AANSLUITSCHEMA
Opladen met de laatst gebruikte
programma-instellingen
Zet de aan/uit-schakelaar
4
aan
5
Druk op START/STOP om met
opladen te beginnen
Druk op START/STOP als u het
opladen wilt onderbreken
2
Sluit de acculader aan
op de accu
*Stekkermodel kan afwijken.
WAARSCHUWING!
De accu en de elektronica raken beschadigd als u
probeert een 12V-accu op te laden in de 24V-stand.
50 • NL
MONTAGE
Als u de acculader permanent wilt monteren, dient u deze op een stabiele
ondergrond te bevestigen. Monteer de acculader met schroeven door de
vier schroefgaten. Gebruik geschikte schroeven of bevestigingen. Laat rond
de acculader voldoende ruimte vrij voor de luchtkoeling.
1
USB-aansluiting (type B)
Sluit de kabels aan
op de acculader.
USB-AANSLUITING (TYPE B)
Alleen voor onderhoud.
3
OPMERKING: Nooit gebruiken om mobiele telefoons enz. op te laden.
KLAAR VOOR GEBRUIK
Sluit de acculader
Tabel toont geschatte tijd om een lege batterij tot 80% op te laden.
aan op een
wandcontactdoos*
5A
10A
20A
30A
40A
MXTS 40
12V/40A
24V/20A
1
2
3
4
5
6
7
8
SET
NORMAL
MODE
AGM
Ca/Ca
BOOST
START
STOP
STOP
SUPPLY
ACCUCAPACITEIT
10Ah 20Ah 50Ah 100Ah 600Ah 1200Ah
2 uur
3 uur
8 uur
2 uur
4 uur
8 uur
2 uur
4 uur
24 uur
3 uur
16 uur
2 uur
12 uur
DE ACCULADER AANSLUITEN
Als de accuklemmen niet correct zijn aangesloten, zorgt de beveiliging tegen
omgekeerde polariteit ervoor dat de accu en de acculader niet worden
beschadigd.
• Sluit de accukabel
1
(inclusief de kabel van de temperatuursensor) aan
op de acculader.
• Sluit het netsnoer
aan op de acculader.
2
• Sluit de rode klem
aan op de positieve pool van de accu.
3
• Sluit de zwarte klem
4
op ruime afstand van de brandstofleiding en de
accu aan op het chassis van het voertuig.
• Sluit de acculader
aan op een wandcontactdoos.
5
• Zet de aan/uit-schakelaar
6
DE ACCULADER AFKOPPELEN
• Zet de aan/uit-schakelaar
6
• Neem de steker van de acculader
de acculader loskoppelt van de accu.
• Ontkoppel eerst de zwarte klem
–
+
3
4
24 uur
aan.
uit.
uit de wandcontactdoos vóórdat u
5
4
en pas daarna de rode klem
3
.
6
2
1
Bij voertuigen met een
positief geaarde accu
geldt het volgende:
• Sluit de zwarte klem
3
aan op de negatieve
pool van de accu.
• Sluit de rode klem
4
op ruime afstand van de
brandstofleiding en de accu
aan op het chassis van het
voertuig.
DE ACCULADER
AFKOPPELEN
• Ontkoppel eerst de rode
klem
en pas daarna de
4
5
zwarte klem
.
3