Het automatische systeem MILORD voor residentiële schuifpoorten is
een elektrisch-mechanische aandrijving die de beweging op de vleugel
overbrengt via een rondsel in combinatie met een tandheugel die op de
poort is bevestigd.
Het onomkeerbare systeem garandeert de mechanische blokkering wan-
neer de motor niet in werking is, en daarom is het niet noodzakelijk een
vergrendeling te installeren. Een handig ontgrendelingsmechanisme zorgt
ervoor dat het hek kan worden bewogen in geval van een black-out of
een storing.
Deze aandrijving heeft geen mechanische koppeling, en vereist dus be-
dieningsapparatuur met een elektrische koppeling.
Bij aandrijvingen MILORD in de versies "C" is de elektronische apparatuur
geïntegreerd in de behuizing van de aandrijving.
. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
1 Motorreductor
1 Motorreductor
2 Bedekkingskap
2 Bedekkingskap
3 Bedieningscentrale *
3 Bedieningscentrale *
4 Ringtransformator **
4 Ringtransformator **
5 Encoder **
5 Encoder **
* Bij standaardmodellen alleen in de versies "C"
* Bij standaardmodellen alleen in de versies "C"
** Alleen bij model MILORD 424C
** Alleen bij model MILORD 424C
t
eChnisChe eigensChappen aandrijvingen
Model
Voeding
Opgenomen vermogen
Absorptie
Toeren/min. elektrische motor
Aanloopcondensator
Reductieverhouding
Rondsel
Tandheugel
Max. koppel
Max. duwkracht
Temperatuurbeveiliging op wikkeling
Gebruiksfrequentie
Omgevingstemperatuur
Gewicht aandrijving
Beschermingsgraad
Max. gewicht poort
Snelheid poort
Max. lengte poort
AUTOMATISCH SYSTEEM MILORD
Fig. 1
Fig. 1
6 Magneetsensor
6 Magneetsensor
7 Basisplaat
7 Basisplaat
8 Rondsel
8 Rondsel
9 Ontgrendelingsmechanisme
9 Ontgrendelingsmechanisme
MILORD
MILORD
MILORD
5-5C
424-424C
8-8C
230V~ 50Hz
24 Vdc
230V~ 50Hz
350 W
70 W
500 W
1.5 A
3 A
2.2 A
1400
12.5 µF
10 µF 400V
/
400V
1:25
Z16
module 4
18 Nm
13.5 Nm
24 Nm
45 daN
40 daN
65 daN
140°C
/
140°C
30%
100%
40%
-20°C +55°C
10 Kg
11Kg
IP44
500 Kg
400 Kg
800 Kg
12 m/min
15 m
2. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN
(standaardinstallatie)
2
1
1.
1.
Aandrijving met ingebouwde elektrische apparatuur (zorg voor een
Aandrijving met ingebouwde elektrische apparatuur (zorg voor een
speciale basisplaat)
speciale basisplaat)
2.
2.
Fotocellen
Fotocellen
3.
3.
Sleutelschakelaar
Sleutelschakelaar
4.
4.
Lichtsignaal
Lichtsignaal
5.
5.
Ontvanger
Ontvanger
1) Gebruik harde en/of flexibele buizen bij het aanleggen van de
1) Gebruik harde en/of flexibele buizen bij het aanleggen van de
elektriciteitskabels.
elektriciteitskabels.
2) Houd de laagspanningskabels voor de aansluiting van de acces-
2) Houd de laagspanningskabels voor de aansluiting van de acces-
soires altijd gescheiden van die van die voedingskabels met 230 V~.
soires altijd gescheiden van die van die voedingskabels met 230 V~.
Gebruik verschillende beschermingsmantels om iedere interferentie
Gebruik verschillende beschermingsmantels om iedere interferentie
te vermijden
te vermijden
3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
3.. CONTROLES VOORAF
Voor een goede werking van het automatische systeem moet de structuur
van de bestaande of de te installeren poort de volgende eigenschappen
hebben:
•
het gewicht van de poort moet overeenkomen met hetgeen is aange-
geven in de tabel van technische eigenschappen;
•
robuuste en harde structuur van de vleugels;
•
glad oppervlak van de vleugel (geen uitstekende delen);
•
geleidelijke en gelijkmatige beweging van de vleugels, zonder haperingen,
gedurende heel de manoeuvre;
vleugel slingert niet in de zijrichting;
•
•
de schuifsystemen boven en onder verkeren in uitstekende staat. Het ge-
bruik van een rail op de grond met een afgeronde sleuf heeft de voorkeur
voor minder wrijving bij het schuiven.
•
slechts twee wieltjes;
mechanische eindaanslagen ter beveiliging om te voorkomen dat de
•
poort uit de rails loopt; deze aanslagen moeten goed op de grond of
op de onderste rail, op ongeveer 40 mm achter de eindschakelaar,
worden bevestigd.
•
geen mechanische vergrendelingen.
Het wordt aangeraden eventueel smeedwerk te laten verrichten alvorens
het automatische systeem te installeren.
De toestand van de structuur houdt rechtstreeks verband met de betrou-
wbaarheid en de veiligheid van het automatische systeem.
3.2. INSTALLATIE VAN DE AANDRIJVING
1.
Assembeer de basisplaat zoals in Fig. 3.
2.
Graaf een gat voor de basisplaat zoals aangeduid in fig. 4. De basisplaat
moet worden geplaatst zoals aangeduid in fig. 5 (sluiting rechts) of fig.
6 (sluiting links) om ervoor te zorgen dat het rondsel en de tandheugel
goed in elkaar grijpen.
Het is raadzaam de plaat op een basis van cement op ongeveer
50 mm van de grond te plaatsen (fig. 7).
3.
Zet de flexibele leidingen waar de verbindingskabels tussen de motorre-
ductor, de accessoires en de elektrische voeding door moeten lopen,
op hun plaats. De flexibele leidingen moeten ongeveer 3 cm uit het
gat in de plaat steken.
27
4
5
3
2
Fig. 2
Fig. 2