Nederlands
► Als met ingeschakelde wielaandrijving wordt
gewerkt: rijd de grasmaaier gecontroleerd
vooruit.
► Als met uitgeschakelde wielaandrijving wordt
gewerkt: Duw de grasmaaier langzaam en
gecontroleerd vooruit.
11.5
Mulchklep openen en sluiten
11.5.1
Mulchklep openen
► Schakel de motor uit.
► Plaats de grasmaaier op een vlakke onder‐
grond.
► Druk op de vergrendeling (1) en houd deze
ingedrukt.
► Zet de hendel (2) in stand 0.
De mulchklep is geopend.
► Laat de vergrendeling (1) los.
11.5.2
Mulchklep sluiten
► Schakel de motor uit.
► Plaats de grasmaaier op een vlakke onder‐
grond.
► Druk op de vergrendeling (1) en houd deze
ingedrukt.
► Zet de hendel (2) in stand I.
De mulchklep is gesloten.
94
► Laat de vergrendeling (1) los.
11.6
Grasopvangbox ledigen
De door het mes gecreëerde luchtstroom tilt de
inhoudsindicatie (1) omhoog. Als de grasopvang‐
box is gevuld, stopt de luchtstroom. Als de lucht‐
stroom te gering is, zakt de inhoudsindicatie (2)
naar de rusttoestand terug. Dit is een indicatie
dat de grasopvangbox moet worden geledigd.
Van een onbeperkte werking van de inhoudsindi‐
catie is alleen bij een optimale luchtstroom
sprake. Invloeden van buitenaf, zoals vochtig,
dicht of hoog gras, lage snijstanden, vuil en der‐
gelijke kunnen de luchtstroom en de werking van
de inhoudsindicatie negatief beïnvloeden.
► Als de inhoudsindicatie naar de rusttoestand
terugvalt: Maak de grasopvangbox leeg.
► Schakel de grasmaaier uit.
► Haak de grasopvangbox los.
► Open de sluitlip (1).
► Klap het bovenste gedeelte van de grasop‐
vangbox (2) aan de greep (3) open en houd
deze daar.
► Houd deze met de andere hand de onderste
handgreep (4) vast.
► Maak de grasopvangbox leeg.
► Klap de grasopvangbox dicht.
► Haak de grasopvangbox vast.
12 Na de werkzaamheden
12.1
Na het werken
► Schakel de motor uit.
► Als de grasmaaier nat is: laat de grasmaaier
drogen.
12 Na de werkzaamheden
0478-111-9661-A