Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Namen En Functies Van Componenten; Bedieningsoppervlak - Yamaha Cp1 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Bedieningsoppervlak

Namen en functies van componenten

Bedieningsoppervlak
1
2
1 Pitchbendwiel (zie pagina 31)
Gebruik deze regelaar om de toonhoogte van noten
tijdelijk te verhogen of te verlagen.
2 Hoofdtelefoonaansluiting (zie pagina 11)
Gebruik deze standaard audioaansluiting om een
stereohoofdtelefoon aan te sluiten.
3 Draaiknop [MASTER VOLUME] (zie pagina 14)
Gebruik deze draaiknop om het totaalvolume van het
instrument aan te passen.
4 Knoppen [PIANO 1] en [PIANO 2] (zie pagina 43)
5 Knoppen [PRE-AMPLIFIER 1] en
[PRE­AMPLIFIER 2] (zie pagina 45)
6 Knoppen [MODULATION EFFECT 1] en
[MODULATION EFFECT 2] (zie pagina 46)
7 Knoppen [POWER-AMPLIFIER/
COMPRESSOR 1] en [POWER-AMPLIFIER/
COMPRESSOR 2] (zie pagina 48)
8 Knop [REVERB] (zie pagina 50)
9 Knop [MASTER EQUALIZER] (zie pagina 55)
Door op de bovenstaande knoppen te drukken, kunt u
de piano's, voorversterkers, modulatie-effecten,
vermogensversterkers of compressors, en het reverbeffect
in- of uitschakelen die de huidige performance vormgeven
16
CP1 Gebruikershandleiding
3
A-1 B-1
C0
D0
E0
F0
G0
A0
4
5
6
7
B0
C1
D1
E1
F1
G1
A1
B1
of de masterequalizer voor het instrument in zijn geheel
(zie pagina 19). Wanneer u dat doet, licht het lampje van
de desbetreffende knop op of dooft het. Bovendien kunt
u door een knop ingedrukt te houden (minstens één
seconde), het overeenkomstige instelscherm oproepen,
waardoor de knop begint te knipperen. Zelfs wanneer
een parameterinstelscherm op deze manier wordt
weergegeven, kunt u het blok nog steeds in- of
uitschakelen door op de overeenkomstige knop te
drukken. De knop voor het geselecteerde blok knippert op
één of twee verschillende manieren om aan te duiden of
het blok al dan niet is ingeschakeld. De knop blijft langer
branden wanneer het blok is ingeschakeld en gaat langer
uit wanneer het blok is uitgeschakeld.
) Knop [COMMON] (zie pagina 51)
Door op deze knop te drukken, zodat hij oplicht, kunt u een
instelscherm oproepen dat invloed heeft op beide parts
van de huidige performance.
! Display (zie pagina 14)
Met de display kunt u systeemberichten bevestigen,
parameters instellen en een aantal andere taken uitvoeren.
@ Knoppen 1 tot 6 (zie pagina 28)
Deze knoppen zijn van links naar rechts genummerd van
1 tot 6 en kunnen worden gedraaid om de instellingen van
de toegewezen parameters aan te passen. In individuele
instelschermen zijn bovendien verschillende parameters
of taken toegewezen aan de knoppen. U kunt ermee
draaien of erop drukken om de parameters in te stellen
of de taken uit te voeren.
!
8
9
@
)
C2
D2
E2
F2
G2
A2
B2
C3
D3
E3
F3
G
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave