wordt het tijdsverschil automatisch aangepast.
Wanneer de weg voor u weer vrij is, hervat de
auto de ingestelde snelheid.
WAARSCHUWING
De functie is een systeem voor aanvul-
•
lende rijhulp om de bestuurder te ontlas-
ten en de rijveiligheid te verhogen, maar
het systeem werkt niet in alle verkeers-,
weers- en wegomstandigheden.
U wordt geadviseerd om alle paragrafen
•
over het systeem in de gebruikershandlei-
ding door te nemen en bijvoorbeeld te
lezen over de beperkingen die u moet
kennen voordat u het systeem gebruikt.
De rijhulpsystemen ontslaan u niet van de
•
plicht om alert en adequaat te reageren,
zodat u de auto altijd op een veilige
manier moet blijven besturen, met inacht-
neming van een passende snelheid en
geschikte afstand tot andere weggebrui-
kers en met respect voor de geldende
verkeersregels en -bepalingen.
De adaptieve cruisecontrol regelt de snelheid
door de stand van de gasklep aan te passen en
zo nodig af te remmen. Het is normaal dat de
remmen zwakke geluiden produceren, wanneer
Geadviseerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.
35
ze worden gebruikt bij het aanpassen van de
snelheid.
De adaptieve cruisecontrol streeft ernaar de snel-
heid zo weinig mogelijk aan te passen. In situ-
aties waarin krachtig moet worden geremd moet
u dan ook zelf te remmen. Dit is bijvoorbeeld het
geval bij grote snelheidsverschillen of als de
voorligger krachtig remt. Door beperkingen van
de radarsensor is het mogelijk dat er onverwacht
of helemaal niet wordt geremd.
De adaptieve cruisecontrol streeft ernaar het
door u ingestelde tijdsverschil ten opzichte van
voorliggers in dezelfde rijstrook aan te houden.
Als de radarsensor geen voorligger registreert,
houdt de auto in plaats daarvan de snelheid aan
die op de cruisecontrol werd ingesteld. Dit
gebeurt ook als de snelheid van de voorligger
toeneemt en de ingestelde snelheid overschrijdt.
BESTUURDERSONDERSTEUNING
WAARSCHUWING
Dit is geen systeem dat botsingen voor-
•
komt. Als bestuurder bent u er altijd ver-
antwoordelijk voor om in te grijpen, mocht
het systeem een voorliggers niet ontdek-
ken.
De functie reageert niet op voetgangers
•
of dieren noch op kleinere voertuigen,
zoals fietsen of motorfietsen e.d. Lage
aanhangers, tegenliggers, langzaam rij-
dende en stilstaande voertuigen of vaste
obstakels worden eveneens genegeerd.
Gebruik de functie niet in lastige situaties
•
zoals in stadsverkeer, op kruisingen, bij
gladheid, hevige regen- of sneeuwval of
slecht zicht en evenmin op weggedeelten
met veel water of natte sneeuw, op boch-
tige wegen of op uit- en opritten.
BELANGRIJK
Laat het onderhoud aan rijhulpcomponenten
35
over aan een werkplaats
.
Gerelateerde informatie
Rijhulpsystemen (p. 272)
•
Bediening en displayweergave van de adap-
•
tieve cruisecontrol* (p. 292)
}}
291
* Optie/accessoire.