6.8.3
Instellingen tijdens het centrifugeren wijzigen
6.9
Snelstopfunctie
7
Softwarematige bediening
7.1
Sleutelschakelaar
Sleutelpositie
Sleutelpositie links
Sleutelpositie rechts
AB5005nl
3.
Druk herhaaldelijk op de knop
„t/ :sec" een donkere achtergrond heeft.
meter
4.
Stel de gewenste waarde in met
[START] .
5.
Druk op toets
De centrifugatieloop wordt gestart.
„Rotation" brandt zolang de rotor draait.
Aanduiding
Tijdens de centrifugatieloop worden het rotortoerental of de daaruit
resulterende RCF-waarde, de temperatuur in de centrifugaalkamer
en de resterende tijd weergegeven.
6.
Nadat de tijd is verstreken of als de centrifugatieloop door indrukken
[STOP] wordt afgebroken, vindt de uitloop plaats met de
van de toets
geselecteerde uitloopparameters.
„OPEN OPENEN" wordt weergegeven.
De looptijd, het toerental, de relatieve centrifugaalkracht (RCF/RZB), de
opstart- en uitloopparameters alsmede de temperatuur (alleen bij apparaten
met koeling) kunnen tijdens het centrifugeren worden gewijzigd.
De parameters kunnen alleen afzonderlijk en na elkaar worden gewijzigd.
1.
De waarde van de gewenste parameter wijzigen met de
2.
Druk op toets
[START] .
De waarden van het huidige programma worden gekopieerd naar
programmapositie
Het originele programma wordt niet overschreven.
Personeel:
■
Getrainde gebruikers
Druk tweemaal op de toets
Aanduiding
„STOP" knippert.
De uitloop met remniveau "R9" (kortste uitlooptijd) wordt weerge-
geven en uitgevoerd.
Als remniveau "R0" is geselecteerd, is de uitlooptijd om technische
redenen langer dan bij remniveau "R9".
De sleutels moeten zodanig worden bewaard dat ze beveiligd zijn tegen
ongeoorloofde toegang.
Functie
„LOCK 1" wordt weergegeven.
Programma's kunnen alleen worden opgeroepen, maar niet gewijzigd.
„LOCK 2" wordt weergegeven.
Er kunnen geen programma's worden opgehaald en gewijzigd.
Rev.: 18 / 11.2023
Softwarematige bediening
[t] totdat het invoerveld van de para-
[Draaiknop] .
„----" en bijgewerkt met de gewijzigde waarde.
[STOP] .
[Draaiknop]
33 / 51