Alle hierna beschreven handelingen voor het opslaan van gebruikers moeten alleen op de MASTER-printplaat worden uitgevoerd.
Om gebruikers op te slaan, zie de functie U1.
Werkingsmodus
1
Instructie STAP-VOOR-STAP of ALLEEN OPENEN
2
Instructie GEDEELTELIJKE OPENING (2-3P)
MASTER
AFWISSELENDE WERKING
Opening van de eerste slagboom, doorgang van het voertuig, sluiting van de eerste slagboom, opening van de tweede slagboom, doorgang van het voertuig en sluiting van
de tweede slagboom.
Elektrische aansluitingen
Sluit de twee printplaten aan met een UTP CAT 5-kabel.
Steek op beide printplaten een RSE-kaart, gebruikmakend van de connector RSE.
Voer de elektrische aansluiting van de apparatuur en uitrustingen uit.
Raadpleeg voor de elektrische aansluitingen van de apparatuur en uitrustingen het hoofdstuk ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN.
De bedieningen en beveiligingen moeten aan beide printplaten worden aangesloten.
Deactiveer de functie F19 op de stuurkast van de automatisering SLAVE.