Nederlands
o) Een grasmaaier met draaiende motor mag nooit
worden opgetild of gedragen.
p) Zet de motor uit en trek de startsleutel los. Controleer
of alle bewegende delen volledig tot stilstand
gekomen zijn: – altijd wanneer u de grasmaaier
verlaat;
– voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het
uitwerpkanaal verwijdert;
– voordat u de grasmaaier controleert, reinigt of
werkzaamheden aan de maaier uitvoert;
– wanneer een vreemd voorwerp geraakt is. Zoek
naar beschadigingen aan de grasmaaier en voer de
vereiste reparaties uit voordat u opnieuw start en
met de grasmaaier gaat werken.
Als de grasmaaier ongebruikelijk sterk begint te trillen,
moet deze onmiddellijk worden nagekeken. – Zoek
naar beschadigingen;
– Voer de vereiste reparaties van beschadigde
onderdelen uit;
– Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven
goed zijn aangehaald.
26.5
Onderhoud en opslag
a) Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en
schroeven goed zijn aangehaald en dat het apparaat
in een veilige bedrijfstoestand verkeert.
b) Controleer regelmatig of de grasopvangbox versleten
is of niet goed meer werkt.
c) Om veiligheidsredenen moeten versleten of
beschadigde onderdelen worden vervangen.
d) Let op dat bij machines met meerdere snijmessen het
bewegen van één snijmes kan leiden tot het draaien
van de overige snijmessen.
e) Het er bij het instellen van de machine op dat er geen
vingers tussen bewegende snijmes‐
30
26 Veiligheidsinstructies voor
grasmaaiers sen en stilstaande
machineonderdelen
terechtkomen.
f)
Laat de motor afkoelen voordat
u de
machine wegzet.
g) Let er bij
onderhoudswerkzaamheden aan
de snijmessen op dat zelfs na
het uitschakelen van de
spanningsbron de snijmessen
nog kunnen worden bewogen.
h) Om veiligheidsredenen moeten
versleten of beschadigde
onderdelen worden vervangen.
Gebruik uitsluitend originele
reserveonderdelen en
accessoires.
0478-131-9961-C