– Maaierbehuizing is verstopt
– Maaimes is bot of versletenOplossing:
– Accu laden ( 8.4)
– Snijhoogte en maaisnelheid aan de te
maaien oppervlakte aanpassen ( 9.4)
– Maaierbehuizing reinigen ( 13.2) –
Maaimes slijpen of vervangen ( 13.8)
Storing: Apparaat
werkt te kort Mogelijke
oorzaak:
– Accu niet geheel opgeladen
– RMA 2 RP: Geen of lege accu in het
accuvak 2 geplaatst
– Maaien van te hoog of te vochtig gras
– Maaierbehuizing is verstopt– Maaimes is
bot of versleten – Levensduur van accu is
overschreden Oplossing:
– Accu laden ( 8.2)
– RMA 2 RP: Geladen accu in het accuvak 2
plaatsen
– Snijhoogte en maaisnelheid aan de
maaiomstandigheden aanpassen
( 9.4)
– Storing in voeding oplaadapparaat
Oplossing:
– Accu uit accuvak nemen en weer
0478 131 9939 C - NL
– Maaierbehuizing reinigen ( 13.2)
– Maaimes slijpen of vervangen ( 13.8)
– Accu vervangen ()
Storing:
De accu klemt bij het plaatsen in de
accuhouder Mogelijke oorzaak:
– Geleiders of elektrische contacten in de
accuhouder verontreinigd Oplossing:
– Geleiders of elektrische contacten in de
accuhouder reinigen ( 13.2)
Storing:
De accu laadt niet op, ondanks groen
brandende led op het oplaadapparaat
Mogelijke oorzaak:
– De accu is te koud/te heet (op de accu
brandt een rode led) Oplossing:
– Accu laten opwarmen of afkoelen
( 8.4). Gebruik het oplaadapparaat
alleen in afgesloten en droge ruimtes, bij
temperaturen van +5°C tot +40°C.
21. Onderhoudsschema
Storing:
Na het plaatsen van de accu in het
oplaadapparaat begint het opladen niet
Mogelijke oorzaak:
– Accu te koud/te warm – op de accu
brandt 1 led rood
– Geen elektrisch contact tussen
oplaadapparaat en accu – Storing in
voeding oplaadapparaat Oplossing:
– Accu in oplaadapparaat laten zitten. Het
laden begint automatisch zodra het
toegestane temperatuurbereik is bereikt.
– Accu wegnemen en weer plaatsen
( 8.2)
– Oplaadapparaat aansluiten ( 8.3) –
Elektriciteitsnet controleren
– Oplaadapparaat inspecteren, eventueel
vervangen ()
Storing:
Accu laadt niet op, er brandt geen led
Mogelijke oorzaak:
– Geen elektrisch contact tussen
oplaadapparaat en accu
plaatsen ( 8.2)
33