Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Namen En Functies Van Componenten; Bedieningspaneel - Yamaha Cp5 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Bedieningspaneel

Namen en functies van componenten

Bedieningspaneel
(Diagram toont CP5)
3
1
A-1
B- 1
2
1 Pitchbendwiel (pagina 30)
Gebruik deze regelaar om de toonhoogte van noten tijdelijk
te verhogen of te verlagen.
2 Hoofdtelefoonaansluiting (pagina 15)
Gebruik deze standaard audioaansluiting om een
stereohoofdtelefoon aan te sluiten.
3 [GAIN]-knop (pagina 40)
Gebruik deze knop om de ingangsversterking aan te passen
voor audiosignalen vanuit de [MIC INPUT]-aansluiting van
de CP5. Dit type aanpassing kan nodig zijn, want microfoons
hebben verschillende uitgangssignalen over een breed
volumebereik. Wanneer u de knop met de klok mee draait,
wordt de versterking verhoogd; draait u de knop tegen de
klok in, dan wordt de versterking verlaagd.
4 [MASTER VOLUME]-draaiknop (pagina 17)
Gebruik deze draaiknop om het totaalvolume van het
instrument aan te passen.
5 Partijvolumeknoppen
Met deze knoppen kunt u het afzonderlijke volume van de
verschillende partijen van de geselecteerde performance
wijzigen (pagina 22). Wanneer u de knop met de klok mee draait,
wordt het volume verhoogd; draait u de knop tegen de klok in,
dan wordt het volume verlaagd. Het lampje rechts onderaan
iedere knop gaat branden wanneer de corresponderende partij
wordt geselecteerd. Van links naar rechts hebben de
partijvolumeknoppen op de CP5 de vermelding [MIC INPUT],
[TRACK], [LEFT2], [LEFT1], [RIGHT2] en [RIGHT1]. Op de CP50
heten deze knoppen [TRACK], [LEFT] en [RIGHT].
10
Gebruikershandleiding CP5/CP50
4
C0
D0
E0
F0
G0
A0
B0
C1
alleen CP5
5
7
9 ) $ %
8
!
@ #
6
D1
E1
F1
G1
A1
B1
C2
D2
6 Partijknoppen
Druk op deze knoppen om de verschillende partijen van de
geselecteerde performance naar wens aan- en uit te zetten. Het
lampje links bovenaan iedere knop gaat branden wanneer de
corresponderende partij wordt geselecteerd. Bovendien: als u
een van deze knoppen tenminste een seconde ingedrukt houdt,
wordt de corresponderende partij geselecteerd. Ook wordt het
parmeterinstelscherm weergegeven en het lampje van die partij
begint te knipperen. Zelfs als het parameterinstelscherm wordt
weergegeven voor een partij kan deze nog steeds worden
aan­ en uitgezet met de corresponderende partijknop. De
knop voor het geselecteerde blok knippert op één of twee
verschillende manieren om aan te duiden of het blok al dan
niet is ingeschakeld. De knop blijft langer branden wanneer het
blok is ingeschakeld en gaat langer uit wanneer het blok is
uitgeschakeld. Van links naar rechts hebben de partijknoppen
op de CP5 de vermelding [MIC INPUT], [TRACK], [LEFT2],
[LEFT1], [RIGHT2] en [RIGHT1]. Op de CP50 heten deze
knoppen [TRACK], [LEFT] en [RIGHT].
7 [SPLIT]-knop (pagina 32)
Druk op deze knop om het splitsen van de performance in zones
aan- en uit te zetten. Het lampje links boven de knop gaat branden
wanneer dit blok wordt geactiveerd. Dezelfde handeling kan worden
uitgevoerd met de Split-parameter op het scherm Common Settings.
8 [VOICE]-knop (pagina 33)
Als u op deze knop drukt wordt het parameterinstelscherm voor
het blok Voice van de op dat moment geselecteerde partij
geopend. Het lampje links boven de knoppen gaat branden
wanneer dit scherm wordt weergegeven.
*
^
(
&
E2
F2
G2
A2
B2
C3
D3
E3
F3
G3
A3
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Cp50

Inhoudsopgave