Beveiligingen
Inschakelblokkering / vergren‐
deling
Het apparaat is voorzien van een ver‐
grendelingssysteem dat voorkomt dat
het apparaat onbedoeld in gebruik
wordt genomen of dat instellingen wor‐
den gewijzigd als het apparaat al in ge‐
bruik is.
Als u gebruik wilt maken van de ver‐
grendeling moet u eenmalig de betref‐
fende instelling wijzigen (zie "Instel‐
lingen").
De vergrendeling van het apparaat
(inschakelblokkering) activeert u als het
apparaat stand-by staat. Het apparaat
kan worden in- en uitgeschakeld, maar
niet in gebruik worden genomen.
De vergrendeling van de instellingen
activeert u als het apparaat in gebruik
is. Als de vergrendeling actief is, kan
het apparaat alleen nog beperkt worden
bediend:
– De voorgeprogrammeerde tempera‐
tuur kan wel worden verlaagd, maar
niet verhoogd.
– De ingestelde bereidingstijd kan al‐
leen worden verminderd.
– Het apparaat kan worden in- en uit‐
geschakeld, maar er kan geen oven‐
functie worden gekozen.
30
Activeren
Druk zo vaak op de functietoets ;
totdat in het functie-/temperatuurdis‐
play 3 liggende streepjes en het sym‐
bool verschijnen.
Druk op de temperatuurtoets +.
In het functie-/temperatuurdisplay ver‐
schijnt het symbool en knippert het
symbool .
Als u bij ingeschakelde vergrendeling
iets wilt instellen, verschijnt in het dis‐
play het symbool .
Deactiveren
Druk zo vaak op de functietoets ,
totdat in het display de symbolen
en verschijnen.
Druk op de temperatuurtoets -.
De vergrendeling is gedeactiveerd.