Normaal regelt de stoomoven automa‐
tisch de druk en de temperatuur in de
ovenruimte. Voor noodgevallen heeft
het apparaat twee veiligheidsvoorzie‐
ningen tegen overdruk (overdrukbeveili‐
ging en veiligheidsventiel), alsmede een
beveiliging tegen te hoge temperaturen
(oververhittingsbeveiliging).
Het veiligheidsventiel en de overdruk‐
beveiliging moeten na 1-2 jaar worden
vervangen (afhankelijk van het gebruik).
Het is niet toegestaan wijzigingen
aan te brengen in de veiligheidsvoor‐
zieningen.
Overdrukbeveiliging / veilig‐
heidsventiel
Het veiligheidsventiel en de overdruk‐
beveiliging kunnen afzonderlijk, tegelijk
of na elkaar reageren.
Wanneer de beveiligingen reageren,
komt er stoom boven en onder het be‐
slag vrij.
Druk op de Start/Stop-toets.
Wacht totdat de afkoelfase is afge‐
sloten (zie "Bediening – Ovenfunctie
beëindigen").
Open de deur.
Controleer eerst of het siliconen‐
schijfje uit de houder van de over‐
drukbeveiliging is gedrukt. Is dat het
geval, plaats dan een nieuw silico‐
nenschijfje (zie "Overzicht – Bijgele‐
verde accessoires") in de opening
van de overdrukbeveiliging aan de
binnenkant van de deur.
U kunt het apparaat weer in gebruik ne‐
men.
Heeft de overdrukbeveiliging niet ge‐
reageerd, trek dan het veiligheids‐
ventiel aan de binnenkant van de
deur eruit.
Beveiligingen
27