Plaats de detector op het te onderzoeken
oppervlak op een plek waarvan u weet
dat er zich daar geen object bevindt dat
u zoekt. Druk vervolgens op de PUSH-
knop
en houd deze ingedrukt. Een
6
vinkje-symbool
knippert in de rechter
15
bovenhoek van het display
om aan te
2
geven dat de kalibratie bezig is. Wacht
tot het kalibratieproces is afgesloten.
Het einde van de kalibratie wordt door een
kort, dubbel signaalgeluid aangegeven en
het vinkje-symbool
op het display
15
2
knippert niet meer. Terwijl u de PUSH-
knop
ingedrukt houdt, beweegt u de
6
detector met de onderkant vlak over het te
onderzoeken oppervlak. Het is mogelijk
dat hierbij enkele korte signaalgeluiden
te horen zijn. Zolang er op het display
geen intensiteitsweergave
verschijnt,
13
hebben deze geen betekenis.
Als er in de buurt van de detector een
object is waarvoor het zoeken is geacti-
veerd, verschijnen eerst enkele balkjes
van de intensiteitsweergave
. Als u
13
dichter bij het gezochte object komt,
neemt het aantal balkjes van de intensi-
teitsweergave toe (afb. C).
Als de detector precies bij het gezochte
object is, hoort u een doorlopend sig-
naalgeluid.
Bij het zoeken naar een stroomleiding
verschijnt aanvullend op de intensiteits-
weergave het spanningsteken ( )
.
11
Gebruik het potlood
om de plekken
5
te markeren.
Beweeg de detector bij het zoeken altijd
in een rechte lijn. Om het object nauw-
keuriger te lokaliseren, beweegt u de
76 NL/BE