Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
– of het snijgereedschap en de complete
snij-eenheid (maaimes,
bevestigingselementen,
maaiwerkbehuizing) in onberispelijke
staat zijn. Er moet vooral worden
gecontroleerd op veilige montage,
beschadigingen (kerven of scheuren)
alsook slijtage.
– of de veiligheidsvoorzieningen
(bijvoorbeeld de behuizing, duwstang,
motorstopbeugel) in onberispelijke
toestand verkeren en naar behoren
functioneren.
– of de uitlooprem van de elektromotor
werkt.
Voer, indien nodig, alle noodzakelijke
werkzaamheden uit of laat deze over aan de
vakhandelaar. STIHL beveelt hiervoor de
STIHL vakhandelaar aan.
Schakel de elektromotor nooit zonder goed
gemonteerde messen in. Gevaar voor
oververhitting van de elektromotor!
Raadpleeg de informatie in de hoofdstukken
"Accu" ( 4.3) en "Oplaadapparaat"
( 4.4).
4.9 Tijdens het werken Werk nooit als er zich
dieren of personen, in het
bijzonder kinderen, binnen het
gevaarlijke gebied bevinden.
Werk niet bij omgevingstemperaturen van
minder dan +5°C. Werk alleen bij daglicht of
bij goede kunstverlichting. Werk niet met het
apparaat bij regen, onweer en met name niet
bij blikseminslaggevaar.
0478 131 9939 C - NL
Opgelet – kans op letsel! Houd
handen of voeten nooit tegen of
onder draaiende onderdelen.
Raak het
ronddraaiende mes nooit aan.
Neem steeds de door de duwstang bepaalde
veiligheidsafstand in acht. De duwstang moet
steeds goed gemonteerd zijn en mag niet
veranderd worden. Gebruik het apparaat
nooit met neergeklapte duwstang.
De op het apparaat geïnstalleerde schakel- en
veiligheidsinrichtingen mogen niet worden
verwijderd of overbrugd. Zet in het bijzonder
de motorstopbeugel nooit aan de duwstang
vast (bijvoorbeeld door deze op te binden).
Bevestig nooit voorwerpen aan de duwstang
(zoals werkkleding).
Bij een vochtige ondergrond is er meer
gevaar voor letsel, omdat de gebruiker
minder stabiel staat. Om uitglijden te
voorkomen moet er bijzonder voorzichtig
worden gewerkt. Indien mogelijk het
apparaat niet op een vochtige ondergrond
gebruiken. Laat het apparaat niet in de
regen staan.
Accuvak tijdens het werken altijd gesloten
houden. Apparaat inschakelen:
Start het apparaat voorzichtig, volgens de
aanwijzingen in het hoofdstuk ¨Apparaat in
gebruik nemen¨. ( 12.) Houd uw voeten
op
voldoende
afstand
snijgereedschap. Het apparaat moet bij het
inschakelen op een vlakke bodem staan.
Het apparaat mag voor het inschakelen en
tijdens het starten niet gekanteld worden.
Herhaaldelijke inschakelingen binnen korte
tijd, in het bijzonder het "spelen" met de
startknop, moeten vermeden worden.
Gevaar voor oververhitting van de
elektromotor! Werken op hellingen:
hellingen altijd in de dwarsrichting, nooit in
de lengterichting bewerken. Als de gebruiker
bij het maaien in langsrichting de controle
verliest over de grasmaaier kan hij overreden
worden door het maaiende apparaat.
Wees bijzonder voorzichtig als u op een
helling van richting verandert.
Let steeds op een goede stand bij hellingen
en vermijd om met het apparaat te werken
op zeer sterke hellingen.
Om veiligheidsredenen mag de machine niet
op hellingen steiler dan 25° (46,6 %) worden
gebruikt. Kans op letsel! Een stijging van de
helling van 25° betekent een verticale stijging
van 46,6 cm bij een horizontale lengte van
100 cm.
Werken:
Opgelet – kans op letsel! Houd
handen of voeten nooit tegen of
van
het
onder draaiende onderdelen.
Raak het
ronddraaiende mes nooit aan. Neem steeds
de door de duwstang bepaalde
veiligheidsafstand in acht.
Probeer niet om het mes te
inspecteren zolang het apparaat
werkt. Het ronddraaiende mes
17
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Rma 2 rtRma 2.0 rpRma 2.0 rt

Inhoudsopgave