippert. De batterijstatus is minder dan 10%. U kunt nog ongeveer 15–20 minuten meten vanaf het moment dat het knipperen begint totdat het gereedschap wordt uitgeschakeld.

Vervang altijd alle batterijen/oplaadbare batterijen tegelijkertijd. Gebruik geen verschillende merken of typen batterijen/oplaadbare batterijen samen.

  • Verwijder de batterijen/oplaadbare batterijen uit het meetgereedschap wanneer u het langere tijd niet gebruikt.
    Bij langere opslag kunnen de batterijen/oplaadbare batterijen corroderen en zelfontladen.

Werking

Eerste gebruik

  1. Bescherm het meetinstrument tegen vocht en direct zonlicht.
  2. Stel het meetinstrument niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in voertuigen liggen. Laat het meetinstrument na grote temperatuurschommelingen eerst aan de omgevingstemperatuur aanpassen voordat u het gebruikt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetinstrument worden beïnvloed.
  3. De contactvlakken en contactranden van het meetinstrument moeten schoon zijn. Bescherm het meetinstrument tegen stoten en schokken. Vuildeeltjes of vervormingen kunnen tot onjuiste meetresultaten leiden.
  4. Vermijd zware stoten tegen het meetinstrument en het laten vallen van het meetinstrument. Na zware invloeden van buitenaf op het meetinstrument wordt aanbevolen om telkens een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie "De meetnauwkeurigheid controleren") voordat u verder werkt.

In- en uitschakelen
Druk op de "ON/OFF"-schakelaar 9 om het meetinstrument in of uit te schakelen.

Als er ca. 30 minuten geen knop op het meetinstrument wordt ingedrukt of de hellingshoek van het meetinstrument niet meer dan 1,5° wordt veranderd, worden de hellingshoekmeting en de display automatisch uitgeschakeld om de batterij te sparen.

De maateenheid wijzigen (zie afbeelding A)
De maateenheid wijzigen

U kunt op elk moment schakelen tussen de maateenheden "°", "%" en "mm/m". Druk hiervoor zo vaak als nodig op de knop voor het wijzigen van de maateenheid 8 totdat de gewenste instelling in indicator b/c wordt weergegeven. De actuele meetwaarde wordt automatisch omgerekend.

De instelling van de maateenheid blijft behouden wanneer u het meetinstrument in- of uitschakelt.

Het geluidssignaal in-/uitschakelen
Het geluidssignaal kan met de knop voor het geluidssignaal 7 worden in- en uitgeschakeld. Als het geluidssignaal is ingeschakeld, verschijnt indicator g in de display.

Wanneer u het meetinstrument inschakelt, is het geluidssignaal standaard ingeschakeld.

Meetwaarde-indicatie en uitlijnhulpen
Bij elke beweging van het meetinstrument wordt de meetwaarde geactualiseerd. Wacht na het bewegen van het meetinstrument een tijdje tot de meetwaarde niet meer verandert voordat u de waarde afleest.

Afhankelijk van de positie van het meetinstrument worden de meetwaarde en de maateenheid 180° gedraaid op de display weergegeven. Op deze manier kan de indicatie ook bij werkzaamheden boven het hoofd worden afgelezen.

Het meetinstrument gebruikt uitlijnhulpen a op de display om aan te geven in welke richting het moet worden gekanteld om de doelwaarde te bereiken. Bij standaardmetingen is de doelwaarde de horizontale of verticale waarde, in de functie "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) is dit de opgeslagen meetwaarde.

Wanneer de doelwaarde is bereikt, gaan de pijlen van de uitlijnhulpen a uit en klinkt er een continu geluidssignaal als het geluidssignaal is ingeschakeld.

Meetfuncties
Een meetwaarde vasthouden/kopiëren

Met de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11 kunnen twee functies worden bediend:

  • Een meetwaarde vasthouden ("Hold"), ook wanneer het meetinstrument daarna wordt bewogen (bijv. omdat het meetinstrument zich in een positie bevindt waarin de display niet kan worden afgelezen);
  • Een meetwaarde kopiëren ("Copy").

Functie "Hold" (Vasthouden):

  • Druk kort op de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11. De actuele meetwaarde e wordt op de display vastgehouden en opgeslagen, en indicator "H" knippert.
  • Druk nogmaals op de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11 om de functie "Hold" (Vasthouden) te beëindigen. De opgeslagen waarde wordt verwijderd. De normale meting wordt voortgezet.

