DAGELIJKSE CONTROLE
CONTROLE VOORAFGAAND AAN IN BEDRIJFSTELLING
DAGELIJKSE CONTROLE
Om te voorkomen dat zich problemen voordoen, is het
belangrijk op de hoogte te zijn van de staat van het
voertuig. Controleer deze alvorens te beginnen.
WAARSCHUWING
Ter voorkoming van ernstig letsel of de dood:
• Voer controles en onderhoud aan het voertuig
uitsluitend uit op een vlakke ondergrond, met
uitgeschakelde motor, de parkeerrem in stand
„AAN" en een eventueel gekoppeld werktuig,
indien aanwezig, neergelaten op de grond.
Controle-item
• Inspectieronde
• Motoroliepeil controleren
• Transmissievloeistofpeil controleren
• Remvloeistofpeil controleren
• Oliepeil hydraulische tank controleren
• Maak het hydraulische oliekoelernet schoon
• Koelvloeistofniveau controleren
• Grille en radiateurscherm reinigen
(bij gebruik in een stoffige ruimte)
• Rempedaal controleren
• Parkeerrem controleren
• Indicatielampjes, meters en tellers controleren
• Lichten controleren
• Veiligheidsgordel en ROPS controleren
• Controleer de stofhoezen
• Bandenspanning controleren
• Achteruitrijsignaal controleren (indien aanwezig)
• Tanken
(Zie DAGELIJKSE CONTROLE op pagina 82.)
• Onderhoud van veiligheidspictogrammen
(Zie VEILIGHEIDSPICTOGRAMMEN op pagina
14.)
RTV-X1110
CONTROLE VOORAFGAAND AAN IN BEDRIJFSTELLING
35