13.2 Apparaat reinigen
Onderhoudsinterval:
na elk gebruik Door het apparaat
zorgzaam te behandelen, beschermt u
het tegen beschadigingen en verlengt
u de levensduur.
● Accu wegnemen ( 8.2)
Kans op letsel! Plaats de maaier
op een vaste, horizontale en
effen ondergrond voordat u de
maaier op zijn kant zet. Het apparaat kan
bij werkzaamheden in de
reinigingspositie omvallen. Sta altijd
aan de zijkant van het apparaat. Werk nooit
vóór of achter de maaier. Apparaat in de
reinigingsstand plaatsen
● Open de snelspanners (1) en kantel de
duwstang (2) naar achteren.
● Til het apparaat aan de voorkant op en
plaats het zoals afgebeeld in de
reinigingsstand.
Aanwijzingen voor het reinigen:
● verwijder vuil met een beperkte
hoeveelheid water, met een borstel of
met een doek. Reinig met name ook het
maaimes. Richt nooit harde waterstralen
op onderdelen van de elektromotor,
afdichtingen, lagers en elektrische
onderdelen zoals accu's of schakelaars.
● Maak aangekoekte grasresten van
tevoren met een houten staaf los.
● Verwijder verontreinigingen van de
ventilatiesleuven op de elektromotor en
de luchtgeleiders aan de onderkant van
het apparaat om voldoende koeling van
de elektromotor te kunnen garanderen.
0478 131 9939 C - NL
● Gebruik indien nodig een speciaal
reinigingsmiddel (bijvoorbeeld STIHL
18
speciale reiniger).
13.3
Elektromotor en wielenDe
elektromotor is onderhoudsvrij. De
lagers van de wielen zijn onderhoudsvrij.
13.4
Accu
Onderhoudsinterval: vóór elk gebruik ●
Accu met een vochtige doek reinigen.
● Inspecteer visueel of de accu niet
beschadigd is. Accu's met zichtbare
beschadigingen (zoals scheuren of
uitstromende vloeistof) mogen niet
worden gebruikt.
3.5 Oplaadapparaat
Onderhoudsinterval: vóór elk gebruik ●
Stekker uit het stopcontact trekken.
● Oplaadapparaat met een vochtige doek
reinigen.
● Elektrische contacten van het
oplaadapparaat met een kwast of een
zachte borstel reinigen.
● Volg de aanwijzingen in de
gebruiksaanwijzing van het
oplaadapparaat op.
13.6 Messenslijtage controleren
Onderhoudsinterval:
Voor elk gebruik.
Gevaar op letsel! Messen slijten
sterk verschillend, afhankelijk van
1
de plaats van gebruik en inzetduur.
Als u het apparaat op een zandige
ondergrond of dikwijls in droge
omstandigheden inzet, is dit
zwaarder voor het mes en verslijt
het sneller dan gemiddeld.
Een versleten mes kan afbreken en
zware
letsels
instructies voor het mesonderhoud
moeten dus steeds in acht worden
genomen.
Testprocedure
● Apparaat in de reinigingsstand plaatsen.
( 13.2)
● Messen (1) reinigen en op beschadigingen
(kerven of scheuren) controleren.
● Mesdikte (A) op meerdere plaatsen met
een schuifmaat (2) nameten.
● Terugslijp (B) nameten. Hiervoor een lat
(3) aan de meskant vooraan plaatsen
zoals afgebeeld.
Slijtagegrenzen De mesdikte (A) moet op
elke plaats tenminste 2 mm bedragen. De
belangrijkste plaatsen zijn aangeduid op de
afbeelding. De snijkanten mogen bij het
scherpen maximaal tot op 5 mm – afstand
(B) (terugslijp) – teruggeslepen worden.
13.7 Maaimes demonteren en
19
monteren
Gevaar op letsel! Enkel met
handschoenen werken. Het
veroorzaken.
De
20
27