1. Selecteer de fishfinder-pagina.
2. Controleer het fishfinder-display.
Terwijl de fishfinder actief is, moet u kunnen zien:
• Diepte-uitlezing (geeft aan dat de terugmelder werkt). De
diepte wordt getoond in grote witte getallen linksonder in het
scherm.
Systeemcontroles
5.6 Instelling en checks thermische
camera
Om te zorgen dat de thermische camera goed werkt, dient u de
hoofdfuncties in te stellen en te controleren.
Zorg voordat u verder gaat dat de camera goed is aangesloten,
volgens de meegeleverde instructies. Als uw systeem de optionele
Joystick Control Unit (JCU) en Power over Ethernet (PoE) injector
bevat, dienen deze ook correct aangesloten te zijn.
Instellen van de camera
U dient:
• het beeld af te stellen (beeldverhouding, contrast, helderheid
enz.).
Controleren van de camera
U dient:
• de camerabewegingen te controleren (pan, kantel, zoom).
• te controleren of de "home"-positie van de camera juist is.
Het beeld van de thermische camera aanpassen
Doe het volgende in de toepassing van de thermische camera:
1. Selecteer Menu.
2. Selecteer Adjust Contrast (Contrast aanpassen).
3. Selecteer de gewenste opties voor Contrast, Helderheid of Kleur.
4. Gebruik de draaiknop om de waarden in te stellen.
Draaien, kantelen en zoomen van het
thermische beeld
De thermische camera kan op 2 manieren worden bediend met
behulp van de toepassing voor de thermische camera:
• met het touchscreen en de draaiknop van UniControl.
87