HET GEBRUIK VAN EEN NIEUW VOERTUIG
HET VOERTUIG BEDIENEN
HET GEBRUIK VAN EEN NIEUW
VOERTUIG
Hoe
een
nieuw
voertuig
onderhouden is sterk bepalend voor de levensduur van
het voertuig.
Een
nieuw
voertuig
productielijn in de fabriek komt, is volledig getest, maar
de verschillende onderdelen zijn niet op elkaar
afgestemd. Daarom moet het voertuig voor de eerste
50 bedrijfsuren bij een lagere snelheid worden bediend
en vermijd overmatig werk of bediening totdat de
verschillende onderdelen zijn „ingelopen".
De manier waarop het voertuig wordt gebruikt
gedurende de „inloopperiode" is van grote invloed op
de levensduur van uw voertuig. Het is voor het
bereiken van de maximale prestaties en de langste
levensduur van uw voertuig van cruciaal belang om uw
voertuig goed in te werken.
Bij het gebruik van een nieuw voertuig moeten de
volgende voorzorgsmaatregelen worden getroffen.
1. Bedien het voertuig gedurende de
eerste 50 werkuren niet op volle
snelheid
• Niet snel starten of de remmen plotseling intrappen.
• Bedien het voertuig tijdens de winter pas nadat de
motor volledig op bedrijfstemperatuur is.
• Laat de motor niet op hogere toerentallen draaien
dan nodig.
• Pas op ruige wegoppervlakken uw snelheid aan.
Bedien het voertuig niet op hoge snelheden. De
bovenstaande
voorzorgsmaatregelen
zich niet alleen tot nieuwe voertuigen, maar gelden
voor alle voertuigen. Maar de maatregelen moeten
vooral in het geval van nieuwe voertuigen in acht
worden genomen.
2. Smeerolie voor nieuwe voertuigen
vervangen
De smeerolie is met name van belang in geval van een
nieuw voertuig. De verschillende onderdelen zijn niet
volledig „ingereden" en zijn niet op elkaar afgestemd.
Kleine stukken metaalgruis kunnen tijdens het gebruik
van het voertuig ontstaan; en dit kan leiden tot slijtage
of beschadiging van de onderdelen. We moeten er
daarom op letten de smeerolie iets eerder te vervangen
dan normaal gesproken vereist zou zijn.
RTV-X1110
wordt
behandeld
dat
rechtstreeks
van
beperken
Voor meer informatie over de tussenpozen voor het
vervangen, zie ONDERHOUD op pagina 74.
en
OP- EN AFSTAPPEN VAN HET
VOERTUIG
de
• Probeer nooit een bewegend voertuig op of af te
stappen of ervan af te springen om het voertuig te
verlaten.
• Kijk bij het op- of afstappen van het voertuig naar
het voertuig. Gebruik geen bedieningselementen
zoals hendels om onbedoelde machinebewegingen
te voorkomen.
• Houd de treden en vloer altijd schoon om
glibberigheid en gladheid te voorkomen.
HET VOERTUIG STARTEN
WAARSCHUWING
Ter voorkoming van ernstig letsel of de dood:
• Lees het hoofdstuk over veilig werken en zorg
ervoor dat u de inhoud ervan begrijpt.
• Zorg ervoor dat u de veiligheidspictogrammen
op het voertuig begrijpt.
• Om
het
uitlaatgassen te vermijden, mag de motor niet in
een gesloten ruimte worden gestart zonder
deugdelijke ventilatie.
• Start de motor nooit terwijl u naast de trekker
op de grond staat. Start de motor altijd
uitsluitend wanneer u op de bestuurdersstoel
zit.
• Maak er een gewoonte van de hendel van de
schakelgroep in de „NEUTRALE"-positie te
plaatsen en de hendel van de hydraulische
aansluiting in de „UIT"-positie te plaatsen en de
HET VOERTUIG BEDIENEN
gevaar
van
vergiftiging
door
41