Onderhoud
Een preventief
onderhoudsschema opstellen
Onderhoud de apparatuur regelmatig om schade
aan de pomp door morsen, lekken of een
gescheurd membraan te voorkomen.
Stel een preventief onderhoudsschema op gebaseerd
op het onderhoudsverleden van de apparatuur.
De apparatuur inspecteren
Controleer de apparatuur regelmatig op versleten of
beschadigde onderdelen. Vervang waar nodig.
Bevestigingen vastdraaien
Controleer regelmatig alle bevestigingen en draai ze
aan. Zie Aanhaalmoment bevestigingen, pagina 47.
Voorkom schade aan de pomp door de bevestigingen
op de apparatuur niet te vast aan te draaien.
Aansluitingen goed vastdraaien
Controleer alle vloeistofaansluitingen voordat u de
apparatuur gaat bedienen en draai alle aansluitingen
goed vast. Vervang zo nodig versleten of beschadigde
onderdelen.
Draai alle aansluitingen stevig vast om lekken
en schade aan onderdelen van de apparatuur
te voorkomen.
De apparatuur smeren
De apparatuur werd op de fabriek gesmeerd.
Smeer de apparatuur opnieuw wanneer
u membranen vervangt.
Smeer de motorrotor bij het vervangen van
membranen. Zie de betreffende handleiding van uw
motor. Zie Bijbehorende handleidingen, pagina 3.
Gebruik niet te veel smeermiddel in de apparatuur.
De uitlaat van het smeermiddel kan
uw vloeistoftoevoer of andere apparatuur
verontreinigen. Te veel smering kan ook
de werking van de apparatuur verstoren.
3A7159D
LET OP
LET OP
LET OP
LET OP
De apparatuur spoelen
Aard altijd de apparatuur en afvalcontainer om
brand en ontploffingen te voorkomen. Spoel altijd
bij een zo laag mogelijke druk, om statische vonken
en letsel door opspattend materiaal te voorkomen.
•
Spoel voordat het materiaal kan indrogen of
bevriezen in het apparaat, aan het einde van
de dag, vóór opslag en voordat u de apparatuur
gaat repareren.
•
Spoel op de laagst mogelijke druk. Controleer
de aansluitingen op lekken en draai ze waar
nodig vast.
•
Spoel met een oplosmiddel dat compatibel is met
de vloeistof die u doseert en met de bevochtigde
onderdelen in uw systeem. Gebruik een sanitaire
oplossing voor hygiënische toepassingen.
•
Het spoelschema is afhankelijk van het specifieke
gebruik.
•
Laat de apparatuur gedurende het hele
spoelproces draaien.
1. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
2. Steek het zuiguiteinde van de vloeistoftoevoer-
leiding (F) in een compatibel oplosmiddel.
3. Sluit het vloeistofafvoerventiel (G).
4. Zorg ervoor dat de regelknop (K) op off (0) staat.
5. Als de vloeistofuitlaatleiding (J) een
doseerinrichting heeft, plaats dan een metalen
deel van de doseerinrichting op een geaarde
metalen bak en houd het doseerventiel open.
6. Zorg dat alle vloeistofafsluitventielen (H)
open staan.
7. Sluit de apparatuur aan op een stroombron.
Zie Elektrische aansluitingen en bedrading,
vanaf pagina 22.
8. Verhoog langzaam de regelknop (K) totdat de
apparatuur op het ingestelde uitgangsniveau werkt.
9. Laat de apparatuur lang genoeg draaien om
de apparatuur en leidingen grondig te reinigen.
10. Draai de regelknop (K) naar off (0).
11. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
Onderhoud
33