HET VOERTUIG STARTEN
(1) Indicatielampje aanhanger
(1) Koplamp
(2) Alarmknipperlicht/richting-
aanwijzer
8. Claxonknop
De claxonschakelaar is in werking wanneer het
contactslot in de stand „AAN" of „UIT" staat.
De claxon klinkt wanneer de claxonknop wordt
ingedrukt.
RTV-X1110
(3) Achterlicht (combinatielamp)
(4) Kentekenplaatverlichting
(1) Claxonknop
9. Werklamp (voorzijde) (indien
aanwezig)
Wanneer het contactslot in de stand „AAN" geplaatst is
en de schakelaar van de voorste werklamp in de stand
„AAN" wordt gezet, gaat de werklamp aan.
(1) Werklamp voor (indien aan-
wezig)
(2) Voorste werklampschakelaar
(indien aanwezig)
HET VOERTUIG BEDIENEN
(A) „UIT"
(B) „Voorkant AAN"
(C) „Voorkant en achterkant
AAN"
47