Functie "Copy" (Kopiëren):

  • Druk lang op de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11. De actuele meetwaarde e wordt gekopieerd en indicator "H" wordt continu op de display weergegeven.
  • Druk kort op de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11. De opgeslagen meetwaarde e wordt op de display weergegeven en indicator "H" knippert.
  • Plaats het meetinstrument op de plaats waar de meetwaarde naartoe moet worden overgebracht. Daarbij is de uitlijning van het meetinstrument niet van belang. De uitlijnhulpen a geven aan in welke richting het meetinstrument moet worden bewogen om de hellingshoek te bereiken die u wilt kopiëren. Wanneer de opgeslagen hellingshoek is bereikt, klinkt er een geluidssignaal en gaan de uitlijnhulpen a uit.
  • Druk nogmaals kort op de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11 om terug te keren naar de normale meting. Indicator "H" wordt continu op de display weergegeven.
  • Druk lang op de knop "Hold/Copy" (Vasthouden/kopiëren) 11 om een nieuwe waarde op te slaan.
  • Om een "Hold"-waarde (Vasthouden) te verwijderen, drukt u kort op de knop "ON/OFF" (Aan/uit).

De meetnauwkeurigheid controleren (zie afbeelding B)
De meetnauwkeurigheid controleren

Controleer de nauwkeurigheid van het meetinstrument telkens voordat u het gebruikt, na extreme temperatuurveranderingen en na zware schokken of stoten.

Voordat u hoeken < 45° meet, moet de nauwkeurigheidscontrole plaatsvinden op een vlakke en ongeveer horizontale ondergrond; voordat u hoeken > 45° meet, op een vlakke en ongeveer verticale ondergrond.

Schakel het meetinstrument in en plaats het op de horizontale of verticale ondergrond.

Wacht 10 seconden en noteer de meetwaarde.

Draai het meetinstrument (zoals in de afbeelding wordt getoond) 180° om zijn verticale as. Wacht opnieuw 10 seconden en noteer de tweede meetwaarde.

  • Kalibreer het meetinstrument alleen wanneer het verschil tussen beide afleeswaarden groter is dan 0,1°.

Kalibreer het meetinstrument in de positie (verticaal of horizontaal) waarin het verschil van de meetwaarden is vastgesteld.

Kalibratie voor horizontale vlakken (zie afbeelding C)
Kalibratie voor horizontale vlakken

Het oppervlak waarop u het meetinstrument plaatst, mag niet meer dan afwijken van de horizontale lijn. Als de afwijking groter is, wordt het kalibratieproces afgebroken met de indicatie "---".

  1.  Schakel het meetinstrument in en plaats het op het horizontale vlak op een zodanige manier dat de waterpas 1 naar boven is gericht en de display 5 naar u toe is gericht. Wacht 10 seconden.
  2. ‚ Druk vervolgens op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10 totdat "CAL1" kort op de display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde op de display.
  3. ƒ Draai het meetinstrument 180° om de verticale as, zodat de waterpas nog steeds naar boven is gericht, maar de display 5 van u af is gericht. Wacht 10 seconden.
  4. „ Druk vervolgens nogmaals op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10. "CAL2" wordt kort op de display weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) op de display. Het meetinstrument is nu opnieuw gekalibreerd voor dit steunvlak.
  5. … Daarna moet u het meetinstrument kalibreren voor het tegenoverliggende vlak. Draai hiervoor het meetinstrument om zijn horizontale as op een zodanige manier dat de waterpas 1 naar beneden is gericht en de display 5 naar u toe is gericht. Plaats het meetinstrument op het horizontale vlak. Wacht 10 seconden.
  6. † Druk vervolgens op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10 totdat "CAL1" kort op de display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde op de display.
  7. ‡ Draai het meetinstrument 180° om de verticale as, zodat de waterpas nog steeds naar beneden is gericht, maar de display 5 van u af is gericht. Wacht 10 seconden.
  8. ˆ Druk vervolgens nogmaals op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10. "CAL2" wordt kort op de display weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) op de display. Het meetinstrument is nu opnieuw gekalibreerd voor beide horizontale steunvlakken.

informatie Opmerking: Als het meetinstrument niet om de in de afbeelding getoonde as wordt gedraaid in stappen ƒ en ‡, kan de kalibratie niet worden voltooid ("CAL2" wordt niet op de display weergegeven).

Kalibratie voor verticale vlakken (zie afbeelding D)
Kalibratie voor verticale vlakken

Het oppervlak waarop u het meetinstrument plaatst, mag niet meer dan afwijken van de verticale lijn. Als de afwijking groter is, wordt het kalibratieproces afgebroken met de indicatie "---".

