Drukontlastingsprocedure
Drukontlastingsprocedure
Drukontlastingsprocedure
Het systeem blijft onder druk staan totdat het
handmatig wordt ontlast. Voorkom ernstig letsel
als gevolg van bewegende delen of vloeistof onder
druk, zoals spuiten in de ogen of op de huid, door
de drukontlastingsprocedure
drukontlastingsprocedure
drukontlastingsprocedure altijd uit te voeren
wanneer u stopt met spuiten en voordat u de
apparatuur reinigt, controleert of er onderhoud aan
uitvoert.
1. Laat de pistooltrekker los en schakel de
elektrostatica uit door de ES aan/uit-schakelaar
achteraan de handgreep in de uitstand te zetten.
2. Volg de
Procedure voor het ontladen van
vloeistofspanning en aarding, page
3. Druk op de Stop-toets
besturingsinterface om het systeem
uit te schakelen (modus Uit). Zie
Besturingsinterface, page 35
4. Sluit de lucht- en vloeistoftoevoer naar het pistool
af.
5. Spuit met het pistool in een geaarde metalen
afvalcontainer om de vloeistofdruk in het
pistool, de pistoolvloeistofslang en de
isolatievloeistofpomp (K) te ontlasten.
3A8018D
28.
op de
.
6. Ontlast de vloeistofdruk in de
vloeistoftoevoereenheid volgens de instructies in
de handleiding van uw vloeistoftoevoereenheid.
7. Als het de bedoeling is om het systeem af te
sluiten en een onderhoudsbeurt te geven, laat
ook eventuele restdruk af van de twee flexibele
vloeistofleidingen tussen de inlaatkleppen (J) en
de isolatievloeistofpomp (K).
Note
De inhoud van de isolatievloeistofpomp
(K) kan daarbij in de kast morsen. Als de
pomp leeg is, zit er maar weinig vloeistof
meer in de leidingen en kan maar een
kleine hoeveelheid vloeistof morsen.
a. Om de vloeistofdruk tussen de vloeistofklep
(J) en de isolatieklep (G) te ontlasten, maakt
u voorzichtig een van de wartelfittingen los.
b. Om de vloeistofdruk tussen de isolatieklep
(G) en de isolatievloeistofpomp (K) te
ontlasten, maakt u voorzichtig een van de
wartelfittingen los.
Bediening
29