Correctie voor belichting in het buitengebied
3
Als gevolg van fysieke eigenschappen van de lens lijken de vier hoeken van de
opname mogelijk donkerder. Dit wordt verval van het lenslicht of verminderde
belichting van de buitenste gebieden genoemd. Bij JPEG-opnamen wordt de
correctie uitgevoerd wanneer de opname is gemaakt. Voor RAW-opnamen kan
dit worden gecorrigeerd met Digital Photo Professional (meegeleverde software).
De standaardinstelling is [Inschakelen].
Correctie ingeschakeld
76
Selecteer [Correctie helderheid
1
randen].
Selecteer in het tabblad [1]
[Correctie helderheid randen]
en druk vervolgens op <0>.
Configureer de correctie-instelling.
2
Controleer of op het scherm [Correctie-
gegevens beschikbaar] wordt
weergegeven bij het gebruikte objectief.
Als [Correctiegeg.niet beschikbaar]
wordt weergegeven, raadpleegt u 'Correctiegegevens
voor het objectief' op de volgende pagina.
Draai aan het instelwiel <5> om
[Inschakelen] te selecteren en druk
vervolgens op <0>.
Maak de opname.
3
De opname wordt vastgelegd met de
gecorrigeerde belichting van het buitengebied.
Correctie uitgeschakeld