  1.  Schakel het meetinstrument in en plaats het tegen het verticale vlak op een zodanige manier dat de waterpas 6 naar boven is gericht en de display 5 naar u toe is gericht. Wacht 10 seconden.
  2. ‚ Druk vervolgens op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10 totdat "CAL1" kort op de display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde op de display.
  3. ƒ Draai het meetinstrument 180° om de verticale as, zodat de waterpas nog steeds naar boven is gericht, maar de display 5 van u af is gericht. Wacht 10 seconden.
  4. „ Druk vervolgens nogmaals op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10. "CAL2" wordt kort op de display weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) op de display. Het meetinstrument is nu opnieuw gekalibreerd voor dit steunvlak.
  5. … Daarna moet u het meetinstrument kalibreren voor het tegenoverliggende vlak. Draai hiervoor het meetinstrument om zijn horizontale as op een zodanige manier dat de waterpas 6 naar beneden is gericht en de display 5 naar u toe is gericht. Plaats het meetinstrument tegen het verticale vlak. Wacht 10 seconden.
  6. † Druk vervolgens op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10 totdat "CAL1" kort op de display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde op de display.
  7. ‡ Draai het meetinstrument 180° om de verticale as, zodat de waterpas nog steeds naar beneden is gericht, maar de display 5 van u af is gericht. Wacht 10 seconden.
  8. ˆ Druk vervolgens nogmaals op de kalibratieknop "Cal" (Kalibreren) 10. "CAL2" wordt kort op de display weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) op de display. Het meetinstrument is nu opnieuw gekalibreerd voor beide verticale steunvlakken.

informatie Opmerking: Als het meetinstrument niet om de as wordt gedraaid die in de afbeelding wordt getoond in stappen ƒ en ‡, kan de kalibratie niet worden voltooid ("CAL2" wordt niet in de display weergegeven).

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging
Bewaar en vervoer het meetgereedschap uitsluitend in de meegeleverde beschermtas.

Houd het meetgereedschap altijd schoon voor veilig en goed werken.

Dompel het meetgereedschap niet onder in water of andere vloeistoffen.

Veeg vuil af met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen.

Stuur het meetgereedschap bij reparaties verpakt in de beschermtas 12 op.

Aftersales-service en gebruiksservice
De aftersales-service beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over reserveonderdelen. Explosietekeningen en informatie over reserveonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com

Het gebruiksserviceteam van Bosch beantwoordt graag uw vragen over onze producten en toebehoren.

Vermeld bij alle correspondentie en bestellingen van reserveonderdelen altijd het uit 10 cijfers bestaande artikelnummer dat op het typeplaatje van het product staat.

Groot-Brittannië
Robert Bosch Ltd. (B.S.C.)
P.O. Box 98
Broadwater Park
North Orbital Road
Denham
Uxbridge
UB 9 5HJ
Op www.bosch-pt.co.uk kunt u reserveonderdelen bestellen of het ophalen van een product voor onderhoud of reparatie regelen.
Tel. Service: (0344) 7360109
E-Mail: boschservicecentre@bosch.com

Ierland
Origo Ltd.
Unit 23 Magna Drive
Magna Business Park
City West
Dublin 24
Tel. Service: (01) 4666700
Fax: (01) 4666888

Australië, Nieuw-Zeeland en eilanden in de Stille Oceaan
Robert Bosch Australia Pty. Ltd.
Power Tools
Locked Bag 66
Clayton South VIC 3169
Customer Contact Center Inside Australia:
Phone: (01300) 307044 Fax: (01300) 307045
Inside New Zealand:
Phone: (0800) 543353
Fax: (0800) 428570
Outside AU and NZ:
Phone: +61 3 95415555
www.bosch.com.au

Republiek Zuid-Afrika Klantenservice
Hotline: (011) 6519600

Gauteng – BSC Service Centre
35 Roper Street, New Centre
Johannesburg
Tel.: (011) 4939375
Fax: (011) 4930126
E-Mail: bsctools@icon.co.za

KZN – BSC Service Centre
Unit E, Almar Centre
143 Crompton Street Pinetown
Tel.: (031) 7012120
Fax: (031) 7012446
E-Mail: bsc.dur@za.bosch.com

Western Cape – BSC Service Centre
Democracy Way, Prosperity Park
Milnerton
Tel.: (021) 5512577
Fax: (021) 5513223
E-Mail: bsc@zsd.co.za

Bosch Headquarters
Midrand, Gauteng
Tel.: (011) 6519600
Fax: (011) 6519880
E-Mail: rbsa-hq.pts@za.bosch.com

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Bosch Professional GIM 60 / 120 handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave