Onderhoud
De apparatuur opslaan
Ontlast altijd de druk en spoel de apparatuur voordat
u de apparatuur opbergt.
1. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
2. Voer De apparatuur spoelen, pagina 33, uit.
Berg de apparatuur op bij een temperatuur van
0 °C (32 °F) of hoger. Blootstelling aan extreem
lage temperaturen kan schade aan kunststof
onderdelen tot gevolg hebben.
Het vochtige gedeelte reinigen
Maak het vochtige gedeelte regelmatig schoon.
Bepaal of de apparatuur al dan niet moet worden
gedemonteerd voor reiniging.
•
Als u de apparatuur wilt reinigen zonder
onderdelen te demonteren, voer Reinigen in
positie (Clean In-Place (CIP)), pagina 34, uit.
•
Als u de apparatuur wilt reinigen door onderdelen
te demonteren, voer Uit positie reinigen (Clean
Out-of-Place (COP)), pagina 34, uit.
Reinig in overeenstemming met de toepasselijke
codes en plaatselijke voorschriften voor een
compatibel oplosmiddel.
Reinigen in positie (Clean In-Place (CIP))
Voorkom schade aan de apparatuur door alleen
reinigingsvloeistoffen te gebruiken die compatibel
zijn met de materialen van het bevochtigde
gedeelte. Gebruik geen chloorhoudende schoon-
maakmiddelen om schade aan roestvrijstalen
onderdelen te voorkomen. Zorg dat de maximale
vloeistoftemperatuur voor de materialen van het
bevochtigde gedeelte niet worden overschreden.
Zie Temperatuurbereik vloeistof, pagina 70.
1. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
2. Spoel de apparatuur met een compatibel
oplosmiddel. Voer De apparatuur spoelen,
pagina 33, uit.
3. Laat het compatibele oplosmiddel door de
apparatuur circuleren. Laat de apparatuur
34
LET OP
LET OP
langzaam lopen terwijl het compatibele
oplosmiddel wordt gecirculeerd.
OPMERKING: Laat het compatibele oplosmiddel
door de apparatuur en het systeem lopen voordat
u ze gaat gebruiken.
Voorkom schade aan de apparatuur door de
vloeistofinlaatdruk van 15 psi (103 kPa, 1 bar) niet te
overschrijden wanneer u de apparatuur laat draaien.
4. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
Uit positie reinigen (Clean Out-of-Place
(COP))
1. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
2. Spoel de apparatuur met een compatibel
oplosmiddel. Voer De apparatuur spoelen,
pagina 33, uit.
3. Demonteer onderdelen waar nodig.
Zie Reparatie, vanaf pagina 38.
4. Controleer de onderdelen op slijtage
en beschadiging. Vervang waar nodig.
5. Reinig alle bevochtigde delen met een borstel
of andere COP-methoden met een compatibel
oplosmiddel bij de aanbevolen temperatuur
en concentratie van de fabrikant.
6. Spoel de onderdelen nogmaals met water en laat
ze daarna volledig opdrogen.
7. Controleer de onderdelen en reinig de onderdelen
die nog verontreinigd zijn nogmaals.
8. Zet de apparatuur waar nodig weer in elkaar.
Zie Reparatie, vanaf pagina 38.
9. Spoel de apparatuur met een compatibel
oplosmiddel. Voer De apparatuur spoelen,
pagina 33, uit.
10. Laat het compatibele oplosmiddel door de
apparatuur circuleren. Laat de apparatuur
langzaam lopen terwijl het compatibele
oplosmiddel wordt gecirculeerd.
OPMERKING: Laat het compatibele oplosmiddel
door de apparatuur en het systeem lopen voordat
u ze gaat gebruiken.
Voorkom schade aan de apparatuur door de
vloeistofinlaatdruk van 15 psi (103 kPa, 1 bar) niet te
overschrijden wanneer u de apparatuur laat draaien.
11. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 27.
LET OP
LET OP
3A7159D